Eind vorig jaar ontdekte ik de Spreekwoordenserie van Carel de Mari (KLIK HIER). Eigenlijk had hij net besloten ermee te stoppen, maar ik vroeg hem mij drie maanden de kans te geven om het ook eens te proberen. Dat deed hij en inmiddels zijn we 9 maanden verder. Met veel plezier ben ik elke week weer met een nieuw woord aan de slag gegaan. Voor deze week (39) is dat VUIST.
Laat ik voorop stellen dat ik nooit voor de vuist weg stukjes schreef. Ik deed er echt mijn best op, probeerde onbekende spreekwoorden of gezegden te vinden of met een onverwachte wending het verhaaltje te besluiten. Maar mijn vuistregel is toch ook: ik moet het niet alleen zelf leuk vinden, maar het moet, gezien de tijd die ik er in stop, ook gelezen en door anderen gewaardeerd worden. En aan dat laatste twijfel ik zeer. De statistieken tonen niet veel bezoekers aan van dit blog.
Voorlopig zal ik daarom al mijn aandacht weer gaan richten op Mijn Boekenkast (KLIK HIER). Sinds ik recensies schrijf voor De Leesclub van Alles (KLIK HIER) groeit de stapel recensie-exemplaren gestaag. Die behoren voorrang te krijgen op de andere schrijfbezigheden die veel minder lezers bereiken. #WOT en #50books zei ik al eerder vaarwel. Dit blog blijft gereserveerd voor museumbezoek, films, theater etc. En wie weet in de toekomst voor een ander creatief woordspel.
Voor mijn behoefte lekker uit de losse pols wat te kunnen schrijven, gebruik ik sinds enige maanden 750words.com. Ik kan het iedereen aanraden. Ik zou zeggen neem er eens een kijkje: je zult er geen teksten van mij kunnen lezen, want alles wat iemand daar schrijft blijft privé. Maar het heeft mij o.a. geholpen nu deze beslissing te nemen.
Om deze bijdrage toch nog netjes af te sluiten zijn hier nog enkele spreekwoorden die niet zo gangbaar zijn.
- Maak eens een vuist als je geen hand hebt.
- Een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje.
- Je kunt geen hand schudden met een gebalde vuist.
Ik dank Carel hartelijk voor al zijn woorden en dat hij mij de kans gegeven heeft er iets creatiefs mee te doen. Ik neem maar aan dat hij naar aanleiding van mijn besluit niet overweegt met mij op de vuist te gaan....
© Jannie Trouwborst, oktober 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog
een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan
altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven
waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken
en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link
onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
zondag 1 oktober 2017
maandag 25 september 2017
Boompje groot, plantertje dood
Je kunt niet aan een dood paard blijven trekken en toch komt Carel elke week, ondanks dat er weinig animo is om mee te doen, weer met een nieuw woord in de Spreekwoordenserie #SG-17. Voor week 38 is dat DOOD. (KLIK HIER).
Het kan niet aan de moeilijkheidsgraad liggen, want ook de spreekwoorden en gezegden over de DOOD zijn zo talrijk, dat er een kiezen om nader te onderzoeken keuzestress oplevert. En al helemaal toen ik op de site van Uitvaart Internet Diensten een lijst vond met 239 spreekwoorden, gezegden en citaten over de dood en sterven (KLIK HIER). Zelfs een Friese, die ik wel grappig vond: Der is noch noait in brânkast achter in lykwein oan riden. (Fries spreekwoord) Er is nog nooit een brandkast achter een lijkwagen aangereden.
Er bestaan nogal wat samenstellingen met dood- (ik ben doodmoe, hij zegt dat doodleuk, het is een doodgoeie vent, dat is doodgemakkelijk, enz.) Het schijnt dat de term dood in veel van deze samenstellingen de functie heeft een extreme betekenis ergens van aan te geven. Van Dale geeft er nog veel meer. Ook een vreemde uitdrukking als: ik zie hem doodgaarne, wat uiteraard een totaal andere betekenis heeft als ik zie hem gaarne dood..... Een verklaring kon ik niet vinden.
Doodeng, doodstil en doodkalm lijken logischer samenstellingen.
Voor doodgewoon en doodnormaal wordt wel een verklaring gegeven: het enige waar we zeker van kunnen zijn is dat we allemaal ooit eens doodgaan. Dat is dus het meest gewone en normale dat we ons voor kunnen stellen. Misschien is de benadrukking met het voorvoegsel dood- bij andere woorden hieruit ontstaan.
Blijf ik toch nog zitten met doodleuk en doodgemoedereerd. Beide hebben iets onaantastbaars: iemand doet of zegt iets waar heel veel lef voor nodig is, maar hij lijkt er niet warm of koud van te worden. Hij is om de dooie dood niet bang. Bij doodgemoedereerd zou je nog kunnen denken aan zijn gemoed dat totaal niet beroerd wordt (wat een ouderwetse woorden allemaal), maar het verband tussen dood en leuk ontgaat me volledig. Het is nl. niet extreem leuk wat iemand doet, als hij doodleuk te werk gaat.
Maar om een beetje stichtelijk te eindigen:
Boompje groot, plantertje dood. Het wil zoveel zeggen als: sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien. Maar mij deed het denken aan een tekst van Nelson Henderson:
The true meaning of life is to plant trees under whose shade you do not expect to sit.
Om zo na een stukje over de dood ook even de zin van het leven een plek te geven.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Het kan niet aan de moeilijkheidsgraad liggen, want ook de spreekwoorden en gezegden over de DOOD zijn zo talrijk, dat er een kiezen om nader te onderzoeken keuzestress oplevert. En al helemaal toen ik op de site van Uitvaart Internet Diensten een lijst vond met 239 spreekwoorden, gezegden en citaten over de dood en sterven (KLIK HIER). Zelfs een Friese, die ik wel grappig vond: Der is noch noait in brânkast achter in lykwein oan riden. (Fries spreekwoord) Er is nog nooit een brandkast achter een lijkwagen aangereden.
Er bestaan nogal wat samenstellingen met dood- (ik ben doodmoe, hij zegt dat doodleuk, het is een doodgoeie vent, dat is doodgemakkelijk, enz.) Het schijnt dat de term dood in veel van deze samenstellingen de functie heeft een extreme betekenis ergens van aan te geven. Van Dale geeft er nog veel meer. Ook een vreemde uitdrukking als: ik zie hem doodgaarne, wat uiteraard een totaal andere betekenis heeft als ik zie hem gaarne dood..... Een verklaring kon ik niet vinden.
Doodeng, doodstil en doodkalm lijken logischer samenstellingen.
Voor doodgewoon en doodnormaal wordt wel een verklaring gegeven: het enige waar we zeker van kunnen zijn is dat we allemaal ooit eens doodgaan. Dat is dus het meest gewone en normale dat we ons voor kunnen stellen. Misschien is de benadrukking met het voorvoegsel dood- bij andere woorden hieruit ontstaan.
Blijf ik toch nog zitten met doodleuk en doodgemoedereerd. Beide hebben iets onaantastbaars: iemand doet of zegt iets waar heel veel lef voor nodig is, maar hij lijkt er niet warm of koud van te worden. Hij is om de dooie dood niet bang. Bij doodgemoedereerd zou je nog kunnen denken aan zijn gemoed dat totaal niet beroerd wordt (wat een ouderwetse woorden allemaal), maar het verband tussen dood en leuk ontgaat me volledig. Het is nl. niet extreem leuk wat iemand doet, als hij doodleuk te werk gaat.
Maar om een beetje stichtelijk te eindigen:
Boompje groot, plantertje dood. Het wil zoveel zeggen als: sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien. Maar mij deed het denken aan een tekst van Nelson Henderson:
The true meaning of life is to plant trees under whose shade you do not expect to sit.
Om zo na een stukje over de dood ook even de zin van het leven een plek te geven.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
zaterdag 16 september 2017
Nakaarten heeft wèl zin!
Ik ben de laatste tijd een beetje van de kaart. Tussen alle spreekwoorden en gezegden die over het woord KAART gaan, is dit een van de weinige die niet over een speelkaart, maar over een landkaart of plattegrond gaan, naar mijn idee. Toen Carel dit woord opgaf voor deze week van de #SG17 (KLIK HIER) was het evenwel het eerste dat me te binnen schoot.
Bij Onze Taal vond ik bij de verklaring over "Buiten westen zijn" verwijzingen naar "Van de kaart zijn". Het komt uit de scheepvaart en wil zoveel zeggen als "de weg kwijt zijn", "de koers kwijt zijn" of "van streek zijn". Streek betekent hier koers. (KLIK HIER).
Met aardrijkskunde als één van mijn lievelingsvakken en met een grote verknochtheid aan wandelkaarten is het logisch dat ik voor dit gezegde koos.
Maar er was er nog één die mijn aandacht trok, omdat hij ook wel erg goed bij me past: "Nakaarten heeft geen zin". Daar ben ik het namelijk helemaal niet mee eens.
Volgens (alweer) Onze Taal werd deze uitdrukking gebruikt in de 19de eeuw in de zin van "napleiten", d.w.z. terugkomen op een zaak die reeds haar beslag gekregen heeft. En die waarschijnlijk ontleed was aan het kaartspel, waar het de betekenis had van: over het spel naspreken dat men reeds gespeeld had.
Naar mijn idee is de betekenis ervan intussen een beetje aangepast en niet alleen meer toepasbaar op een reeds besloten en afgehandelde zaak of na afloop van een gespeeld spel. Voor mij is het verwant aan "gedane zaken nemen geen keer". En daar zijn kanttekeningen bij te maken.
Wanneer een gebeurtenis vervelende gevolgen heeft of betreurd wordt, heeft het WEL zin erover na te denken, na te kaarten dus. Wat is er precies gebeurd? Hoe is dat gekomen, had het voorkomen kunnen worden? Allemaal vragen die niets kunnen veranderen aan het verleden, maar waar we wel degelijk lering uit kunnen trekken voor de toekomst.
Het is onzin om te bedenken dat als je een kwartier later van huis was gegaan, je niet die aanrijding gehad zou hebben. Dan is nakaarten zinloos: misschien was er zelfs wel iets veel ergers gebeurd. Maar als je verblind werd door een laagstaande zon, zou je misschien kunnen concluderen dat je voortaan toch maar onder die omstandigheden je zonnebril moet gebruiken in de auto.
In onze familie worden ze er wel eens moe van, dat ik altijd aan het nakaarten ben. Zelf vind ik het de normaalste zaak van de wereld. Pas als je de oorzaak weet, kun je iets doen aan een ongewenste situatie of vervelende gevolgen. Jammer volgende keer beter, is voor mij niet goed genoeg.
Dus ook als ik een beetje van de kaart ben, ga ik niet bij de pakken neerzitten. Komt tijd, komt raad, werkt ook niet bij mij. Ik kom heus wel weer op mijn padje terecht, maar pas als ik de oorzaak weet. Kalmpjes aan, want Een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Bij Onze Taal vond ik bij de verklaring over "Buiten westen zijn" verwijzingen naar "Van de kaart zijn". Het komt uit de scheepvaart en wil zoveel zeggen als "de weg kwijt zijn", "de koers kwijt zijn" of "van streek zijn". Streek betekent hier koers. (KLIK HIER).
Met aardrijkskunde als één van mijn lievelingsvakken en met een grote verknochtheid aan wandelkaarten is het logisch dat ik voor dit gezegde koos.
Maar er was er nog één die mijn aandacht trok, omdat hij ook wel erg goed bij me past: "Nakaarten heeft geen zin". Daar ben ik het namelijk helemaal niet mee eens.
Volgens (alweer) Onze Taal werd deze uitdrukking gebruikt in de 19de eeuw in de zin van "napleiten", d.w.z. terugkomen op een zaak die reeds haar beslag gekregen heeft. En die waarschijnlijk ontleed was aan het kaartspel, waar het de betekenis had van: over het spel naspreken dat men reeds gespeeld had.
Naar mijn idee is de betekenis ervan intussen een beetje aangepast en niet alleen meer toepasbaar op een reeds besloten en afgehandelde zaak of na afloop van een gespeeld spel. Voor mij is het verwant aan "gedane zaken nemen geen keer". En daar zijn kanttekeningen bij te maken.
Wanneer een gebeurtenis vervelende gevolgen heeft of betreurd wordt, heeft het WEL zin erover na te denken, na te kaarten dus. Wat is er precies gebeurd? Hoe is dat gekomen, had het voorkomen kunnen worden? Allemaal vragen die niets kunnen veranderen aan het verleden, maar waar we wel degelijk lering uit kunnen trekken voor de toekomst.
Het is onzin om te bedenken dat als je een kwartier later van huis was gegaan, je niet die aanrijding gehad zou hebben. Dan is nakaarten zinloos: misschien was er zelfs wel iets veel ergers gebeurd. Maar als je verblind werd door een laagstaande zon, zou je misschien kunnen concluderen dat je voortaan toch maar onder die omstandigheden je zonnebril moet gebruiken in de auto.
In onze familie worden ze er wel eens moe van, dat ik altijd aan het nakaarten ben. Zelf vind ik het de normaalste zaak van de wereld. Pas als je de oorzaak weet, kun je iets doen aan een ongewenste situatie of vervelende gevolgen. Jammer volgende keer beter, is voor mij niet goed genoeg.
Dus ook als ik een beetje van de kaart ben, ga ik niet bij de pakken neerzitten. Komt tijd, komt raad, werkt ook niet bij mij. Ik kom heus wel weer op mijn padje terecht, maar pas als ik de oorzaak weet. Kalmpjes aan, want Een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
woensdag 6 september 2017
Ook aan de langste schaduw zit een eind
Bij het woord SCHADUW schiet mij als eerste te binnen de in de politiek tot vervelens toe gebruikte uitdrukking: "over de eigen schaduw heen springen".
Het is een vrij nieuwe uitdrukking en volgens Onze Taal voldoet ze
sinds ze gekaapt is door de politici niet meer helemaal aan de
oorspronkelijke betekenis, nl. "iets beter doen dan verwacht, iets doen waar niemand je toe in staat achtte".
De politieke praktijk van de laatste jaren heeft bewezen ,dat Onze Taal
daar gelijk in heeft. Mijn irritatie over het cliché gebruik van deze
uitdrukking is zo groot, dat ik het er hier verder niet over wil hebben.
Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan terecht bij Onze Taal (KLIK HIER).
Een spreekwoord dat me meer aanspreekt is: Geen licht zonder schaduw. Bij de uitleg staat: Tussen al het goede zit ook altijd wel iets minder goeds. Ik zou dat stelliger willen maken: Als we van het zonlicht in ons leven willen genieten, moeten we ook de schaduwzijden accepteren.
Maar onze invloed op een zonnig leven gaat verder dan je misschien zou verwachten. Wat dacht je van deze uitdrukking: "Wie de zon tegemoet treedt, heeft de schaduw achter zich".
Ook tussen de citaten vond ik tal van spitsvondige gezegden. Ik noem er een paar:
Frederik van Eeden (auteur):
Het goede groeit traag in de schaduw van geringschatting
Ischa Meijer (journalist):
Een goede vraag stelt elk antwoord in haar schaduw.
Ada Boerma - van Doorne (politica en burgemeester):
Ook aan de langste schaduw zit een eind.
Geen schaduw buiten, terwijl ik dit stukje zit te typen, dus ook geen zon. Het regent zelfs een beetje. Maar dat laat ik geen schaduw werpen over deze dag. Het is vakantie en we hebben nog genoeg leuke dingen op de planning staan.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Een spreekwoord dat me meer aanspreekt is: Geen licht zonder schaduw. Bij de uitleg staat: Tussen al het goede zit ook altijd wel iets minder goeds. Ik zou dat stelliger willen maken: Als we van het zonlicht in ons leven willen genieten, moeten we ook de schaduwzijden accepteren.
Maar onze invloed op een zonnig leven gaat verder dan je misschien zou verwachten. Wat dacht je van deze uitdrukking: "Wie de zon tegemoet treedt, heeft de schaduw achter zich".
Ook tussen de citaten vond ik tal van spitsvondige gezegden. Ik noem er een paar:
Frederik van Eeden (auteur):
Het goede groeit traag in de schaduw van geringschatting
Ischa Meijer (journalist):
Een goede vraag stelt elk antwoord in haar schaduw.
Ada Boerma - van Doorne (politica en burgemeester):
Ook aan de langste schaduw zit een eind.
Geen schaduw buiten, terwijl ik dit stukje zit te typen, dus ook geen zon. Het regent zelfs een beetje. Maar dat laat ik geen schaduw werpen over deze dag. Het is vakantie en we hebben nog genoeg leuke dingen op de planning staan.
© Jannie Trouwborst, september 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
donderdag 31 augustus 2017
De Stropielekkers van Zaamslag
Zaamslag is een dorp in de gemeente Terneuzen met bijna 3000 inwoners. Het wordt wel het "Staphorst van Zeeuws-Vlaanderen" genoemd. Afscheidingen en onderlinge onenigheid bezorgden het dorp 4 kerken, waarvan er nog 3 over zijn. Allemaal in de hervormde en gereformeerde hoek. Een katholiek gebedshuis zul je er beslist niet aantreffen.
Geschiedenis
De voorgeschiedenis van dit dorp gaat ver terug. Er zijn tekenen van Romeinse overheersing, gevolgd door een periode waarin het door overstromingen onbewoonbaar was. Pas in de middeleeuwen is er weer sprake van een Heer van Saemslach. Van de 12de tot de 15de eeuw was het een Heerlijkheid, met veel vrijheid, bestuurd vanuit Gent. De Tempeliers en later de Johannieters bezaten er een tempel, landerijen, een kapel en enkele stenen gebouwen, waaronder een hospitaal. Hoewel het dorp op een verhoging lag, werd het regelmatig getroffen door overstromingen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarin Spanjaarden en Staatse troepen tegenover elkander stonden, werd het land rondom Zaamslag onder water gezet. Uiteindelijk verdween ook Zaamslag zelf onder de golven.
Toen in 1648 de Vrede van Münster werd getekend, verleenden de Staten van Zeeland octrooi voor het inpolderen van Zaamslag aan Gerard van der Nisse, heer van Zaamslag. Op de plaats van het oude dorp verrees weer een nieuwe dorpskern, met een nieuwe (hervormde) kerk in het midden. Van het oude dorp was vrijwel niets meer over, behalve de hoofdtoren van het kasteel van de ambachtsheren. Ook zijn nog enkele gebouwen aan het Plein (in het centrum van het dorp) die uit die tijd dateren.
Simon Stevin
Het dorp werd aangelegd volgens een typisch Renaissance idee. De planning was opgedeeld in rechthoekige blokken en rechte straten, wat overeenkomt met de planning van de ideale stad van Simon Stevin. Het is nog steeds te merken aan het huidige dorp: het Plein is vierkant, en alle straten liggen daar evenwijdig aan, in een vierkant er omheen. Het is vrij zeldzaam dat een heel dorp in een bepaald ideaalbeeld uit een geschiedkundige periode is aangelegd.
Geen carnaval!
Met de Spanjaarden verdween ook het kloosterleven en het katholieke geloof uit Zaamslag. Eeuwen later, in de Tweede wereldoorlog, bleek het een onverdachte plek om Joodse kinderen een onderdak te geven. Daarover is een mooie roman geschreven door Josha Zwaan - Parnassia (KLIK HIER voor mijn recensie).
Het is gebruikelijk in katholieke streken de inwoners van een stad tijdens het carnaval een bijnaam te geven. Maar de inwoners van Zaamslag hebben daar het door hen verfoeide katholieke geloof niet voor nodig. Ze dragen het hele jaar een bijnaam die verbonden is aan een legende over STROOP.
De Stropielekkers
De inwoners van Zaamslag worden namelijk worden ook wel "Stropielekkers" genoemd. Vroeger stond op het dorpsplein voor een winkeltje een vat met stroop waar altijd een paar druppels aan bleven hangen. Volgens het verhaal haalden de inwoners van Zaamslag de druppels er met hun vinger af om die vervolgens af te likken (lekken in dialect).
Volgens een andere lezing van het verhaal over de afkomst van de naam "Stropielekkers" was er een vat met stroop van een kar gegleden en hadden de duigen het niet gehouden. Met als gevolg dat de stroop uit het kapotte vat lekte en dorpelingen die ervan hoorden, schoten toe, sommigen met kannetjes en kopjes, anderen om hun vingers in de stroop te steken en het zoete goedje daarvan af te likken.
Sinds juni 2004 staat er op het Plein een standbeeld van een stroopvat met twee 'lekkende' dorpsbewoners. Het is van beton gemaakt door Joris Baudoin.
OK, ik geef het toe: jullie hebben door dikke stroop moeten waden om toch uiteindelijk nog bij dit spreekwoord te geraken. Maar petje af voor wie tot hier gekomen is!
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Geschiedenis
De voorgeschiedenis van dit dorp gaat ver terug. Er zijn tekenen van Romeinse overheersing, gevolgd door een periode waarin het door overstromingen onbewoonbaar was. Pas in de middeleeuwen is er weer sprake van een Heer van Saemslach. Van de 12de tot de 15de eeuw was het een Heerlijkheid, met veel vrijheid, bestuurd vanuit Gent. De Tempeliers en later de Johannieters bezaten er een tempel, landerijen, een kapel en enkele stenen gebouwen, waaronder een hospitaal. Hoewel het dorp op een verhoging lag, werd het regelmatig getroffen door overstromingen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarin Spanjaarden en Staatse troepen tegenover elkander stonden, werd het land rondom Zaamslag onder water gezet. Uiteindelijk verdween ook Zaamslag zelf onder de golven.
Toen in 1648 de Vrede van Münster werd getekend, verleenden de Staten van Zeeland octrooi voor het inpolderen van Zaamslag aan Gerard van der Nisse, heer van Zaamslag. Op de plaats van het oude dorp verrees weer een nieuwe dorpskern, met een nieuwe (hervormde) kerk in het midden. Van het oude dorp was vrijwel niets meer over, behalve de hoofdtoren van het kasteel van de ambachtsheren. Ook zijn nog enkele gebouwen aan het Plein (in het centrum van het dorp) die uit die tijd dateren.
Simon Stevin
Het dorp werd aangelegd volgens een typisch Renaissance idee. De planning was opgedeeld in rechthoekige blokken en rechte straten, wat overeenkomt met de planning van de ideale stad van Simon Stevin. Het is nog steeds te merken aan het huidige dorp: het Plein is vierkant, en alle straten liggen daar evenwijdig aan, in een vierkant er omheen. Het is vrij zeldzaam dat een heel dorp in een bepaald ideaalbeeld uit een geschiedkundige periode is aangelegd.
Geen carnaval!
Met de Spanjaarden verdween ook het kloosterleven en het katholieke geloof uit Zaamslag. Eeuwen later, in de Tweede wereldoorlog, bleek het een onverdachte plek om Joodse kinderen een onderdak te geven. Daarover is een mooie roman geschreven door Josha Zwaan - Parnassia (KLIK HIER voor mijn recensie).
Het is gebruikelijk in katholieke streken de inwoners van een stad tijdens het carnaval een bijnaam te geven. Maar de inwoners van Zaamslag hebben daar het door hen verfoeide katholieke geloof niet voor nodig. Ze dragen het hele jaar een bijnaam die verbonden is aan een legende over STROOP.
De Stropielekkers
De inwoners van Zaamslag worden namelijk worden ook wel "Stropielekkers" genoemd. Vroeger stond op het dorpsplein voor een winkeltje een vat met stroop waar altijd een paar druppels aan bleven hangen. Volgens het verhaal haalden de inwoners van Zaamslag de druppels er met hun vinger af om die vervolgens af te likken (lekken in dialect).
Volgens een andere lezing van het verhaal over de afkomst van de naam "Stropielekkers" was er een vat met stroop van een kar gegleden en hadden de duigen het niet gehouden. Met als gevolg dat de stroop uit het kapotte vat lekte en dorpelingen die ervan hoorden, schoten toe, sommigen met kannetjes en kopjes, anderen om hun vingers in de stroop te steken en het zoete goedje daarvan af te likken.
Sinds juni 2004 staat er op het Plein een standbeeld van een stroopvat met twee 'lekkende' dorpsbewoners. Het is van beton gemaakt door Joris Baudoin.
OK, ik geef het toe: jullie hebben door dikke stroop moeten waden om toch uiteindelijk nog bij dit spreekwoord te geraken. Maar petje af voor wie tot hier gekomen is!
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
donderdag 24 augustus 2017
Monnikenwerk? Graag zelfs!
De zomer nadert zijn einde, de vogels zwijgen, de eerste bladeren verkleuren al. Het seizoen van de mistige ochtenden met een versluierde zon en vochtige, kille avonden die naar mos en paddenstoelen ruiken, breekt weldra aan. Vogels vertrekken, egels en vleermuizen brengen hun winteronderkomen in orde. De herfst is mijn favoriete seizoen: een tijd voor overpeinzingen en bezinning.
Contemplatie met een moeilijk woord. Een woord dat voor monniken een nog specifiekere betekenis heeft. Meestal gebruikt men de term contemplatie bij de kloosterorden die een beschouwend oftewel contemplatief leven leiden, met name onder een kloosterregel als de Regel van Benedictus, die gebed, studie en stilte tot het hart van het monastieke leven maakt. De leden van deze orden verlaten hun klooster of abdij niet en houden zich aan een strakke vorm van clausuur (afgezonderd van de buitenwereld).
Daarom past het woord van deze week wel bij de tijd van het jaar. #SG17-34 heeft als onderwerp MONNIK gekregen van Carel (KLIK HIER).
Er zijn niet veel spreekwoorden en gezegden over monniken en de meeste zullen wel bekend zijn. Eén ervan blijkt in elke Europese taal vrijwel hetzelfde te zijn: Zo de abt, zo de monniken.
Er zijn genoeg oude verhalen en spotprenten die tonen dat monniken zich in vroeger eeuwen niet altijd gedroegen zoals we van hen zouden mogen verwachten. En als we de schandalen horen die de laatste jaren aan het licht komen, dan is er nog steeds iets mis binnen sommige kloostermuren.Toch wil ik ervan uitgaan dat de meesten tegenwoordig uit overtuiging en met toewijding hun monastieke leven leiden.
Ik kon het niet laten ook nu weer eens te kijken naar citaten op dit gebied. Ze geven een beeld van hoe er in een bepaalde periode gekeken werd naar het leven van de monnik.
"Ik ga liever naar de hel dan naar de hemel. In die eerste plaats zal ik kunnen genieten van het gezelschap van pausen, koningen en prinsen, terwijl in die tweede alleen maar bedelaars, monniken en apostelen zijn."
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Contemplatie met een moeilijk woord. Een woord dat voor monniken een nog specifiekere betekenis heeft. Meestal gebruikt men de term contemplatie bij de kloosterorden die een beschouwend oftewel contemplatief leven leiden, met name onder een kloosterregel als de Regel van Benedictus, die gebed, studie en stilte tot het hart van het monastieke leven maakt. De leden van deze orden verlaten hun klooster of abdij niet en houden zich aan een strakke vorm van clausuur (afgezonderd van de buitenwereld).
Daarom past het woord van deze week wel bij de tijd van het jaar. #SG17-34 heeft als onderwerp MONNIK gekregen van Carel (KLIK HIER).
Er zijn niet veel spreekwoorden en gezegden over monniken en de meeste zullen wel bekend zijn. Eén ervan blijkt in elke Europese taal vrijwel hetzelfde te zijn: Zo de abt, zo de monniken.
Er zijn genoeg oude verhalen en spotprenten die tonen dat monniken zich in vroeger eeuwen niet altijd gedroegen zoals we van hen zouden mogen verwachten. En als we de schandalen horen die de laatste jaren aan het licht komen, dan is er nog steeds iets mis binnen sommige kloostermuren.Toch wil ik ervan uitgaan dat de meesten tegenwoordig uit overtuiging en met toewijding hun monastieke leven leiden.
Ik kon het niet laten ook nu weer eens te kijken naar citaten op dit gebied. Ze geven een beeld van hoe er in een bepaalde periode gekeken werd naar het leven van de monnik.
"Ik ga liever naar de hel dan naar de hemel. In die eerste plaats zal ik kunnen genieten van het gezelschap van pausen, koningen en prinsen, terwijl in die tweede alleen maar bedelaars, monniken en apostelen zijn."
Niccolò Machiavelli (1469-1527). Italiaans politiek filosoof.
"Als de duivel ziek wordt, wil hij monnik worden".
"Als de duivel ziek wordt, wil hij monnik worden".
(Christoph Lehmann) 1570-1638.
"Binnenkort zijn er in Nederland meer zogenaamde `abdijbieren` dan monniken."
Johannes Buurman (Geb. 1940), Nederlands ingenieur.
Maar om op een officiële manier af te ronden: ik heb opgezocht waar de term "monnikenwerk" vandaan komt en hoe ik die moet begrijpen.
In Van Dale Etymologisch woordenboek staat:
"Binnenkort zijn er in Nederland meer zogenaamde `abdijbieren` dan monniken."
Johannes Buurman (Geb. 1940), Nederlands ingenieur.
Maar om op een officiële manier af te ronden: ik heb opgezocht waar de term "monnikenwerk" vandaan komt en hoe ik die moet begrijpen.
In Van Dale Etymologisch woordenboek staat:
"monnikenwerk [moeitevolle arbeid die niets oplevert] {muncks werck 1599, monnikenwerk 1786} is gebaseerd op de idee dat monniken moeten werken om de ledigheid te vermijden, al zouden zij ook vandaag moeten vernietigen wat zij gisteren hebben gemaakt."
Ook F.A. Stoett (1923-1925) in zijn Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden denkt er zo over:
Ook F.A. Stoett (1923-1925) in zijn Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden denkt er zo over:
"Monnikenwerk, d.w.z. vergeefsche arbeid, die veel geduld en tijd vereischt; noodelooze
moeite, ‘dewijl de Monniken, in oude tijden, tot zekeren arbeid, hoe
weinig die ook beteekende, verpligt waren, om niet ledig te zijn, al
ware het ook, dat zij den volgenden dag vernietigden, hetgeen zij den
vorigen gemaakt hadden'".
Toch heb ik het gevoel, dat het tegenwoordig iets anders is gaan betekenen. Geen vergeefse arbeid, maar een bewerkelijke taak die met heel veel aandacht, concentratie, geduld en volharding wordt verricht. Waar niet iedereen geschikt voor is of zin in heeft. Bij monnikenwerk denk ik bv. aan de handschriften die met eindeloos geduld gekopieerd en versierd werden. Aan de goedverzorgde kruidentuinen bij kloosters waar de enige geneesmiddelen vandaan kwamen die men toen kende en waar de plaatselijke bevolking afhankelijk van was. Geen vergeefse arbeid of nodeloze moeite.
Als iemand mij zegt: "Je moet het zelf weten, maar het is een monnikenwerk", dan schrikt me dat niet af. Dan denk ik niet aan iets zinloos. Maar aan iets wat geduld, precisie en doorzettingsvermogen vereist. En vooral aan iets waar in alle rust aan gewerkt kan worden. Waar ik de tijd voor kan nemen.
Echt iets dus voor de stille en donkere wintermaanden.Toch heb ik het gevoel, dat het tegenwoordig iets anders is gaan betekenen. Geen vergeefse arbeid, maar een bewerkelijke taak die met heel veel aandacht, concentratie, geduld en volharding wordt verricht. Waar niet iedereen geschikt voor is of zin in heeft. Bij monnikenwerk denk ik bv. aan de handschriften die met eindeloos geduld gekopieerd en versierd werden. Aan de goedverzorgde kruidentuinen bij kloosters waar de enige geneesmiddelen vandaan kwamen die men toen kende en waar de plaatselijke bevolking afhankelijk van was. Geen vergeefse arbeid of nodeloze moeite.
Als iemand mij zegt: "Je moet het zelf weten, maar het is een monnikenwerk", dan schrikt me dat niet af. Dan denk ik niet aan iets zinloos. Maar aan iets wat geduld, precisie en doorzettingsvermogen vereist. En vooral aan iets waar in alle rust aan gewerkt kan worden. Waar ik de tijd voor kan nemen.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
zondag 20 augustus 2017
Een blad voor de mond is ongezond
Jammer dat er zo weinig bloggers aansluiten bij het spreekwoorden initiatief van Carel #SG17. Het is best leuk te grasduinen in spreekwoorden, gezegden en uitdrukkingen. Ik ben blij dat Carel het toch niet opgeeft en elke week weer met een nieuw woord komt. Voor week 33 is dat MOND (KLIK HIER).
Meer dan 50 spreekwoorden zijn er te vinden met "mond". Vele ervan zijn heel bekend en worden nog altijd gebruikt. Die sla ik liever over. Eigenlijk vond ik er maar één die ik niet kende en die me aansprak:
"Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden." (Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.)
Een uitspraak die ik zelf eens wat vaker in gedachten zou moeten houden. Maar om het daarbij te laten vond ik ook wel weer een beetje kaal. En zo kwam ik ertoe eens bij de citaten te gaan neuzen. Daar vond ik een geweldig citaat van Tom Lanoye, dat gebaseerd is op een bekend spreekwoord. En dat daar een toepasselijke draai aangeeft.
Een blad voor de mond is ongezond.
Tom Lanoye (Geb. 1958)
Het is gebaseerd op "Geen blad voor de mond nemen." Maar waar komt dat vandaan en wat betekent het? Onze Taal (KLIK HIER) weet raad:
Geen blad voor de mond nemen betekent 'vrijuit zeggen wat je vindt', 'je eerlijke mening geven, of de ander dat nu leuk vindt of niet' en ook wel 'iemand zonder omwegen vertellen wat hij allemaal fout heeft gedaan'.
Het is niet duidelijk aan welk blad we oorspronkelijk moeten denken in deze uitdrukking; het kan volgens de naslagwerken zowel een boomblad als een blad papier zijn.
De uitdrukking komt al voor in het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman (1726). Tuinman gaat ervan uit dat het eigenlijk om een boomblad gaat. Hij legt een verband met de gewoonte van toneelspelers die (voordat er maskers werden gebruikt) hun gezichten 'bemaskerden' met vijgenbladeren. Alleen zo durfden ze vrijuit te spelen. Wie dat niet nodig had, wie dus 'geen (vijgen)blad voor de mond nam', was niet bang voor eventuele onaangename gevolgen van zijn opmerkingen.
De verklaring waarbij wordt uitgegaan van een blad papier lijkt echter ook plausibel. Wie zijn opmerkingen van een blad papier opleest ('een blad papier voor zijn mond houdt'), heeft bij het schrijven van tevoren nagedacht over wat hij wilde zeggen en hoe dat zou overkomen. Dat betekent dat hij voorzichtiger en diplomatieker is. Wie uit zijn hoofd spreekt, zal minder voorzichtig zijn.
Geen idee welke verklaring klopt. Mij spreekt de eerste het meest aan.
Overigens is het bijzonder dat ze te combineren zijn:
"Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden, dus kun je maar beter geen blad voor de mond nemen." En volgens Tom Lanoye is dat ook nog eens ongezond.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Meer dan 50 spreekwoorden zijn er te vinden met "mond". Vele ervan zijn heel bekend en worden nog altijd gebruikt. Die sla ik liever over. Eigenlijk vond ik er maar één die ik niet kende en die me aansprak:
"Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden." (Je kunt het niet iedereen naar de zin maken.)
Een uitspraak die ik zelf eens wat vaker in gedachten zou moeten houden. Maar om het daarbij te laten vond ik ook wel weer een beetje kaal. En zo kwam ik ertoe eens bij de citaten te gaan neuzen. Daar vond ik een geweldig citaat van Tom Lanoye, dat gebaseerd is op een bekend spreekwoord. En dat daar een toepasselijke draai aangeeft.
Een blad voor de mond is ongezond.
Tom Lanoye (Geb. 1958)
Het is gebaseerd op "Geen blad voor de mond nemen." Maar waar komt dat vandaan en wat betekent het? Onze Taal (KLIK HIER) weet raad:
Geen blad voor de mond nemen betekent 'vrijuit zeggen wat je vindt', 'je eerlijke mening geven, of de ander dat nu leuk vindt of niet' en ook wel 'iemand zonder omwegen vertellen wat hij allemaal fout heeft gedaan'.
Het is niet duidelijk aan welk blad we oorspronkelijk moeten denken in deze uitdrukking; het kan volgens de naslagwerken zowel een boomblad als een blad papier zijn.
De uitdrukking komt al voor in het spreekwoordenboek van Carolus Tuinman (1726). Tuinman gaat ervan uit dat het eigenlijk om een boomblad gaat. Hij legt een verband met de gewoonte van toneelspelers die (voordat er maskers werden gebruikt) hun gezichten 'bemaskerden' met vijgenbladeren. Alleen zo durfden ze vrijuit te spelen. Wie dat niet nodig had, wie dus 'geen (vijgen)blad voor de mond nam', was niet bang voor eventuele onaangename gevolgen van zijn opmerkingen.
De verklaring waarbij wordt uitgegaan van een blad papier lijkt echter ook plausibel. Wie zijn opmerkingen van een blad papier opleest ('een blad papier voor zijn mond houdt'), heeft bij het schrijven van tevoren nagedacht over wat hij wilde zeggen en hoe dat zou overkomen. Dat betekent dat hij voorzichtiger en diplomatieker is. Wie uit zijn hoofd spreekt, zal minder voorzichtig zijn.
Geen idee welke verklaring klopt. Mij spreekt de eerste het meest aan.
Overigens is het bijzonder dat ze te combineren zijn:
"Er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden, dus kun je maar beter geen blad voor de mond nemen." En volgens Tom Lanoye is dat ook nog eens ongezond.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Abonneren op:
Posts (Atom)





