zondag 1 april 2018

De Martelaren van Gorcum

De bevrijding van Den Briel

De Watergeuzen bestormen de poort van Den Briel
Elk jaar op 1 april wordt in het vestingstadje Brielle op Voorne-Putten de intocht van de Watergeuzen in 1572 gevierd. Een groot deel van de bevolking doet mee met het spektakel. Wie komt kijken, waant zich terug in de 16de eeuw. Alle hoofdrolspelers van destijds spelen hun rol met verve, bijna iedereen is verkleed, de straten zijn aangepast aan de tijd en de nog bestaande poorten en vestingwallen worden gebruikt om de verovering na te spelen. Met oude zeilschepen komt het gezelschap aan in de haven. Zoals het gezegde luidt: Op 1 april verloor Alva zijn Bril (Den Briel).

De opmars van Willem van Oranje was een feit: opkomend voor de vrijheid van godsdienst trachtte hij de Habsburgse Nederlanden te bevrijden van de Spanjaarden. De bevolking moest zelf kunnen kiezen tussen protestantisme en katholicisme, zonder het risico te lopen op de brandstapels van Alva te belanden. Toen Willem van Oranje dat kwam bepleiten bij Margaretha van Parma, samen met zijn metgezellen de graaf van Egmond en de graaf van Horne, kon hij ternauwernood ontsnappen en werden zijn beide vrienden gevangen genomen en onthoofd. De verontwaardiging in Holland en het verzet tegen de Spanjaarden werd alleen maar groter door deze gebeurtenissen. Overal ontstonden wrijvingen tussen hervormingsgezinde en katholieke burgers en geestelijken. Steden veroveren op de Spanjaarden lukte in vele gevallen met behulp van de bevolking.

Ommegang rond het Martelveld bij Bedevaartskerk
De Bedevaartskerk in Brielle

In Brielle staat, even buiten de vesting zelf, de Bedevaartskerk, gebouwd ter ere van de Martelaren van Gorcum. Tijdens de 1 aprilviering van de bevrijding van Den Briel wordt er niet veel aandacht besteed aan de mindere kanten van de verovering van steeds meer steden door de Prins van Oranje op de Spanjaarden. Maar als er ergens duidelijk wordt, dat godsdiensttwisten altijd slachtoffers maken, dan was het toch wel in Brielle.

De Martelaren van Gorkum

Tijdens de Opstand namen de Geuzen op 26 juni 1572 ook de stad Gorinchem (ook wel: Gorcum of Gorkum) in. Hoewel door de bezetters – die in alliantie met Willem van Oranje stonden – geloofsvrijheid was toegezegd aan de bevolking, werden zeventien priesters alsmede twee lekenbroeders, gevangengenomen en gefolterd. Het schrikbewind van Alva en de onthoofding van de graven Van Egmond en Horne hadden zoveel kwaad bloed gezet dat bevelhebber Lumey het verbod op agressie tegen andersgelovigen van Willem van Oranje negeerde. De geestelijken werden per schip vervoerd naar Den Briel. Op 9 juli 1572 werden zij bij Den Briel opgehangen in een turfschuur die aan een vernietigd klooster toebehoorde; vervolgens werden hun lichamen verminkt. Andere priesters vonden de dood op de brandstapel op de Grote Markt van Den Briel. Sindsdien heten zij de Martelaren van Gorcum. Toen wij nog op Voorne-Putten woonden, hebben wij de Bedevaartskerk enige malen bezocht, o.a. op Open Monumentendag en tijdens het navertellen van deze naargeestige gebeurtenis, op het Martelveld achter de kerk bij de gedachteniskapel die op de plek van de turfschuur werd gebouwd. Ook nu nog worden er rond 9 juli bedevaartstochten gehouden naar deze kerk in Den Briel. 

Vestingstad Gorinchem 

Plattegrond van de vesting is nauwelijks veranderd
Maar hoe is dat in Gorcum, vroegen we ons af. Daarom bezochten we onlangs deze goedbewaarde vestingstad. Bij de VVV kochten we een vestingwandeling: de historische vestingwal met al zijn bijzondere monumenten en prachtige uitzichten over zowel de stad als over de omringende rivieren, was geweldig om te lopen. Reken er maar een paar uur voor, als je het ook wilt proberen. Hij start bij het Museum van Gorcum, waar op de bovenste verdieping een permanente tentoonstelling is over de Martelaren van Gorcum. Hun verhaal wordt er uitgebreid verteld in een informatieve film. Een fragment eruit is te zien op de site van het museum: Filmfragment. Foto's van gebrandschilderde ramen en schilderijen van over de hele wereld laten zien dat het verhaal algemeen bekend is. 

Leren van de geschiedenis?

Het is goed een dergelijk verhaal te bewaren, maar ook om het van meerdere kanten te bekijken. Er zijn namelijk geen monumenten voor de "ketters" die op de brandstapel terecht kwamen omdat ze protestant of hervormd wilden zijn. De verzoening liet lang op zich wachten, maar uiteindelijk werd aan katholieken toegestaan hun visie op het geloof weer te belijden. Zoiets nooit meer, zal er gedacht zijn. Maar toch zijn er sindsdien steeds opnieuw velen vanwege hun geloof vermoord. En nog altijd is op deze wereld niet iedereen vrij om zijn zelfgekozen geloofsovertuiging te belijden. Of om juist van een dergelijke overtuiging af te zien. Helaas is zoiets ongrijpbaars als "het geloof" na bijna 450 jaar nog steeds in staat slachtoffers te maken.

Dat alles neemt niet weg, dat zowel Brielle als Gorinchem vestingsteden zijn die het waard zijn te voet te verkennen. Wij kochten onze wandelroute door Gorinchem bij de VVV op de Groenmarkt. 

© Jannie Trouwborst, april 2018.

zondag 25 februari 2018

Eindhoven: Dafmuseum en de Dommel

Stadswandelingen kunnen een uitkomst zijn, als je even niet zoveel kilometers kunt maken. Maar toch is wat natuur ook wel prettig. Een interessante omgeving zou het helemaal compleet maken. Na wat gepuzzel (en een laatste zetje van de NS) kwamen we uit bij Eindhoven. Want zelfs Zeeuws-Vlamingen willen wel eens ergens anders wandelen.

GroeneStadsWissel Eindhoven: Dommel, Parken en Centrum (nr. 478)

Bij mijn Voordeelurenabonnement van de NS heb ik 7 zgn. Keuzedagen, waarop ik eens in de twee maanden een vrije reisdag heb. Mijn partner kan altijd meereizen met 40% korting, maar af en toe krijg ik van NS een aanbieding voor een goedkope dagkaart (€ 8,95) naar een bepaalde bestemming. Dit keer was dat Eindhoven. Dat is wel een eind reizen voor ons, maar omdat we nu toch geen dagwandelingen kunnen maken, was de reistijd niet zo belangrijk. 
Al snel was duidelijk dat er een Groene Wisselwandeling is die precies bij de situatie paste: nr. 478 van 6 km langs de Dommel en door diverse stadsparken. Niet te lang dus en met voldoende natuur. Maar ik wilde ook nog wel graag een museum bezoeken. De route bleek vlak langs het DAFmuseum te komen. Dat was dus goed inpasbaar.



De heenreis

Om kwart over acht zaten we in de auto die ons via de Westerscheldetunnel naar Goes bracht. Met de trein van kwart over negen vertrokken we richting Roosendaal. Daar hadden we 3 minuten om over te stappen op de trein richting Tilburg. Dat viel nog niet mee: onze trein stopte helemaal vooraan het perron op spoor 4a. Wij wisten toen nog niet dat de trein naar Tilburg helemaal achteraan het tegenoverliggende perron 3b klaar stond en wij zaten helemaal voorin onze trein....... Dat werd dus een heel eind rennen over het perron. Zoals mijn dochter later zei: het OV houdt je fit!
In Tilburg was de overstap gemakkelijker: we konden na een paar minuten overstappen in de trein naar Eindhoven die voorreed op hetzelfde perron. Om kwart over elf kwamen we aan op Eindhoven Centraal. Na enig gedoe met onze GPS (geen goede ontvangst in het station) en na raadpleging van de routebeschrijving met kaart konden we na 3 uur eindelijk op pad.

De Dommel

Tot onze verrassing stonden we na nog geen 500 m. gelopen te hebben al aan de oever van de Dommel. Het riviertje slingert zich door Eindhoven en is vrijwel overal aan beide zijden via voetpaden te volgen. Aan mijn behoefte aan een interessante omgeving werd meteen voldaan: langs de Dommel staan talloze informatiebordjes over de industrieën die zich er in de loop van de tijd gevestigd hebben. Met foto's van de vroegere situatie. Textielindustrie, sigarenfabrieken, melkinrichtingen, smederijen: ze moeten zij aan zij gestaan hebben, ongelooflijk hoeveel. Soms is nog iets te zien van dat verleden. Je kunt de foto's vergelijken met wat je nu ziet en dan valt een kapitale woning van een textielbaron op of een appartementencomplex waar vroeger een spinnerij in zat. Het fijne, groene en rustige wandelpad bracht ons bij een brug over de Dommel, waar we linksaf het riviertje overstaken om in de richting van het DAFmuseum te lopen.


 Het DAFmuseum

Ik had wel wat informatie en foto's op internet bekeken van het museum, maar wat we vonden overtrof onze verwachtingen. Allereerst de mogelijkheid om er (na de lange reis) koffie te drinken en later op de dag nog een tosti te eten voor we onze route langs de Dommel weer op zouden pakken. Maar zeker ook de manier waarop het museum verder was ingericht: voor elk wat wils. Beneden staan de grote vrachtwagens: oude, nieuwe, legendarische en militaire. Mijn partner was blij verrast de legertruck te zien staan waarin hij, tijdens zijn diensttijd, rij-instructeur is geweest. De begeleidende film over wat DAF allemaal voor het leger gemaakt heeft, boeide hem.
Een groot aantal opengewerkte motoronderdelen zijn vooral voor de kenners, al stak ik er, na zijn uitleg ook het een en ander over op. Brandweerauto's, de koninklijke bus, een oude streekbus en als blikvanger een open autootje dat de koninklijke familie tijdens hun vakanties in Italië gebruikte. Opnieuw enthousiasme bij mij partner toen we havenvoertuigen ontdekten waarmee hij nog heeft gewerkt: ik wist niet dat DAF zoveel meer maakte dan het bekende autootje.



Op de tussenverdieping bevindt zich de oude smederij waar de gebroeders van Doorn begonnen met hun bedrijf. En een afdeling met de gigantische verzameling voorwerpen en autootjes met het DAFlogo (asbakken, spelletjes, vlaggetjes, bekers enz). Plus de museumwinkel en de al genoemde koffiehoek. Maar wij wilden nog naar boven. Daar bevinden zich de personenauto's. Ook hier via informatiepanelen en opengewerkte modellen een uitleg van de ontwikkeling van de DAFmotoren en over wat er zo speciaal aan is. Daarnaast vele oude en nieuwere modellen, met als sluitstuk de miljoenste DAF ontworpen door Marte Röling. 

De parken

Tijd om een hoofd vol indrukken weer even leeg te laten waaien, dus zochten we de Dommel weer op om de route te vervolgen. Het werd een prachtige wandeling. We passeerden het Van Abbemuseum, een monument voor de slachtoffers van de Herculesramp op vliegveld Eindhoven op 15 juli 1996. We liepen door parken met mooie beelden, langs statige 19de eeuwse villa's en door wijken met de kenmerkende jaren 30 stijl. Op de andere oever van de Dommel liepen we terug richting het centrum. We passeerden de poort van het Sint-Catharinakerkhof, maar hadden helaas geen tijd meer voor een bezichtiging. En weldra stonden we op het Stadhuisplein en vlak daarna voor de indrukwekkende Catharinakerk. Hier begonnen ook de winkelstraten, de drukte en het lawaai. De terrassen op de Markt zaten overvol, na alle rust van de Dommel, de parken en in het museum werden we erdoor overvallen en wisten niet hoe snel we bij het station moesten komen.

De terugreis

Het was te laat om nu aan de terugreis te beginnen met een lege maag. Gelukkig vonden we in de stationshal een plekje waar we even iets eenvoudigs konden eten. Om kwart voor 6 zaten we weer in de trein naar Tilburg. De overstap daar ging voorspoedig en ook in Roosendaal hadden we dit keer geluk: recht oversteken. De auto stond nog trouw op ons te wachten in Goes en om half negen staken we de sleutel weer in het slot van onze voordeur in Zeeuws-Vlaanderen.
Moe, maar voldaan, met 8 km in onze benen om bij te schrijven en met heel veel fijne indrukken om weer even op te teren.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.

Voor Groenestadswandeling Eindhoven KLIK HIER.
Voor het DAFmuseum KLIK HIER.

dinsdag 9 januari 2018

Het geheime dagboek van Hendrik Groen: de tv-serie

Het boek

Het boek Pogingen iets van het leven te maken, het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar verscheen in juni 2014. Binnen de kortste keren was het een bestseller en in 2016 werd het boek bekroond met de Publieksprijs voor het Nederlandse boek. Jarenlang was onbekend wie er schuil ging achter het pseudoniem. De speculaties liepen uiteen van Sylvia Witteman tot Arnon Grunberg. Het bleek uiteindelijk te gaan om Peter de Smet, die geen behoefte had aan de publiciteit die bij een bestseller hoort en zich na de ontdekking verder op de achtergrond hield. 

Samenvatting 

Hendrik Groen mag dan oud zijn, hij is nog lang niet dood en niet van plan zich eronder te laten krijgen. Toegegeven: zijn dagelijkse wandelingen worden steeds korter omdat de benen niet meer willen en hij moet regelmatig naar de huisarts. Technisch gesproken is hij bejaard. Maar waarom zou het leven dan alleen nog maar moeten bestaan uit koffiedrinken achter de geraniums en wachten op het einde? In korte, ogenschijnlijk luchtige, maar vooral openhartige dagboekfragmenten laat Hendrik Groen je een jaar lang meeleven met alle ups en downs van het leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Op de laatste dag van het jaar zal het nog moeilijk zijn om afscheid nemen van dit charmante personage... (achterflap)

De televisieserie

In 2017 werd aan Martin van Waardenberg gevraagd een scenario te schrijven voor de verfilming van het boek. Door Omroep Max werd de tv-serie vervolgens onder de titel Het geheime dagboek van Hendrik Groen de afgelopen weken in twaalf afleveringen uitgezonden. 
Omdat het een dagboek is, waarvan elk hoofdstuk een maand bestrijkt, heeft hij de serie opgedeeld in twaalf afleveringen en maanden. 'Op die manier zie je de seizoenen aan je voorbijtrekken.' Iets wat in het boek geen onbelangrijk thema is. Hendrik Groen beschrijft regelmatig welke impact het veranderlijke Nederlandse weer heeft op het wel en wee van de bewoners in het verzorgingstehuis, wier actieradius bij sneeuw, regen of een hittegolf ernstig wordt ingeperkt. 
Voor de serie moest Van Waardenberg er wel heel wat bij verzinnen. 'Het boek was niet voldoende om twaalf afleveringen te kunnen vullen. Ik kreeg carte blanche, maar ik had wekelijks overleg met de schrijver van het boek en de regisseur.'

Het resultaat

Ik ben nooit begonnen aan het lezen van het boek. Vooral omdat er nogal eens beweerd werd dat het boek hilarisch was. Ik houd niet zo van hilarische boeken en bij de combinatie daarvan met oude mensen die hun laatste levensdagen moeten slijten in een verzorgingshuis kon ik mij niets voorstellen. Het was dan ook met gemengde gevoelens dat ik de eerste aflevering van de tv-serie bekeek. En al helemaal toen ik zag dat één van de hoofdrolspelers een bekende komiek was: André van Duin. 
Maar wat ben ik blij dat ik toch ben gaan kijken. Ik had er geen aflevering van willen missen. Ik kan het verhaal dat we te zien kregen echt niet hilarisch noemen: er zitten komische elementen in die moeten voorkomen dat het geheel te zwaarmoedig wordt en die de aandacht voor de kwalen en de afhankelijkheid die de ouderdom met zich meebrengt, moeten verzachten.

Zowel in de serie als in het boek verenigen Hendrik Groen (gespeeld door Kees Hulst) en enkele medebewoners (onder anderen André van Duin en Olga Zuiderhoek) zich in de Omanido-club: Oud Maar Niet Dood. Daarmee proberen ze zich te ontworstelen aan de dagelijkse sleur van het tehuis. Ze weten dat ze voor veel mensen afgeschreven zijn en dat de tijd voortschrijdt, maar leggen zich daar niet bij neer. Daarin onderscheiden ze zichzelf op een positieve manier.

Het commentaar van sommige bloggers die het boek hilarisch vonden, was nu dat de serie te traag was. Dat verbaasde mij. Misschien is het het leeftijdsverschil waardoor jongeren niet goed aan kunnen voelen hoe het is om zo oud te zijn en in een verzorgingstehuis te moeten wonen. Of hoe pijnlijk het bijvoorbeeld is als een apothekersassistente op luide toon met je over de incontinentieluiers praat, terwijl de anderen in de apotheek mee kunnen luisteren. Dat is echt niet hilarisch.
De drie hierboven genoemde acteurs hebben een buitengewoon goede prestatie geleverd. Vooral André van Duin verraste me. Maar ook de andere acteurs zetten geloofwaardige ouderen neer. Ouderen zijn traag, maar daarom nog niet minder enthousiast!

Ik heb genoten van de serie, maar toch zal ik het boek niet meer gaan lezen. Waarom zou ik een goede ervaring laten overschaduwen door een boek dat me misschien minder aanstaat? Ik heb begrepen dat er een vervolg op het boek is geschreven: Zolang er leven is: Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar verschenen in 2016. Is er iemand die dat gelezen heeft? Ik heb er weinig over gehoord. Wie weet lees ik dat nog eens. Want Hendrik Groen en zijn vriend Evert laten me voorlopig nog niet los.

© Jannie Trouwborst, januari 2018. 

zondag 1 oktober 2017

Voor de vuist weg

Eind vorig jaar ontdekte ik de Spreekwoordenserie van Carel de Mari (KLIK HIER). Eigenlijk had hij net besloten ermee te stoppen, maar ik vroeg hem mij drie maanden de kans te geven om het ook eens te proberen. Dat deed hij en inmiddels zijn we 9 maanden verder. Met veel plezier ben ik elke week weer met een nieuw woord aan de slag gegaan. Voor deze week (39) is dat VUIST.

Laat ik voorop stellen dat ik nooit voor de vuist weg stukjes schreef. Ik deed er echt mijn best op, probeerde onbekende spreekwoorden of gezegden te vinden of met een onverwachte wending het verhaaltje te besluiten. Maar mijn vuistregel is toch ook: ik moet het niet alleen zelf leuk vinden, maar het moet, gezien de tijd die ik er in stop, ook gelezen en door anderen gewaardeerd worden. En aan dat laatste twijfel ik zeer. De statistieken tonen niet veel bezoekers aan van dit blog.

Voorlopig zal ik daarom al mijn aandacht weer gaan richten op Mijn Boekenkast (KLIK HIER). Sinds ik recensies schrijf voor De Leesclub van Alles (KLIK HIER) groeit de stapel recensie-exemplaren gestaag. Die behoren voorrang te krijgen op de andere schrijfbezigheden die veel minder lezers bereiken. #WOT en #50books zei ik al eerder vaarwel. Dit blog blijft gereserveerd voor museumbezoek, films, theater etc.  En wie weet in de toekomst voor een ander creatief woordspel.

Voor mijn behoefte lekker uit de losse pols wat te kunnen schrijven, gebruik ik sinds enige maanden 750words.com. Ik kan het iedereen aanraden. Ik zou zeggen neem er eens een kijkje: je zult er geen teksten van mij kunnen lezen, want alles wat iemand daar schrijft blijft privé. Maar het heeft mij o.a. geholpen nu deze beslissing te nemen.

Om deze bijdrage toch nog netjes af te sluiten zijn hier nog enkele spreekwoorden die niet zo gangbaar zijn.

- Maak eens een vuist als je geen hand hebt.
- Een kruisje is genoeg voor een boterham uit het vuistje.
- Je kunt geen hand schudden met een gebalde vuist.

Ik dank Carel hartelijk voor al zijn woorden en dat hij mij de kans gegeven heeft er iets creatiefs mee te doen. Ik neem maar aan dat hij naar aanleiding van mijn besluit niet overweegt met mij op de vuist te gaan....

© Jannie Trouwborst, oktober 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

maandag 25 september 2017

Boompje groot, plantertje dood

Je kunt niet aan een dood paard blijven trekken en toch komt Carel elke week, ondanks dat er weinig animo is om mee te doen, weer met een nieuw woord in de Spreekwoordenserie #SG-17. Voor week 38 is dat  DOOD. (KLIK HIER).
 
Het kan niet aan de moeilijkheidsgraad liggen, want ook de spreekwoorden en gezegden over de DOOD zijn zo talrijk, dat er een kiezen om nader te onderzoeken keuzestress oplevert. En al helemaal toen ik op de site van Uitvaart Internet Diensten een lijst vond met 239 spreekwoorden, gezegden en citaten over de dood en sterven (KLIK HIER). Zelfs een Friese, die ik wel grappig vond: Der is noch noait in brânkast achter in lykwein oan riden. (Fries spreekwoord) Er is nog nooit een brandkast achter een lijkwagen aangereden.

Er bestaan nogal wat samenstellingen met dood- (ik ben doodmoe, hij zegt dat doodleuk, het is een doodgoeie vent, dat is doodgemakkelijk, enz.) Het schijnt dat de term dood in veel van deze samenstellingen de functie heeft een extreme betekenis ergens van aan te geven. Van Dale geeft er nog veel meer. Ook een vreemde uitdrukking als: ik zie hem doodgaarne, wat uiteraard een totaal andere betekenis heeft als ik zie hem gaarne dood..... Een verklaring kon ik niet vinden.
Doodeng, doodstil en doodkalm lijken logischer samenstellingen.

Voor doodgewoon en doodnormaal wordt wel een verklaring gegeven: het enige waar we zeker van kunnen zijn is dat we allemaal ooit eens doodgaan. Dat is dus het meest gewone en normale dat we ons voor kunnen stellen. Misschien is de benadrukking met het voorvoegsel dood- bij andere woorden hieruit ontstaan.

Blijf ik toch nog zitten met doodleuk en doodgemoedereerd. Beide hebben iets onaantastbaars: iemand doet of zegt iets waar heel veel lef voor nodig is, maar hij lijkt er niet warm of koud van te worden. Hij is om de dooie dood niet bang. Bij doodgemoedereerd zou je nog kunnen denken aan zijn gemoed dat totaal niet beroerd wordt (wat een ouderwetse woorden allemaal), maar het verband tussen dood en leuk ontgaat me volledig. Het is nl. niet extreem leuk wat iemand doet, als hij doodleuk te werk gaat.

Maar om een beetje stichtelijk te eindigen:

Boompje groot, plantertje dood. Het wil zoveel zeggen als: sommige dingen hebben effecten die je niet kunt voorzien. Maar mij deed het denken aan een tekst van Nelson Henderson:

The true meaning of life is to plant trees under whose shade you do not expect to sit.

Om zo na een stukje over de dood ook even de zin van het leven een plek te geven.
 
© Jannie Trouwborst, september 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

zaterdag 16 september 2017

Nakaarten heeft wèl zin!

Ik ben de laatste tijd een beetje van de kaart. Tussen alle spreekwoorden en gezegden die over het woord KAART gaan, is dit een van de weinige die niet over een speelkaart, maar over een landkaart of plattegrond gaan, naar mijn idee. Toen Carel dit woord opgaf voor deze week van de #SG17 (KLIK HIER) was het evenwel het eerste dat me te binnen schoot.

Bij Onze Taal vond ik bij de verklaring over "Buiten westen zijn" verwijzingen naar "Van de kaart zijn". Het komt uit de scheepvaart en wil zoveel zeggen als "de weg kwijt zijn", "de koers kwijt zijn" of "van streek zijn". Streek betekent hier koers. (KLIK HIER).
Met aardrijkskunde als één van mijn lievelingsvakken en met een grote verknochtheid aan wandelkaarten is het logisch dat ik voor dit gezegde koos. 

Maar er was er nog één die mijn aandacht trok, omdat hij ook wel erg goed bij me past: "Nakaarten heeft geen zin". Daar ben ik het namelijk helemaal niet mee eens.

Volgens (alweer) Onze Taal werd deze uitdrukking gebruikt in de 19de eeuw in de zin van "napleiten", d.w.z. terugkomen op een zaak die reeds haar beslag gekregen heeft. En die  waarschijnlijk ontleed was aan het kaartspel, waar het de betekenis had van: over het spel naspreken dat men reeds gespeeld had.
Naar mijn idee is de betekenis ervan intussen een beetje aangepast en niet alleen meer toepasbaar op een reeds besloten en afgehandelde zaak of na afloop van een gespeeld spel. Voor mij is het verwant aan "gedane zaken nemen geen keer". En daar zijn kanttekeningen bij te maken.

Wanneer een gebeurtenis vervelende gevolgen heeft of betreurd wordt, heeft het WEL zin erover na te denken, na te kaarten dus. Wat is er precies gebeurd? Hoe is dat gekomen, had het voorkomen kunnen worden? Allemaal vragen die niets kunnen veranderen aan het verleden, maar waar we wel degelijk lering uit kunnen trekken voor de toekomst.
Het is onzin om te bedenken dat als je een kwartier later van huis was gegaan, je niet die aanrijding gehad zou hebben. Dan is nakaarten zinloos: misschien was er zelfs wel iets veel ergers gebeurd. Maar als je verblind werd door een laagstaande zon, zou je misschien kunnen concluderen dat je voortaan toch maar onder die omstandigheden je zonnebril moet gebruiken in de auto.

In onze familie worden ze er wel eens moe van, dat ik altijd aan het nakaarten ben. Zelf vind ik het de normaalste zaak van de wereld. Pas als je de oorzaak weet, kun je iets doen aan een ongewenste situatie of vervelende gevolgen. Jammer volgende keer beter, is voor mij niet goed genoeg.

Dus ook als ik een beetje van de kaart ben, ga ik niet bij de pakken neerzitten.  Komt tijd, komt raad, werkt ook niet bij mij. Ik kom heus wel weer op mijn padje terecht, maar pas als ik de oorzaak weet. Kalmpjes aan, want Een slak op de goede weg, wint het van een haas op de verkeerde weg.

© Jannie Trouwborst, september 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

woensdag 6 september 2017

Ook aan de langste schaduw zit een eind

Bij het woord SCHADUW schiet mij als eerste te binnen de in de politiek tot vervelens toe gebruikte uitdrukking: "over de eigen schaduw heen springen". Het is een vrij nieuwe uitdrukking en volgens Onze Taal voldoet ze sinds ze gekaapt is door de politici niet meer helemaal aan de oorspronkelijke betekenis, nl. "iets beter doen dan verwacht, iets doen waar niemand je toe in staat achtte". De politieke praktijk van de laatste jaren heeft bewezen ,dat Onze Taal daar gelijk in heeft. Mijn irritatie over het cliché gebruik van deze uitdrukking is zo groot, dat ik het er hier verder niet over wil hebben. Wie de rest van het verhaal wil lezen, kan terecht bij Onze Taal (KLIK HIER).


Een spreekwoord dat me meer aanspreekt is: Geen licht zonder schaduw. Bij de uitleg staat: Tussen al het goede zit ook altijd wel iets minder goeds. Ik zou dat stelliger willen maken: Als we van het zonlicht in ons leven willen genieten, moeten we ook de schaduwzijden accepteren. 

Maar onze invloed op een zonnig leven gaat verder dan je misschien zou verwachten. Wat dacht je van deze uitdrukking: "Wie de zon tegemoet treedt, heeft de schaduw achter zich".

Ook tussen de citaten vond ik tal van spitsvondige gezegden. Ik noem er een paar:

Frederik van Eeden (auteur): 
Het goede groeit traag in de schaduw van geringschatting

Ischa Meijer (journalist):
Een goede vraag stelt elk antwoord in haar schaduw.

Ada Boerma - van Doorne (politica en burgemeester):
Ook aan de langste schaduw zit een eind. 

Geen schaduw buiten, terwijl ik dit stukje zit te typen, dus ook geen zon. Het regent zelfs een beetje. Maar dat laat ik geen schaduw werpen over deze dag. Het is vakantie en we hebben nog genoeg leuke dingen op de planning staan.

© Jannie Trouwborst, september 2017. 

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.