donderdag 31 augustus 2017

De Stropielekkers van Zaamslag

Zaamslag is een dorp in de gemeente Terneuzen met bijna 3000 inwoners. Het wordt wel het "Staphorst van Zeeuws-Vlaanderen" genoemd. Afscheidingen en onderlinge onenigheid bezorgden het dorp 4 kerken, waarvan er nog 3 over zijn. Allemaal in de hervormde en gereformeerde hoek. Een katholiek gebedshuis zul je er beslist niet aantreffen. 

Geschiedenis

De voorgeschiedenis van dit dorp gaat ver terug. Er zijn tekenen van Romeinse overheersing, gevolgd door een periode waarin het door overstromingen onbewoonbaar was. Pas in de middeleeuwen is er weer sprake van een Heer van Saemslach. Van de 12de tot de 15de eeuw was het een Heerlijkheid, met veel vrijheid, bestuurd vanuit Gent. De Tempeliers en later de Johannieters bezaten er een tempel, landerijen, een kapel en enkele stenen gebouwen, waaronder een hospitaal. Hoewel het dorp op een verhoging lag, werd het regelmatig getroffen door overstromingen. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog, waarin Spanjaarden en Staatse troepen tegenover elkander stonden, werd het land rondom Zaamslag onder water gezet. Uiteindelijk verdween ook Zaamslag zelf onder de golven.

Toen in 1648 de Vrede van M√ľnster werd getekend, verleenden de Staten van Zeeland octrooi voor het inpolderen van Zaamslag aan Gerard van der Nisse, heer van Zaamslag. Op de plaats van het oude dorp verrees weer een nieuwe dorpskern, met een nieuwe (hervormde) kerk in het midden. Van het oude dorp was vrijwel niets meer over, behalve de hoofdtoren van het kasteel van de ambachtsheren. Ook zijn nog enkele gebouwen aan het Plein (in het centrum van het dorp) die uit die tijd dateren. 

Simon Stevin

Het dorp werd aangelegd volgens een typisch Renaissance idee. De planning was opgedeeld in rechthoekige blokken en rechte straten, wat overeenkomt met de planning van de ideale stad van Simon Stevin. Het is nog steeds te merken aan het huidige dorp: het Plein is vierkant, en alle straten liggen daar evenwijdig aan, in een vierkant er omheen. Het is vrij zeldzaam dat een heel dorp in een bepaald ideaalbeeld uit een geschiedkundige periode is aangelegd. 

Geen carnaval!

Met de Spanjaarden verdween ook het kloosterleven en het katholieke geloof uit Zaamslag. Eeuwen later, in de Tweede wereldoorlog, bleek het een onverdachte plek om Joodse kinderen een onderdak te geven. Daarover is een mooie roman geschreven door Josha Zwaan - Parnassia (KLIK HIER voor mijn recensie).

Het is gebruikelijk in katholieke streken de inwoners van een stad tijdens het carnaval een bijnaam te geven. Maar de inwoners van Zaamslag hebben daar het door hen verfoeide katholieke geloof niet voor nodig. Ze dragen het hele jaar een bijnaam die verbonden is aan een legende over STROOP. 

De Stropielekkers

De inwoners van Zaamslag worden namelijk worden ook wel "Stropielekkers" genoemd. Vroeger stond op het dorpsplein voor een winkeltje een vat met stroop waar altijd een paar druppels aan bleven hangen. Volgens het verhaal haalden de inwoners van Zaamslag de druppels er met hun vinger af om die vervolgens af te likken (lekken in dialect).
Volgens een andere lezing van het verhaal over de afkomst van de naam "Stropielekkers" was er een vat met stroop van een kar gegleden en hadden de duigen het niet gehouden. Met als gevolg dat de stroop uit het kapotte vat lekte en dorpelingen die ervan hoorden, schoten toe, sommigen met kannetjes en kopjes, anderen om hun vingers in de stroop te steken en het zoete goedje daarvan af te likken.

Sinds juni 2004 staat er op het Plein een standbeeld van een stroopvat met twee 'lekkende' dorpsbewoners. Het is van beton gemaakt door Joris Baudoin.


OK, ik geef het toe: jullie hebben door dikke stroop moeten waden om toch uiteindelijk nog bij dit spreekwoord te geraken. Maar petje af voor wie tot hier gekomen is!

© Jannie Trouwborst, augustus 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten