donderdag 21 mei 2020

Litanie

#WOT betekent Write on Thursday. Inmiddels wordt het georganiseerd door ALI. Iedere donderdag verzint ze een woord waarover je kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag, Je kunt op ieder moment instappen.

Het #WOT woord van vandaag is: 

Litanie = 1) langdradige opsomming, 2) klaagzang, 3) jammerklacht, 4) reeks smeekbeden

Ik houd van woorden die niet vaak meer gebruikt worden, behalve dan in kruiswoordpuzzels. Die zijn niet alleen nuttig als hersengymnastiek, maar ook om sommige woorden van de vergetelheid te redden. Nu zullen er nog genoeg mensen zijn die weten wat litanie betekent, maar gebruiken ze het ook nog in een alledaags gesprek? Of is het dan eerder: "Wat een langdradig gezeur was dat." Tenzij het over kerkelijke gebruiken gaat, ik weet zeker dat daar nog wel over de litanie wordt gesproken.

Kerkelijke litanie: de smeekbede.

Litanie komt uit de Griekse oudheid, waar het de betekenis had van smeekbeden en jammerklachten.  De tragedies uit de periode maakten er veelvuldig gebruik van. De smeekbeden werden in het christendom van het westen overgenomen, aanvankelijk door God aan te roepen om bijvoorbeeld gevrijwaard te worden van besmettelijke ziekten, als de pest en cholera. Daarna volgde de litanieën zoals die ook nu nog gebeden worden in de christelijke eredienst of tijdens een processie. De priester bidt voor en de gelovigen antwoorden met een bepaalde formule. Daarbij worden zowel God en Maria als diverse heiligen aangeroepen om te smeken om genade, een geschenk of genezing. Alle heiligen hebben hun eigen litanie.

Wereldlijke litanie: langdradige opsomming, klaagzang en jammerklacht

Ik denk dat het woord Klaagzang meer gebruikt wordt dan litanie. Langdradige opsomming zou ik niet zo snel een litanie willen noemen, het is te nuchter. Er moet iets emotioneels in zitten, maar jammerklacht gaat me dan weer te ver. Dat is meer iets voor een dramatisch toneelstuk of een emotionele uitbarsting.

Misschien maak ik het onnodig ingewikkeld, maar ik ben ervan overtuigd dat er genoeg woorden zijn (vooral de minder gebruikte) die bij verschillende mensen verschillende gevoelens oproepen en verschillend geïnterpreteerd worden.

De klaagzang en ik

Wat een klaagzang is, leerde ik van mijn moeder. En als het maar lang genoeg voorgedaan wordt, dan neem je het vanzelf over. Als ze thuiskwam van een bustrip met de Huisvrouwen Vereniging wachtten we gespannen op de mooie verhalen die ze zou vertellen, in de hoop dat ze van de welverdiende vakantie had genoten. Maar nooit kwam die verwachting uit: het werd één klaagzang: slecht eten, nare reisgenoten, een slechte buschauffeur etc. Onze teleurstelling was groot, we hadden haar zo graag iets leukers gegund. Mijn vader deed altijd heel erg zijn best om er iets positiefs uit te trekken en dan kwam er schoorvoetend iets uit over de mooie omgeving of het interessante museum.

Je went eraan en je denkt dat het je niet beïnvloed heeft. Totdat ik zelf kinderen had. Het viel me op dat als mijn dochtertje van een verjaardagspartijtje kwam, ze altijd de vervelende dingen begon op te noemen. Ineens was het of ik mijn moeder weer hoorde en ik besefte, dat het meiske het van mij overgenomen moest hebben. Ik sprak met haar af dat ze voortaan eerst de leuke dingen zou vertellen en daarna de nare. Ongelooflijk hoe snel dat werkte. En als ze met de leuke dingen begon....dan kwamen er helemaal geen teleurstellende dingen meer uit. Nu is zij een van de meest positieve mensen die ik ken, die zelfs bij de grootste tegenslagen blijft zoeken naar het positieve.

En ik? Ik ben er nog altijd super gevoelig voor. Zoiets brandt er blijkbaar in als je kind bent. Ik moet mezelf geregeld tot de orde roepen, als ik merk dat ik mijn dag aan het verpesten ben met klaagzangen en blind ben voor de positieve of relativerende kanten van een gebeurtenis. En nu is het mijn dochter die tegen mij zegt: Ho mam, eerst de fijne en goede dingen, de rest komt straks wel. Eén troost: ik heb haar dus gelukkig wel goed opgevoed.

© Jannie Trouwborst, mei 2020.

vrijdag 15 mei 2020

Verpieteren

#WOT betekent Write on Thursday. Inmiddels wordt het georganiseerd door ALI.  Iedere donderdag verzint ze een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen.

Het #WOT woord van vandaag is

Verpieteren = 1) Verkommeren, 2) verleppen, 3) verwelken, 4) wegkwijnen.

Verpieteren toen

Hoewel ik meteen begrijp waarom Ali dit woord heeft gekozen in deze tijd van eenzame, min of meer vrijwillige, opsluiting voor velen, kan ik het niet laten eerst eens in de achtergrond van het woord te duiken. Een mooi begin daarvoor is de etymologiebank. De betekenissen, zoals die hierboven bij het woord gegeven worden, blijken van later datum dan de oorspronkelijke betekenis.

Voorbeelden tonen aan dat verpieteren vanaf 1661 gebruikt werd in de betekenis van: vergaan, bederven, waardeloos worden. Het gaat dan voornamelijk over zaken, niet over mensen. Het woord zou zijn oorsprong hebben in het Latijn (pedester: te voet, laag-bij-de-gronds) en via Oud-Frans (peestre) en het Frans (piètre: armzalig, sjofel) en het Vlaams terecht gekomen zijn (pieter: bedorven waar).
Vanaf 1793 wordt het ook voor mensen gebruikt in de betekenis van verkommeren, volgens de etymologiebank. Maar ook dan is het niet erg positief bedoeld. Zo schrijft Multatuli in 1874 in Woutertje Pieterse over een dronken jongeman:

"Och, och och, 'n waar schandaal. Zoo jong nog en dan al zoo gruweloos aan het verpieteren."

Verkommeren is echter een woord dat we pas sinds 1920 kennen. Het is een leenwoord uit het Duits. In de jaren ’40 werd verkommeren soms als een germanisme (D. ‘verkümmern’) beschouwd voor ‘verarmen, wegkwijnen, wegteren’. Behalve in Van Dale, die het reeds in de jaren ’20 vermeldt, vindt men verkommeren in de woordenboeken pas vanaf de jaren ’50 en soms zelfs nog later maar het wordt nu door iedereen als correct Nederlands aanvaard. 

Verpieteren nu

De betekenis van verpieteren is dus opnieuw veranderd, van iets dat schandelijk was in iets dat triest is voor de betrokkenen. De betekenis die nu bovenaan dit stukje staat klopt en heeft als synoniemen inderdaad onder andere verkommeren en wegkwijnen. Toch vind ik die twee woorden passender voor mensen dan verpieteren. Dat omvat immers ook de betekenissen verleppen en verwelken, iets wat naar mijn gevoel toch het meest bij planten hoort. Overdrachtelijk kun je het misschien van mensen zeggen, maar ik kies toch liever voor verkommeren en wegkwijnen.

Dit alles doet natuurlijk niets af aan de situatie waarin veel mensen verkeren. Ouderen die eenzaam thuis zitten en niet de deur uit kunnen, verkommeren en kwijnen weg. Verpleeghuisbewoners die geen bezoek mogen ontvangen en vaak in hun kamers moeten verblijven idem. Alleenstaanden die thuis werken en vrijwel niemand zien lopen ook het risico weg te kwijnen.

Het is duidelijk dat we moeten proberen ons zo veel mogelijk te bekommeren om iedereen die dat nodig heeft. Ik heb er vertrouwen in, dat dat wel gaat lukken.


donderdag 7 mei 2020

Vrijheid

Het is al even geleden dat ik voor het laatst meedeed aan #WOT. #WOT betekent Write on Thursday. Inmiddels wordt het georganiseerd door ALI.  Iedere donderdag verzint ze een woord waar je over kunt schrijven (bloggen, vloggen of ploggen). Niets moet, alles mag. Je kunt op ieder moment instappen. 

Het #WOT woord van vandaag is:
Vrijheid = 1) het vrij zijn; onafhankelijkheid, vrijheid, blijheid, iedereen moet maar doen waar hij zin in heeft, 2) daad die de gewone grenzen overschrijdt; zich vrijheden veroorloven.

Uiteraard komt in dit verband de viering van 75 jaar vrijheid het eerst naar boven: het vieren van het einde van de Tweede Wereldoorlog, die gepaard ging met onderdrukking en het op alle mogelijke manieren inperken van persoonlijke vrijheid. Daar is de afgelopen periode al heel veel aandacht aan besteed en er is gewaarschuwd dat we oplettend moeten zijn, als we niet willen dat onze democratische rechtstaat opnieuw gekaapt wordt door nazistische groeperingen. 

Mij schoot echter ook meteen een lied te binnen dat wij zongen op de bijeenkomsten van de AJC (1918-1959). Voor wie dat niets zegt: een soort van padvindersclub voor arbeiderskinderen, de Arbeiders Jeugd Centrale (zie:WIKIPEDIA). Als kind maakte ik er deel van uit tot de opheffing. Ik was toen 12 jaar. Blijkbaar sprak het me toen al zo aan, dat ik het nu nog kan zingen. D.w.z. het eerste couplet, de andere heb ik er voor dit stukje bij gezocht.:
De gedachten zijn vrij
Wie raadt ze daarbinnen?
Zij dansen voorbij
Als nacht'lijke schimmen
Geen mens kan ze naken
Geen jager ze raken
Laat wezen wat zij:
De gedachten zijn vrij

Ik denk mij wat ik wil
In heimlijke dromen
Haar zoetheid laat ik stil
Mijn harte doorstromen
Mijn wens en begeren
Kan niemand mij weren
Laat wezen wat zij:
De gedachten zijn vrij! 

En spert men mij geboeid
In duistere toren
Hun zorgen en moeit'
Gaan alle verloren
Gedachten als vuren
Doen storten de muren
En zold'ring daarbij!
De gedachten zijn vrij! 

Daarom wil ik immer,
de zorgen verjagen,
en zal mij ook nimmer
met spoken meer plagen
Men kan toch daar binnen,
steeds lachen en minnen
en denken, wat ook zij:
de gedachten zijn vrij !
Ik heb zelf de oorlog niet meegemaakt, mijn ouders wel en die spraken er ook met ons over. Voor hen zal het een andere, meer beladen betekenis gehad hebben dan voor mij. Bij het opzoeken van de rest van de tekst, ontdekte ik dat het een van oorsprong Duits lied is uit de periode van de boerenoorlogen in Duitsland rond 1500. Het is één van de eerste protestsongs, een aanklacht tegen censuur en controle.

Het werd gezongen in verzetskringen en in de concentratiekampen tijdens de Tweede Wereldoorlog, en het werd verboden door Hitler. 

Dat is nieuw voor mij. Het kan me nog steeds ontroeren en geruststellen. Precies zoals ik dat destijds voelde, zonder te beseffen dat mijn ouders (die het belangrijk vonden dat ik naar de AJC ging), het direct met de jaren van de onderdrukking verbonden. 

En zeg nou zelf, al is de tekst ouderwets en bombastisch, de moraal van het verhaal is dezelfde gebleven.

© Jannie Trouwborst, mei 2020.


donderdag 7 maart 2019

Een nieuwe fase

Het was al een poosje stil hier. Wellicht is het sommigen van jullie opgevallen. Geen enkel blog, weinig reacties op Twitter, vrijwel geen Facebook. Het was voor mij even een tijd van bezinning. Ik las wel, maar in bloggen had ik weinig zin. Een paar maanden geleden worstelde ik er ook al mee. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, maar dat viel tegen. Dan is er dus meer aan de hand dan ik aanvankelijk dacht en dat kan ik niet langer negeren.

Onlangs schreef Annelies dat ze besloten had te stoppen met haar blog na zeven jaar. Ik heb dat in de vijftien jaar dat ik blogde bij meer boekblogsters zien gebeuren: nieuwe uitdagingen, trouwen, kinderen krijgen, een eigen bedrijfje beginnen, van werk veranderen: allemaal redenen om het bloggen even op een lager pitje te zetten of, al dan niet tijdelijk, te stoppen. Allemaal gebeurtenissen in het leven die spannende nieuwe vooruitzichten bieden en toekomstgericht zijn. Er was een nieuwe fase in het leven aangebroken.

Wat al deze gebeurtenissen gemeen hebben, is het feit dat ze omarmd werden door wie er in belandde en dat het leven daarop ingericht werd, met de focus op veel meer en vaak andere dingen dan bloggen over boeken. Ik vind het geweldig omringd te zijn door zoveel jonge, enthousiaste mensen en geniet mee van de manier waarop ze volop in het leven staan. Met hun kinderen, hun wandelprojecten en hun uitdagende bezigheden op gebied van werk en gezin. En hun leesavonturen natuurlijk. Daarbij vergeet ik wel eens dat ik in een heel andere fase van het leven verkeer. En dat drong ineens door toen ik het blog van Annelies las.

Mijn toekomst is een stuk korter dan die van mijn jonge blogvriendinnen. Het is gewoon realistisch dat te beseffen. En die wordt ook niet langer door het bloggen over boeken stug vol te houden. Zeker niet als het geen plezier meer geeft en het op een verplichting is gaan lijken. Misschien is het zelfs wel een vlucht voor de realiteit. Zoals ik vroeger mijn kamer op ging ruimen als ik eigenlijk zou moeten studeren, maar het liever nog even uitstelde. Nu is het andersom: bloggen als ik eigenlijk mijn spullen uit zou moeten zoeken en opruimen....

Dat is niets om somber over te doen: ik heb nog een toekomst, maar die moet ik wel inrichten zoals bij deze levensfase hoort. Accepteren wat niet meer mogelijk is en genieten van wat nog wel kan. Nadenken over hoe en waar we over enkele jaren willen gaan wonen. Kleiner, met een minder bewerkelijke tuin en minder huis om schoon te houden en zonder trappen. Het is nog lang niet zover, maar voorbereidingen treffen is nooit tevergeefs, want dat het ooit zover komt, dat houd je ook niet tegen door stug door te bloggen, terwijl je er geen zin meer in hebt. Dat is je kop in het zand steken.

Toen dat helder werd, was het alsof er iets van me af viel. Of ik een stukje vrijheid veroverde. Ik kan gewoon blijven lezen en af en toe in een blogje aan jullie vertellen wat ik zoal las. Ik kan jullie blijven volgen op Twitter en via jullie blogs. Want dat contact kan ik echt niet missen. Niet alleen voor de boekenblogs, maar ook de tuin van Stien, het Tiny House van Hendrik-Jan, de kinderen van Literasa, Sue en Tessa, de rake maandagquotes van Karin en haar confronterende vragen, de sportprestaties en stukjes van Ali, de wandelingen en wijze woorden van Niek, de straatgedichten en streekpaden van Suzanne, de schilderijen en stukjes van Carel, de waardevolle tips van Sandra, Lalagè, Johanna en de schrijfopdrachten van Martha. En nog zoveel anderen, wiens tweets en blogs ik graag lees.

Maar ondertussen kan ik aan de slag gaan met mijn eigen, noodzakelijke projecten hier thuis. Zonder schuldgevoel, omdat ik denk dat ik eigenlijk nog zou moeten bloggen. En gewoon omdat dat goed voelt. Bezig zijn met wat er nu toe doet: mijn familie en mijn vrienden en zo min mogelijk troep achterlaten voor mijn kinderen. En weer tijd vinden voor mijn hobby's: fotograferen, wandelen en de genealogie. 

De eerste stappen voor onze toekomst zijn al gezet. Daarover later misschien meer. Voorlopig lees ik ontspannen verder. Binnenkort een blogje daarover, zonder recensies. Uiteraard in Het Bureau, dat geeft echt rust, zoals Gerbrand Bakker al voorspelde. Maar tussendoor ook andere boeken. 

Ik zeg niet dat ik nooit meer zal bloggen over een boek. Over Het Bureau zal ik in elk geval vast nog wel eens wat melden. Dat doe ik dan uiteraard gewoon op MIJN BOEKENKAST. Dit weblog, VERBEELDING EN HISTORIE, bewaar ik voor persoonlijke stukjes en creatieve uitingen, bezoeken aan films, musea, toneelvoorstellingen e.d. Minder volgers misschien, maar dat is niet erg. Via Twitter komt het toch wel bij de juiste mensen terecht, d.w.z. de mensen die ik niet graag wil verliezen door weinig te bloggen over boeken. Over de frequentie ga ik niets zeggen, de tijd zal het leren.

Geen afscheid dus! We houden contact via Twitter.

© Jannie Trouwborst, maart 2019.

zaterdag 26 januari 2019

Kruimels is ook brood


Vroeger deed ik wekelijks mee met de #WOT van Martha *). Ik beleefde er veel plezier aan, maar het werd allemaal wat teveel. Ik wil het weer oppakken, gewoon omdat ik daar zin in heb. Ik zal niet meer elke donderdag meedoen, maar alleen als het opgegeven woord iets bij me losmaakt. En dat is deze week het geval.

Brood ~
1) Baar 2) Baksel 3) Basisvoedsel 4) Bestaan 5) Christelijk symbool 6) Dagelijks eten 7) Dagelijks voedsel 8) Deel van de eetwaren 9) Eindje 10) Etenswaar 11) Kost 12) Kostwinning 13) Levensonderhoud 14) Meelproduct 15) Meelspijs 16) Nederlands Kunstschilder
 

Brood in het museum

Voor me ligt de dikke catalogus van de uitgebreide tentoonstelling die Museum Boymans-van Beuningen jaren geleden (1983) organiseerde over Brood. De geschiedenis van het brood en het broodgebruik in Nederland. De onderwerpen die aan bod kwamen waren divers: graanbouw en graanhandel, de korenmolen en het meel, de bakker en zijn brood, de verkoop van het brood, geschiedenis en vormgeving van de Nederlandse broodsoorten, broodconsumptie en eetgewoonten, brood in Bijbel en religie, brood als symbool van voedselvoorziening en armenzorg, brood in kunst en literatuur. 

De tentoonstelling kwam tot stand na een verzoek van het Genootschap voor de Bakkerij. Museum Boymans-van Beuningen voldeed graag aan het verzoek, gezien de grote rol die brood speelt in onze Westerse cultuur. Er waren voldoende aanknopingspunten om de verscheidenheid te tonen van allerlei kunstuitingen, producten en documenten met betrekking tot brood. Veel Nederlandse musea gaven stukken in bruikleen, maar ook Vlaanderen en Duitsland deden mee. Te zien was beeldende kunst (schilderijen, gravures, sculpturen), documentatie (manuscripten, boeken, reclame en ander drukwerk), voorwerpen (koekplanken, gildebekers, penningen, korenmaat etc.).

Ook de cultuurhistorische context van de producten en gebruiksvoorwerpen kwam aan bod. Daarvoor werden deskundigen van buiten het museum geraadpleegd. In het voorwoord staat bijvoorbeeld:

"Met erkentelijkheid wil ik voorts vermelden, dat de heer Drs. J.J. Voskuil, hoofd van de afdeling Volkskunde van het P.J. Meertens-Instituut te Amsterdam en zijn medewerkers ons welwillend de gelegenheid hebben gegeven om kennis te nemen van hun uitvoerige documentatie over brood."

Het is voor mij nog steeds een genoegen de catalogus door te bladeren. Niet alleen om de foto's van de tentoongestelde zaken te bekijken, maar ook om de goed onderbouwde teksten te lezen. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt bij het schrijven van ons familieboekje over mijn overgrootvader die bakker was in Friesland in de tweede helft van de 19de eeuw. Een moeilijke periode voor kleine zelfstandige bakkers. Er was geen droog brood meer mee te verdienen.....En dat brengt me bij een ander onderwerp voor dit stukje over brood. 


Spreekwoorden en uitdrukkingen

Volksvoedsel als brood heeft heel wat spreekwoorden en gezegden voortgebracht. Ik weet zeker dat iedereen er zo een aantal op kan noemen. Meestal met brood als voedsel, maar zoals in het overzichtje van Martha al staat, is brood ook vaak een synoniem voor inkomen: De een zijn dood is de ander zijn brood.
 

Tussen de minder bekende vond ik deze:

- Overal wordt brood gebakken

- Kruimels is ook brood

- Liever brood in de zak, dan een pluim op de hoed

- Bij gebrek aan brood eet men korstjes van pasteien

- De raven zullen je geen brood brengen

- Klagers geen nood, pochers geen brood

- Ongegund brood wordt meest gegeten
 


Vooral die laatste vind ik intrigerend, hij moet al heel oud zijn, want hij staat op een gevelsteen in Ommen uit 1776. Kende je hem? Welke uitleg zou jij erbij geven?

TIP: Als je eens in de buurt bent: Het Nederlands Bakkerij Museum te Hattem.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

*) #WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

donderdag 10 januari 2019

Langs het tuinpad van mijn vader

Het is al heel lang geleden dat ik meedeed met de #WOT van Martha *). Ik beleefde er veel plezier aan, maar het werd allemaal wat teveel. Ik wil het weer oppakken, gewoon omdat ik daar zin in heb. Ik zal niet meer elke donderdag meedoen, maar alleen als het opgegeven woord iets bij me losmaakt. En dat is deze week het geval.

Ansichtkaart ~1) Ansicht 2) Contactkaart 3) Fotokaart 4) Kaart om te versturen 5) Poststuk 6) Prentbriefkaart 7) Soort kaart ~

Als ik aan ansichtkaarten denk, dan schieten mij drie zaken te binnen die ik graag met anderen wil delen. 

Familiegeschiedenis

Een van mijn hobby's is genealogie: je verdiepen in de geschiedenis van je voorouders. In eerste instantie ben je dan vooral met jaartallen bezig en bloedlijnen, maar langzamerhand wil je van de gevonden voorouders graag meer weten. Wat was hun beroep, waar leefden ze, wat valt er te zeggen over de omgeving waar ze woonden in die tijd, tegen welke problemen liepen ze aan en meer van die zaken.

Een paar jaar geleden maakte ik een boekje voor de directe familieleden over Eelke van Oostrum (1854-1924), mijn overgrootvader met als ondertitel: Bakker te Folsgare. Het was niet eenvoudig om in die tijd bakker te zijn. Er viel heel wat te onderzoeken rondom zijn leven en ik vond het leuk dat op schrift te stellen. Dankzij internet is er veel online te vinden, feiten, maar ook beelden. Daar horen vanaf eind 19de eeuw ook ansichtkaarten bij. Daardoor was het mogelijk mijn boekje te illustreren met beelden van o.a. Folsgare, een eeuwenoud terpdorpje in Friesland, vlakbij Sneek. Historische ansichtkaarten zijn te vinden in streekarchieven, maar ook op verzamelbeurzen en via online verkoopsites. Zo ben ik in het bezit gekomen van enkele mooie exemplaren die een goed beeld geven van de leefomgeving van mijn voorouders.

Postcrossing

Maar ook de moderne ansichtkaart is nog lang niet ten dode opgeschreven. Ik koop ze nog wel eens op de plaats van bestemming, als herinnering. Ik verstuur ze aan mensen die geen internet hebben. Of die ik wat mee wil delen waar mijn "vrienden" op FB niets mee te maken hebben. Of aan de kleindochters die het prachtig vinden om echte post te ontvangen.

Maar er is meer. Wel eens van Postcrossing gehoord? Nee? Kijk dan maar eens op de site. Ik ben er jarenlang actief geweest, samen met mijn oudste kleindochter. En samen met mij bijna 800.000 mensen over de hele wereld. 
Het systeem zit geweldig in elkaar. Als je (gratis) lid bent geworden, krijg je voor elke kaart die je stuurt er gegarandeerd één terug. Het systeem genereert een adres ergens op de wijde wereld, je stuurt er een kaart heen, je naam gaat het systeem in en jij ontvangt daarna ook een kaart uit een land hier ver vandaan. Je kunt in je profiel aangeven welke onderwerpen je voorkeur hebben, maar je laten verrassen is ook leuk. Met die voorkeur hoeft overigens geen rekening gehouden te worden. Zelf heb ik intussen een hele verzameling vuurtorens en klederdrachten van heinde en ver.

Sommige scholen gebruiken postcrossing in de klas, om met de ontvangen kaarten de kinderen aan te sporen meer te weten te komen over het land van herkomst. PostNL heeft een poos geleden zelfs speciale postcrossing postzegels uitgegeven. Al zijn buitenlandse deelnemers vaak ook heel blij met andere bijzondere postzegels. 
Daarnaast is er een uitgebreid forum, waar nog veel meer met de opgedane contacten gedaan kan worden. Een ideetje om eens vrijblijvend uit te proberen met kind of kleinkind? Mijn ervaring is, dat het heel leuk en verslavend is. Soms moet je wel eens wat langer wachten op een kaart en heel soms gaat het mis omdat er een zoek raakt, maar mij overkwam dat vrijwel nooit. 

Tuinpad van mijn vader

Natuurlijk kun je er niet omheen: Thuis heb ik nog een ansichtkaart waarop een kerk een kar met paard .....  met als refrein:

En langs het tuinpad van m'n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter,
dan dat dat nooit voorbij zou gaan. 


Wist je dat je nog steeds over dat Tuinpad kunt wandelen? De tekst van dit overbekende liedje van Wim Sonneveld is namelijk geschreven door zijn partner Friso Wiegersma. Friso groeide op in Deurne, waar zijn vader Hendrik Wiegersma huisarts, kunstschilder en kunstverzamelaar was. In het voormalige woonhuis/annex dokterspraktijk is nu het museum De Wieger gevestigd. In de tuin is het atelier te bezichtigen en langs de fraaie omringende tuin loopt nog steeds het tuinpad met de hoge bomen. Jaarlijks wordt er in juni het Tuinpadfestival gehouden. 

(Wij bezochten het museum een paar jaar geleden. De moeite waard. Bekijk zeker even het filmpje op de site van het museum.) 

© Jannie Trouwborst, januari 2019.

*) #WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

dinsdag 8 januari 2019

Het roer moet om deel 3: En nu verder

Sinds half november ben ik bezig geweest met analyseren waarom ik me niet prettig voel en wat ik anders zou willen. Ik heb jullie daarvan in enkele stukjes op de hoogte gebracht. Ik denk dat ik er wel zo'n beetje uit ben. Dat wil alleen zeggen dat ik een idee heb hoe het verder moet, maar dat het afwachten is of dat ook gaat lukken. Het zal dus meer een aftasten zijn, kijken wat werkt voor mij, alles een beetje op me af laten komen. Ik heb nog geen vastomlijnde plannen.

Ik weet nu beter wat ik wil: meer genieten van de mensen om me heen en van de dingen waar ik plezier aan beleef. Behalve lezen zijn dat o.a. schrijven, wandelen en fotograferen. Ik lijd aan een vreemde ziekte die het mij niet toe staat iets plezierigs te ondernemen waar ik energie van krijg, als ik het idee heb daarmee andere plichten te verzaken, waardoor het me constant aan energie ontbreekt om die verplichte zaken aan te pakken. En zo kom je dus is een vicieuze cirkel terecht.

Maar wat is nu echt een verplichting? Natuurlijk er zijn dingen die echt gedaan moeten worden, maar hoeveel zaken zijn er waarvan ik dènk dat ze moeten, maar die ik mezelf op de hals haal? Alleen al het onderscheid daar tussen maken geeft lucht. Ik zal er hier niet meer in detail op in gaan, maar als ik die op een rijtje zet, zie ikzelf hoe belachelijk dat allemaal is. Dat betekent kappen met een heleboel zelf opgelegde "verplichtingen". 

Toch heeft mijn besluit ook gevolgen voor mijn blogs. Zo zal ik niet meer meedoen aan #boekperweek. Dit jaar lukte het om 50 boeken te lezen en ze allemaal van een recensie te voorzien. Komend jaar zien we wel hoeveel het er worden. Maar wat ik lees, wordt nog wel steeds van een recensie voorzien. Ik lees mijn boeken graag langzaam en zorgvuldig, soms tweemaal. En dan lukt het niet er heel veel te lezen.

Daarnaast zullen het wellicht andere boeken zijn. Toen ik ruim twee jaar geleden gevraagd werd door De Leesclub van Alles om recensies voor hun site te schrijven waren we nog maar met een kleine groep. De lat lag hoog, de stijl van de recensies was erg belangrijk en het was niet de bedoeling dat ze op een (persoonlijker) blog gingen lijken. Daar heb ik veel energie in moeten steken, ook bij het bewerken van oude blogposten tot fatsoenlijke recensies. Inmiddels zijn er ruim voldoende recensenten en zijn de strenge eisen wat losgelaten. 

Maar ik heb gemerkt dat ik het laatste jaar tijdens het schrijven teveel bezig was met de vraag wat ik wel en niet kon schrijven, omdat het niet meer alleen een blogpost was. Dat begon ik als beklemmend te ervaren. Ook bij de boekkeuze lette ik op wat er al besproken was en of het om een beetje recent boek ging. Dat betekende dat ik boeken die ik graag zou willen lezen, moest laten schieten en dat ik veel recensie-exemplaren moest aanvragen, die dus weer de verplichting tot een recensie betekenden.

Op Mijn Boekenkast zullen nu dus minder en ook andersoortige boeken verschijnen, al blijf ik mijn voorkeur voor Nederlandse literatuur wel trouw. Wat zeker doorgaat is de Maand van de Surinaamse literatuur in oktober. Of ik meedoe met leesacties van andere boekbloggers zal ik per keer bekijken.

Dit blog Verbeelding en historie zal juist meer gaan bevatten en gevarieerder worden. Het zijn nog vage plannen, maar ik denk aan af en toe een gedicht uitpluizen, misschien weer eens een stukje over een spreekwoord (waaraan ik in het verleden ook veel plezier beleefde, zie het tabblad Spreekwoorden). Ook films, theatervoorstellingen en musea komen wellicht meer aan bod. En zomaar een verhaaltje "voor de leuk" of de stukjes voor WOT (zie bij het tabblad WOT). 
Kortom meer schrijven om het plezier van het schrijven.

Of er nog wat gaat gebeuren met mijn blog over wandelen weet ik nog niet. Ik ga in geen geval meer proberen om 1000 km per jaar te lopen. Misschien gaan we trainen voor een langere meerdaagse tocht en is het op het moment dat we die gaan lopen leuk om er verslag van te doen. We zien wel. Voorlopig laat ik alles even op me afkomen en ga ik vooral doen waar ik zin in heb. 

Om te beginnen nu eerst Een knipperend ogenblik van Mirjam van Hengel uitlezen over Remco Campert, waar ik me de tijd niet voor gunde, terwijl ik er zo naar uitgekeken heb.

© Jannie Trouwborst, januari 2019.