dinsdag 6 november 2018

Diederic van Assende - Floris ende Blanchefloer

Diederic van Assenede 

Het zijn feiten die ik achteloos opsloeg bij de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school: Diederic van Assenede schreef in de 13de eeuw een liefdesgeschiedenis in Middelnederlands met de titel Floris ende Blanchefloer. Dat was een belangrijk feit, omdat hij daarmee de basis legde voor literatuur in de volkstaal. Vaag ken ik het verhaal nog, maar verder bleef het één van de vele feiten die je nu eenmaal diende te onthouden.
Daar kwam verandering in toen wij naar Zeeuws-Vlaanderen verhuisden. Vlakbij, net over de grens in Oost-Vlaanderen, ligt Assenede: een van de oudste gemeenten van Vlaanderen met een geschiedenis die terug gaat tot de tiende eeuw. Op het Marktplein viel mij een beeld op van een lezende man op een bankje voor de kerk en plotseling viel het kwartje: Diederic van Assende! En ook de daarbij behorende feiten borrelden op. Plotseling werd de auteur en zijn geschrift meer dan een abstract gegeven uit een studieboek.

Diederic van Assenede (Assenede, ca. 1230 – 1293) was klerk van de graaf van Vlaanderen van 1260 tot 1280 en schreef daarnaast literatuur. Hij speelt een belangrijke rol in de emancipatie van de Nederlandse literatuur aan het Vlaamse hof. Met het liefdesgedicht Floris ende Blanchefloer legde hij de weg open voor de eerste volkstalige literatuur in het graafschap Vlaanderen, dat als leenheerlijkheid van Frankrijk Frans als voertaal had.

Floris ende Blanchefloer


Werktekening
Floris ende Blancefloer is de Middelnederlandse vertaling/bewerking door Diederic van Assenede van de Oudfranse roman in verzen Floire et Blanceflor (ca. 1150-1160). Naar eigen zeggen heeft Diederic zijn vertaling vervaardigd voor een publiek dat het Frans onvoldoende machtig was om dit verhaal in het origineel te kunnen begrijpen: "Dien seldijs danken ghemeenlike / Dat hijt uten Walsche heeft ghedicht / Ende verstandelike in Dietsche bericht / Den ghenen diet Walsche niet en connen (ed. Mak, r. 24-27).

Het verhaal gaat als volgt:

Blancefloer, een christelijk meisje, groeit op aan het hof van een islamitische koning in Spanje. Aan het hof ontstaat er een hechte vriendschap met de zoon van de koning, Floris. Wanneer de koning en de koningin ontdekken dat hun vriendschap is overgevloeid in liefde, besluiten ze in te grijpen. Ze bedenken een list om de liefde tussen Floris en Blancefloer te dwarsbomen. Floris’ ouders sturen hem naar het buitenland om te gaan studeren en verkopen ondertussen Blancefloer als slavin aan rondreizende kooplieden. Een schitterend, maar leeg, graf moet Floris ervan overtuigen dat Blancefloer dood is.
Floris is zo droevig dat hij zelfmoord wil plegen. Daarop besluiten zijn ouders om hem de waarheid te vertellen. Vervolgens gaat de jongen op zoek naar zijn geliefde. Tijdens zijn zoektocht ontdekt hij dat Blancefloer, samen met 140 andere vrouwen, wordt vastgehouden in de ‘vrouwentoren’ van de emir in Babylon (gelegen in Mesopotamië, het tweestromenland).
Detail borduurwerk

Ieder jaar kiest de emir een van die vrouwen tot zijn nieuwe echtgenote en laat hij de vorige doden. Volgens alle gegevens die Floris verkrijgt, wordt zijn Blancefloer de nieuwe uitverkorene van de emir. De vrouwentoren waarin Blancefloer verblijft, wordt heel zwaar bewaakt. Maar de waard van de herberg waar Floris logeert, vertelt hem over het zwakke punt van de poortwachter van de toren: hij is bezeten van het schaakspel én van geld. Met deze informatie in het achterhoofd nodigt Floris de poortwachter uit voor enkele spelletjes schaak, die hij allemaal wint. Hij houdt echter niet het gewonnen geld, maar schenkt dit aan de poortwachter. Floris wint tevens het laatste spel. Als wederdienst belooft de poortwachter hem eeuwige trouw, waarvan Floris listig gebruik maakt. De poortwachter smokkelt Floris in een mand met bloemen naar binnen.
De twee geliefden worden herenigd maar wanneer de emir hen samen in bed betrapt, wil hij hen met het zwaard doden. Tijdens een openbare rechtszitting die hierop volgt, worden alle aanwezigen ontroerd door de sterke liefde tussen Floris en Blancefloer, waarop de emir het jonge paar vergeeft. Floris en Blancefloer trouwen en op hun bruiloftsfeest verneemt Floris dat zijn ouders overleden zijn. Daarop keren de geliefden samen terug naar Spanje, waar Floris zijn vader opvolgt als koning en hij zich samen met zijn onderdanen laat dopen. Blancefloer schenkt hem een dochter, Bertha met de grote voet, die later de (legendarische) moeder van Karel de Grote zal worden. (Samenvatting Wikipedia).

Het tapijt van Assenede


Borduursters aan het werk
Het verhaal wordt op dit moment omgezet in een ambitieus borduurproject waar 70 borduursters uit de streek aan meewerken. Het zal uitmonden in een wandtapijt van ca. 100 meter lang, met 85 verhaaltaferelen, geborduurd op panelen van ieder 95 cm lang en 90 cm hoog. 60 Afgewerkte exemplaren en zo'n 25 werktekeningen worden nu al tentoongesteld en zijn nog te zien tot 26 januari 2019 in Museum Het Warenhuis te Axel (KLIK HIER). 

In de filmzaal van het museum wordt het verhaal, aan de hand van de werktekeningen en met de bijbehorende teksten, verteld en vertoond. Het verhaal komt zo echt tot leven en wie vervolgens de lange rij reeds geborduurde taferelen bekijkt, krijgt bewondering voor de creativiteit en het vakmanschap van de deelnemende borduursters. Deze tijdelijke tentoonstelling Floris ende Blancefloer, the making of... gaat vergezeld van demonstraties, workshops en lezingen.
Uiteraard is dit project mede geïnspireerd door het bekende Tapijt van Bayeux van 1075. Wie meer interessante feiten over de achtergronden van het project wil weten kan dat vinden op http://www.tapijtvanassenede.be/tapijt.html. 

De Middeleeuwen bekeken vanuit Floris ende Blanchefloer

Diederic van Assenede
Op 14 november a.s. gaat Prof. Jozef Janssens in op het verhaal Floris ende Blancefloer, bekeken vanuit de middeleeuwen. Elk literair werk is een product van zijn tijd. Wat roept het woord 'middeleeuwen' op? Kastelen en ridders in harnas? Jonkvrouwen die smachtend luisteren naar troubadoursliederen? Kruistochten en wapengekletter? Magie en bijgeloof? Vreemde interpretaties van de werkelijkheid?
Interessant voor een ieder die meer wil weten over de tijd van Diederic van Assenede in deze streek. Aanmelden kan via:  info@hetwarenhuis.nl.

En voor wie de tentoonstelling wil bekijken: de openingstijden van het museum zijn woensdag tot en met zaterdag van 11.00 uur tot 17.00 uur. Extra geopend op dinsdag 2 januari. MJK geldig. Adres: Markt 2 te Axel.

© Jannie Trouwborst, november 2018.

zondag 12 augustus 2018

The Bookshop, de film of het boek

Als ik genoten heb van een boek, twijfel ik altijd een beetje of ik de film die er daarna van gemaakt is, nog wel wil zien. Tijdens het lezen heb ik mijn eigen beelden gevormd van de hoofdpersonen en hun omgeving. Ik heb ervaren hoe de spanning zich opbouwde, herkende het thema, doorgrondde gaandeweg de karakters van de hoofdrolspelers. 
Maar dan komt de film: hoe strikt volgt de regisseur het verhaal, pakt hij de sfeer? Het minst belangrijk is nog of de hoofdrolspelers uiterlijk lijken op het beeld dat ik van hen had. De spanning is doorgaans ook wat minder, maar dat kan niet anders, als je de plot al kent.

Het is heel moeilijk om te vergelijken. Een goede film laat zien dat een film ook een kunstuiting is, net als een boek, en daardoor niet altijd exact overeen hoeft te komen met het verhaal in het boek. Minstens zo belangrijk is de sfeer die de film oproept, op een manier zoals soms met woorden niet mogelijk is. Met die houding zou je een boekverfilming moeten bekijken. En dan kun je hoogstens zeggen dat de ene verbeelding van het vertelde verhaal je meer aanspreekt dan de andere, zonder er een kwaliteitsoordeel over te geven.

Deze keer was de volgorde anders: door omstandigheden zag ik eerst de film en las ik daarna het boek. En om aan te sluiten bij de opmerking hierboven: de film beviel mij persoonlijk beter dan het boek. Terwijl ze allebei zeer de moeite waard zijn.

Samenvatting 

De boekhandel beginnen was een moedige stap. Het volhouden vergde alles wat ze in zich had. Engeland, jaren '60. Het afgelegen, geïsoleerde kustplaatsje Hardborough wordt continue geteisterd door overstromingen en wateroverlast. Een weduwe van middelbare leeftijd koopt een prachtig historisch pandje midden in de hoofdstraat. Florence heet ze, en ze is vastbesloten een boekwinkel te beginnen, en daar een succes van te maken. Want Hardborough moet toch wel behoefte hebben aan een boekhandel? Wat ze niet weet kan ze leren, en vol goede moed gaat Florence aan de slag. Maar ondanks wilskracht en doorzettingsvermogen heeft Florence geen rekening gehouden met de slangenkuil waarin zij zich begeeft, en waarvan zij, in de tien jaar dat ze in het plaatsje woont, nooit eerder iets heeft gemerkt: het hele dorp heeft namelijk een mening over haar boekhandel... (Uitg. Karmijn).

Eerst de film

Zonder het boek en het verloop van het verhaal te kennen, bekeek ik dus onbevangen de film. Ik was er door geroerd en ik vond het een spannend, af en toe zelfs benauwend, verhaal. De karakters zijn goed uitgewerkt, de acteurs slim gekozen en stuk voor stuk echte talenten, van heel jong tot vrij oud. Dat alles werkte mee om helemaal in het gebeuren op te gaan en er in mee te leven. De doortrapte manier van tegenwerken, het moedige weerstaan ervan, het machteloze vechten tegen de bierkaai. Wie al eens dat gevoel gehad heeft in persoonlijke situaties, zal het des te beter herkennen en aanvoelen.
Natuurlijk is het in een film gemakkelijker om het show don't tell principe toe te passen. Toch is het knap als je je acteurs met een blik, een gebaar of een beweging zoveel kunt laten zeggen. Het is dan natuurlijk ook niet voor niks dat de film in de prijzen is gevallen. 

Daarna het boek 

Een vreemde gewaarwording werd het lezen van het boek: enerzijds waren er situaties en dialogen die ik letterlijk uit de film herkende. Dezelfde zinnen, handelingen, gebeurtenissen tot in de kleinste details. Maar er waren ook opmerkelijke verschillen. Ik miste de spanning een beetje, maar dat kan te maken gehad hebben met het feit dat ik al veel van het verloop van het verhaal wist. Toch was ik een beetje teleurgesteld dat ik enkele van de meest ontroerende en aangrijpende scenes uit de film moest missen en dat het einde van het verhaal in het boek naar mijn idee veel minder sterk was dan wat de filmregisseur ervoor verzon. Zonder spoilers kan ik daar niet meer over zeggen. Daarom zul je zelf moeten gaan kijken als je het boek al las (of andersom natuurlijk).

En? 

Opnieuw moet ik constateren dat we te maken hebben met twee eigenlijk niet goed te vergelijken kunstuitingen. Zeker, de beelden waren indringend en de toevoegingen en veranderingen maakten het verhaal sterker. Maar aan de andere kant bleek het moeilijker de kleurrijke taal en ironische humor van Fitzgerald een plekje te geven. Daar blonk het boek weer in uit.

"De middelbare leeftijd werd bij mensen uit de betere kringen van East Suffolk gekenmerkt door een crisis, waarna de meerderheid aquarellen met landschappen ging schilderen. Dat zou niet zo erg zijn geweest als het slechte schilders waren, maar ze deden het allemaal best goed. Al hun schilderijen leken op elkaar. Ze hingen ingelijst in woonkamers, terwijl aan de andere kant van de ramen het lege, fletse, ongeordende landschap zich naar de transparante hemel uitstrekte. De crisis ging vergezeld van de wens om op een iets ambitieuzere plek dan de parochiezaal te exposeren."

Mijn advies: lees en kijk en oordeel zelf. Denk niet dat je klaar bent met één van beiden. De film draait nog en van het boek is een filmversie verschenen. Naast de ongewijzigde tekst van eerdere drukken bevat deze nieuwe editie acht foto’s uit de film en een filmomslag. 

Ik las de eerste druk: Penelope Fitzgerald - De boekhandel. Elburg, Karmijn, 2015. 140 pg., isbn:978-9492 168 009. (Filmeditie: isbn: 978 9492 168 252).

Penelope Fitzgerald (1916-2000) werd geboren in een zeer Engels, intellectueel en enigszins exentriek milieu. Haar beide grootvaders waren geestelijken in de anglicaanse kerk. Ze was in Oxford een briljant studente; toen al was het haar droom om schrijfster te worden. Maar Penelope zou in haar leven door diepe dalen moeten gaan voordat haar opmerkelijke schrijverscarrière begon. Op haar 58e schreef ze haar eerste boek, een biografie. Op haar 78e haar laatste roman: De Blauwe Bloem. Viermaal drong Penelope door tot de shortlist van de Booker Prize. Eenmaal won ze ook. De Blauwe Bloem won in Amerika de National Book Critics Award en maakte van haar een gefortuneerde vrouw. 

© Jannie Trouwborst, augustus 2018.

vrijdag 6 juli 2018

Een echte Vermeer, de film of het boek?

Doorgaans is er eerst een boek en als dat succes heeft en een regisseur ziet er iets in, dan volgt een film. En dat is ook meestal de volgorde waarin ik er kennis van neem. Met Een echte Vermeer was alles anders. Jan van Mersbergen schreef een roman onder dezelfde titel, gebaseerd op het filmscript. Zijn roman las ik eerst, de recensie lees je HIER. Daarna bekeek ik de film op DVD, geleend via de bibliotheek. Hoewel film en boek beide de moeite waard zijn, kon ik dankzij het boek meer genieten van de film.

De inhoud 

Omdat de film de basis vormde, kan ik in dit geval stellen dat Jan van Mersbergen dicht bij de inhoud gebleven is. Niet alleen omdat je nu eenmaal weinig kunt veranderen aan de feiten. Ook de verhaallijn is nauwkeurig gevolgd, zelfs als er fictie om de hoek komt kijken bij het in beeld brengen van hun beider levens en dat van hen samen.

De vorm

Wie een boek leest, vormt zijn eigen beelden. Dat kan er voor zorgen dat een film soms tegenvalt: de filmbeelden komen dan niet overeen met wat de lezer zich voorstelde. Jan van Mersbergen schrijft beeldend genoeg en daardoor zat er al een film in mijn hoofd. Maar de toegevoegde waarde van de film waren in dit geval o.a. de schilderijen. Een welkome aanvulling voor wie ze niet kent. Maar ook de felheid en bezetenheid van Han van Meegeren komen in de film iets beter uit de verf.
Toch bekroop me bij het zien van de film het gevoel, dat wie het boek nog niet heeft gelezen, bepaalde zaken zal missen. Ze worden wel aangestipt in de film, maar zijn in het boek beter uitgewerkt. Bijvoorbeeld het hele atelier dat ineens beschilderd was met op alle wanden: Ik weet niks, ik ben niks, ik kan niks. De lezer weet al eerder waar dat vandaan komt. In het boek hoort Jólanka van de dood van haar man via de radio nieuwsdienst. In de film hoort de kijker die stem ook, maar kan geen verband leggen met een eventueel verzuimen van het op de hoogte brengen van de echtgenote.
Ook de structuur is wat overzichtelijker. Misschien omdat het perspectief in het boek nadrukkelijk bij Jólanka ligt. Daardoor kon ook de oorlogsperiode nader uitgewerkt worden. Er zijn genoeg flashbacks, maar de chronologie blijft overeind. Het perspectief in het boek is uiteraard niet betrouwbaar, het geeft alleen de versie van Jólanka, maar dat maakt het verhaal des te mysterieuzer.

Conclusie?

Een film en een boek zijn twee totaal verschillende kunstvormen. Lang niet altijd is het mogelijk (of eerlijk) om die twee te vergelijken. Bij de verfilming van Boven is het stil (Gerbrand Bakker) door Nanouk Leopold hield ik mijn hart vast. Maar wat is de kern van het verhaal daarin goed getroffen, op een totaal eigen wijze. Al denk ik dat ook daar degenen die het boek al kenden, er nog meer van genoten. Maar ze zijn allebei zonder meer geslaagd, naast elkaar.
Misschien moet ik hier iets dergelijks concluderen. Een mooie film en een goed geschreven boek dat er nog net iets meer diepgang aan verleent.

**DVD: Een echte Vermeer. Een film van Rudolf van den Berg. (Geleend via de bibliotheek, maar ook te koop via webshops).
**Jan van Mersbergen - Een echte Vermeer. Tiel, Aerial Media Company, 2016. ISBN: 978-94-026-0127-5.

© Jannie Trouwborst, juli 2018.

donderdag 14 juni 2018

Belle van Zuylen, de film of het boek?



Over een belangrijke episode uit het leven van Belle van Zuylen (1740-1805) las ik een boek en zag ik een film. Die laatste beviel me beter, ik zal hieronder uiteenzetten waarom.

De aanleiding

Sommige namen uit de lessen literatuurgeschiedenis op de middelbare school zijn blijven hangen, ook al weet ik weinig meer over de boeken die deze auteurs schreven. Een voorbeeld daarvan is Belle van Zuylen. Om meer over haar te weten te komen heb ik Wikipedia moeten raadplegen (KLIK HIER). 
De indirecte aanleiding daarvoor was de roman: De liefde dus. Roman over Belle van Zuylen geschreven door Joke Hermsen. (Amsterdam: Arbeiderspers, 2008). Ik had al meer boeken van deze schrijfster gelezen waar ik enthousiast over was, zoals Blindgangers (KLIK HIER) en Rivieren keren nooit terug (KLIK HIER) . Tussen haar andere titels vond ik de roman over Belle van Zuylen. Het leek me een prima manier om de kennis over deze historische figuur op te poetsen.

Wie was Belle van Zuylen?
 
Isabella Agneta Elisabeth van Tuyll van Serooskerken was een Nederlandse 18de eeuwse Franstalige schrijfster en componiste. Ze schreef brieven, (zelf)portretten, fabels, novelles, pamfletten, toneelstukken, opera's (libretti en muziek), liederen en klaviersonates.
Ze noemde zich Belle de Zuylen en werd onder die naam later ook in Nederland bekend. Na haar huwelijk werd dat Isabelle de Charrière of ook wel Madame de Charrière.
Belle van Zuylen werd vanwege haar werk in haar eigen tijd zeer gewaardeerd. Haar werk had geen grote oplagen (behalve Caliste, dat in Parijs gedrukt werd). Het werd tijdens haar leven vertaald in het Duits en in het Engels. Sommige werken verschenen eerder in het Duits dan in het Frans.
Na haar dood, na het opnieuw drukken van haar boeken, werd zij herontdekt door de Franse criticus, Sainte-Beuve. Hij publiceerde erover van 1832-1845. Een uitgebreide en gedetailleerde biografie over haar verscheen in 1906 geschreven door de Zwitser Philippe Godet waar hij 20 jaar aan had gewerkt. In 1908 besteedde Marie Loke, de eerste vrouwelijke lector in Nederland in haar oratie aandacht aan Belle van Zuylen. Later in de twintigste eeuw werd zij bekender. Echt bekend in Nederland werd Belle van Zuylen toen Simone Dubois vanaf 1969 over haar schreef. Haar verzameld werk, in het Frans, verscheen tussen 1979 en 1984 bij uitgeverij van Oorschot. Het leven van Belle van Zuylen intrigeerde, zodat er naast het wetenschappelijk werk, ook speculatieve verhalen over haar verschenen. Vooral haar ongelukkige huwelijk en haar vermoedelijke affaires waren, mede dankzij de uitgebreid correspondentie die bewaard is gebleven, een dankbare basis voor geromantiseerde levensverhalen, theater, een hoorspel en een film.

 De roman


De roman van Joke Hermsen die ik las heeft als titel De liefde dus, waarin bekende feiten en fictie vermengd zijn. Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1785, een duistere periode uit het leven van Belle, waarover in de archieven weinig te vinden is. De roman is een compilatie van dagboeken, brieven en verzonnen fragmenten, waarin thema’s als vrijheid, verlatenheid, hartstocht en de kracht van een scheppende geest aan de orde komen. 
In Parijs heerst een grimmige sfeer. Onder het hongerende volk groeit de onvrede over de decadente levensstijl van het koningspaar, dat geleidelijk zijn macht begint te verliezen. Aan de vooravond van de Franse Revolutie reist Belle van Zuylen vanuit Zwitserland af naar dat roerige Parijs, op de vlucht voor een onmogelijke liefde. Zij is volwassen en ongelukkig getrouwd met een saaie aristocraat, de minnaar die ze achterlaat nog jong en beloofd aan een andere vrouw.
Het verhaal wordt verteld tegen de achtergrond van de strijd tussen de patriotten en orangisten in Nederland en de naderende Franse Revolutie. De turbulentie op politiek en maatschappelijk gebied en de vernieuwingen die de Verlichting met zich meebrengt lijken samen te komen in Belle van Zuylen. Voor een ontwikkelde, intelligente en multi-getalenteerde vrouw is het in die tijd moeilijk haar overactieve verstand in harmonie te brengen met een sterk ontwikkeld gevoelsleven. Er doorheen geweven is ook nog de ontwikkeling van haar roman Caliste.

Hoewel de roman rijk is aan interessante thema's is het geheel wel erg bespiegelend en er is weinig actie. De historische bijzonderheden zijn interessant en de stijl van Joke Hermsen is mooi, daar kun je aanvankelijk erg van genieten, maar de eindeloze liefdesverdriet bespiegelingen van deze welgestelde en intelligente dame.... het kon mij steeds minder boeien.

De film
 


De film Belle van Zuylen, Madame de Charriére is een film uit 1993, geregisseerd door Digna Sinke (Zonnemaire, 17 oktober 1949), een Nederlands filmmaakster. Na het gymnasium te Utrecht, ging ze naar de Nederlandse Film- en Televisieacademie in Amsterdam. Ze studeerde daar in 1972 af met de korte film Groeten uit Zonnemaire. Sindsdien maakte ze een aantal documentaires en vijf lange speelfilms.

Ik maakte kennis met haar werk via de drie documentaires die ze maakte over het eiland Tiengemeten. Sinds 1997 vormt de Vereniging Natuurmonumenten geheel Tiengemeten om tot natuurgebied. Daarmee werd Tiengemeten het grootste natuurontwikkelingsproject van Nederland. De vaak al generaties lang op Tiengemeten woonachtige boerengezinnen werden hierbij gedwongen hun boerderij op te geven. Omdat Natuurmonumenten in eerste instantie beweerde dat het eiland volledig aan de natuur teruggegeven zou worden en ook afgesloten zou worden voor bezoekers, gingen de meeste boerengezinnen hier uiteindelijk mee akkoord. In mei 2007 verliet de laatste boer het eiland. De overige tien bewoners zijn gebleven. Digna Sinke heeft tien jaar lang alles wat van belang was gefilmd en er zo een bijzonder document van gemaakt (KLIK HIER).

Belle van Zuylen - Madame de Charrière is een Nederlandstalige film: een kostuumdrama gebaseerd op het leven van Isabelle van Tuyll van Serooskerken, beter bekend onder haar pseudoniem Belle van Zuylen. De film geeft acht jaar weer uit het bestaan van deze adellijke schrijfster (1787-1795). Het zijn de jaren rond de Franse Revolutie van 1789 en van haar verhouding met de 27 jaar jongere schrijver Benjamin Constant. Het verhaal begint dus twee jaar na de zomer die Joke Hermsen beschrijft, waarin Belle verdriet had over een andere (verloren) liefde.

Digna Sinke geeft haar eigenzinnige versie op de veelzijdig begaafde Belle van Zuylen, schrijfster, componiste, onafhankelijk denker op het breukvlak van Verlichting en Romantiek. Ook een mengeling van feiten en fictie.
 
Misschien was het de langere periode, de ontwikkeling van de karakters en het verloop van het verhaal die het tot een boeiender geheel maakten. Misschien waren het ook de prachtige opnames, de kostuums of de knappe prestaties van de acteurs. Hoe dan ook: de film beviel me beter.



Helemaal reeël is de vergelijking natuurlijk niet, niet alleen omdat de beide dames (Hermsen en Sinke) een andere periode tot uitgangspunt namen. Ze gaven ook een eigen invulling aan de persoon van Belle van Zuylen, waarover lang niet alles bekend is. Dat maakt de Belle van Hermsen tot een geheel ander personage dan die van Sinke. Maar als het over beleving gaat, dan kon ik mij beter inleven in de Belle van Zuylen van Sinke.
 
De film won in 1994 de Grote Prijs op het 43e Internationale Filmfestival van Mannheim-Heidelberg voor de beste speelfilm van minimaal 70 minuten lengte. Op de Nederlandse Filmdagen 1993 kreeg het Gouden Kalf-nominaties voor Beste Film, Beste Regie en Beste Actrice. 
Tot de acteurs behoorden onder andere: Will van Kralingen (Belle), Laus Steenbeeke (Benjamin Constant), Kees Hulst (ofwel "Hendrik Groen", als Charrière haar echtgenoot), Kitty Courbois en Gijs Scholten van Aschat.
 
Een interview met Digna Sinke over deze film vind je in de Filmkrant.
 
Zelf oordelen?
 
Zowel het boek als de film (op DVD) zijn te leen bij bibliotheek en nog te koop in respectievelijk de boekwinkel en via internet (voor heel verschillende prijzen!) Nieuw en tweedehands. Ik leende beide bij de bieb.
 
Wie meer van Belle wil weten (en dan voornamelijk de feiten) zou de biografie Zonder vaandel geschreven door Simone Dubois kunnen lezen. Ik neem mij voor in elk geval nog eens een (uit het Frans vertaald) werk van haarzelf te lezen.
Het Literatuurmuseum in Den Haag heeft ook nog het nodige in huis (KLIK HIER).

© Jannie Trouwborst, juni 2018.

zondag 1 april 2018

De Martelaren van Gorcum

De bevrijding van Den Briel

De Watergeuzen bestormen de poort van Den Briel
Elk jaar op 1 april wordt in het vestingstadje Brielle op Voorne-Putten de intocht van de Watergeuzen in 1572 gevierd. Een groot deel van de bevolking doet mee met het spektakel. Wie komt kijken, waant zich terug in de 16de eeuw. Alle hoofdrolspelers van destijds spelen hun rol met verve, bijna iedereen is verkleed, de straten zijn aangepast aan de tijd en de nog bestaande poorten en vestingwallen worden gebruikt om de verovering na te spelen. Met oude zeilschepen komt het gezelschap aan in de haven. Zoals het gezegde luidt: Op 1 april verloor Alva zijn Bril (Den Briel).

De opmars van Willem van Oranje was een feit: opkomend voor de vrijheid van godsdienst trachtte hij de Habsburgse Nederlanden te bevrijden van de Spanjaarden. De bevolking moest zelf kunnen kiezen tussen protestantisme en katholicisme, zonder het risico te lopen op de brandstapels van Alva te belanden. Toen Willem van Oranje dat kwam bepleiten bij Margaretha van Parma, samen met zijn metgezellen de graaf van Egmond en de graaf van Horne, kon hij ternauwernood ontsnappen en werden zijn beide vrienden gevangen genomen en onthoofd. De verontwaardiging in Holland en het verzet tegen de Spanjaarden werd alleen maar groter door deze gebeurtenissen. Overal ontstonden wrijvingen tussen hervormingsgezinde en katholieke burgers en geestelijken. Steden veroveren op de Spanjaarden lukte in vele gevallen met behulp van de bevolking.

Ommegang rond het Martelveld bij Bedevaartskerk
De Bedevaartskerk in Brielle

In Brielle staat, even buiten de vesting zelf, de Bedevaartskerk, gebouwd ter ere van de Martelaren van Gorcum. Tijdens de 1 aprilviering van de bevrijding van Den Briel wordt er niet veel aandacht besteed aan de mindere kanten van de verovering van steeds meer steden door de Prins van Oranje op de Spanjaarden. Maar als er ergens duidelijk wordt, dat godsdiensttwisten altijd slachtoffers maken, dan was het toch wel in Brielle.

De Martelaren van Gorkum

Tijdens de Opstand namen de Geuzen op 26 juni 1572 ook de stad Gorinchem (ook wel: Gorcum of Gorkum) in. Hoewel door de bezetters – die in alliantie met Willem van Oranje stonden – geloofsvrijheid was toegezegd aan de bevolking, werden zeventien priesters alsmede twee lekenbroeders, gevangengenomen en gefolterd. Het schrikbewind van Alva en de onthoofding van de graven Van Egmond en Horne hadden zoveel kwaad bloed gezet dat bevelhebber Lumey het verbod op agressie tegen andersgelovigen van Willem van Oranje negeerde. De geestelijken werden per schip vervoerd naar Den Briel. Op 9 juli 1572 werden zij bij Den Briel opgehangen in een turfschuur die aan een vernietigd klooster toebehoorde; vervolgens werden hun lichamen verminkt. Andere priesters vonden de dood op de brandstapel op de Grote Markt van Den Briel. Sindsdien heten zij de Martelaren van Gorcum. Toen wij nog op Voorne-Putten woonden, hebben wij de Bedevaartskerk enige malen bezocht, o.a. op Open Monumentendag en tijdens het navertellen van deze naargeestige gebeurtenis, op het Martelveld achter de kerk bij de gedachteniskapel die op de plek van de turfschuur werd gebouwd. Ook nu nog worden er rond 9 juli bedevaartstochten gehouden naar deze kerk in Den Briel. 

Vestingstad Gorinchem 

Plattegrond van de vesting is nauwelijks veranderd
Maar hoe is dat in Gorcum, vroegen we ons af. Daarom bezochten we onlangs deze goedbewaarde vestingstad. Bij de VVV kochten we een vestingwandeling: de historische vestingwal met al zijn bijzondere monumenten en prachtige uitzichten over zowel de stad als over de omringende rivieren, was geweldig om te lopen. Reken er maar een paar uur voor, als je het ook wilt proberen. Hij start bij het Museum van Gorcum, waar op de bovenste verdieping een permanente tentoonstelling is over de Martelaren van Gorcum. Hun verhaal wordt er uitgebreid verteld in een informatieve film. Een fragment eruit is te zien op de site van het museum: Filmfragment. Foto's van gebrandschilderde ramen en schilderijen van over de hele wereld laten zien dat het verhaal algemeen bekend is. 

Leren van de geschiedenis?

Het is goed een dergelijk verhaal te bewaren, maar ook om het van meerdere kanten te bekijken. Er zijn namelijk geen monumenten voor de "ketters" die op de brandstapel terecht kwamen omdat ze protestant of hervormd wilden zijn. De verzoening liet lang op zich wachten, maar uiteindelijk werd aan katholieken toegestaan hun visie op het geloof weer te belijden. Zoiets nooit meer, zal er gedacht zijn. Maar toch zijn er sindsdien steeds opnieuw velen vanwege hun geloof vermoord. En nog altijd is op deze wereld niet iedereen vrij om zijn zelfgekozen geloofsovertuiging te belijden. Of om juist van een dergelijke overtuiging af te zien. Helaas is zoiets ongrijpbaars als "het geloof" na bijna 450 jaar nog steeds in staat slachtoffers te maken.

Dat alles neemt niet weg, dat zowel Brielle als Gorinchem vestingsteden zijn die het waard zijn te voet te verkennen. Wij kochten onze wandelroute door Gorinchem bij de VVV op de Groenmarkt. 

© Jannie Trouwborst, april 2018.

zondag 25 februari 2018

Eindhoven: Dafmuseum en de Dommel

Stadswandelingen kunnen een uitkomst zijn, als je even niet zoveel kilometers kunt maken. Maar toch is wat natuur ook wel prettig. Een interessante omgeving zou het helemaal compleet maken. Na wat gepuzzel (en een laatste zetje van de NS) kwamen we uit bij Eindhoven. Want zelfs Zeeuws-Vlamingen willen wel eens ergens anders wandelen.

GroeneStadsWissel Eindhoven: Dommel, Parken en Centrum (nr. 478)

Bij mijn Voordeelurenabonnement van de NS heb ik 7 zgn. Keuzedagen, waarop ik eens in de twee maanden een vrije reisdag heb. Mijn partner kan altijd meereizen met 40% korting, maar af en toe krijg ik van NS een aanbieding voor een goedkope dagkaart (€ 8,95) naar een bepaalde bestemming. Dit keer was dat Eindhoven. Dat is wel een eind reizen voor ons, maar omdat we nu toch geen dagwandelingen kunnen maken, was de reistijd niet zo belangrijk. 
Al snel was duidelijk dat er een Groene Wisselwandeling is die precies bij de situatie paste: nr. 478 van 6 km langs de Dommel en door diverse stadsparken. Niet te lang dus en met voldoende natuur. Maar ik wilde ook nog wel graag een museum bezoeken. De route bleek vlak langs het DAFmuseum te komen. Dat was dus goed inpasbaar.



De heenreis

Om kwart over acht zaten we in de auto die ons via de Westerscheldetunnel naar Goes bracht. Met de trein van kwart over negen vertrokken we richting Roosendaal. Daar hadden we 3 minuten om over te stappen op de trein richting Tilburg. Dat viel nog niet mee: onze trein stopte helemaal vooraan het perron op spoor 4a. Wij wisten toen nog niet dat de trein naar Tilburg helemaal achteraan het tegenoverliggende perron 3b klaar stond en wij zaten helemaal voorin onze trein....... Dat werd dus een heel eind rennen over het perron. Zoals mijn dochter later zei: het OV houdt je fit!
In Tilburg was de overstap gemakkelijker: we konden na een paar minuten overstappen in de trein naar Eindhoven die voorreed op hetzelfde perron. Om kwart over elf kwamen we aan op Eindhoven Centraal. Na enig gedoe met onze GPS (geen goede ontvangst in het station) en na raadpleging van de routebeschrijving met kaart konden we na 3 uur eindelijk op pad.

De Dommel

Tot onze verrassing stonden we na nog geen 500 m. gelopen te hebben al aan de oever van de Dommel. Het riviertje slingert zich door Eindhoven en is vrijwel overal aan beide zijden via voetpaden te volgen. Aan mijn behoefte aan een interessante omgeving werd meteen voldaan: langs de Dommel staan talloze informatiebordjes over de industrieën die zich er in de loop van de tijd gevestigd hebben. Met foto's van de vroegere situatie. Textielindustrie, sigarenfabrieken, melkinrichtingen, smederijen: ze moeten zij aan zij gestaan hebben, ongelooflijk hoeveel. Soms is nog iets te zien van dat verleden. Je kunt de foto's vergelijken met wat je nu ziet en dan valt een kapitale woning van een textielbaron op of een appartementencomplex waar vroeger een spinnerij in zat. Het fijne, groene en rustige wandelpad bracht ons bij een brug over de Dommel, waar we linksaf het riviertje overstaken om in de richting van het DAFmuseum te lopen.


 Het DAFmuseum

Ik had wel wat informatie en foto's op internet bekeken van het museum, maar wat we vonden overtrof onze verwachtingen. Allereerst de mogelijkheid om er (na de lange reis) koffie te drinken en later op de dag nog een tosti te eten voor we onze route langs de Dommel weer op zouden pakken. Maar zeker ook de manier waarop het museum verder was ingericht: voor elk wat wils. Beneden staan de grote vrachtwagens: oude, nieuwe, legendarische en militaire. Mijn partner was blij verrast de legertruck te zien staan waarin hij, tijdens zijn diensttijd, rij-instructeur is geweest. De begeleidende film over wat DAF allemaal voor het leger gemaakt heeft, boeide hem.
Een groot aantal opengewerkte motoronderdelen zijn vooral voor de kenners, al stak ik er, na zijn uitleg ook het een en ander over op. Brandweerauto's, de koninklijke bus, een oude streekbus en als blikvanger een open autootje dat de koninklijke familie tijdens hun vakanties in Italië gebruikte. Opnieuw enthousiasme bij mij partner toen we havenvoertuigen ontdekten waarmee hij nog heeft gewerkt: ik wist niet dat DAF zoveel meer maakte dan het bekende autootje.



Op de tussenverdieping bevindt zich de oude smederij waar de gebroeders van Doorn begonnen met hun bedrijf. En een afdeling met de gigantische verzameling voorwerpen en autootjes met het DAFlogo (asbakken, spelletjes, vlaggetjes, bekers enz). Plus de museumwinkel en de al genoemde koffiehoek. Maar wij wilden nog naar boven. Daar bevinden zich de personenauto's. Ook hier via informatiepanelen en opengewerkte modellen een uitleg van de ontwikkeling van de DAFmotoren en over wat er zo speciaal aan is. Daarnaast vele oude en nieuwere modellen, met als sluitstuk de miljoenste DAF ontworpen door Marte Röling. 

De parken

Tijd om een hoofd vol indrukken weer even leeg te laten waaien, dus zochten we de Dommel weer op om de route te vervolgen. Het werd een prachtige wandeling. We passeerden het Van Abbemuseum, een monument voor de slachtoffers van de Herculesramp op vliegveld Eindhoven op 15 juli 1996. We liepen door parken met mooie beelden, langs statige 19de eeuwse villa's en door wijken met de kenmerkende jaren 30 stijl. Op de andere oever van de Dommel liepen we terug richting het centrum. We passeerden de poort van het Sint-Catharinakerkhof, maar hadden helaas geen tijd meer voor een bezichtiging. En weldra stonden we op het Stadhuisplein en vlak daarna voor de indrukwekkende Catharinakerk. Hier begonnen ook de winkelstraten, de drukte en het lawaai. De terrassen op de Markt zaten overvol, na alle rust van de Dommel, de parken en in het museum werden we erdoor overvallen en wisten niet hoe snel we bij het station moesten komen.

De terugreis

Het was te laat om nu aan de terugreis te beginnen met een lege maag. Gelukkig vonden we in de stationshal een plekje waar we even iets eenvoudigs konden eten. Om kwart voor 6 zaten we weer in de trein naar Tilburg. De overstap daar ging voorspoedig en ook in Roosendaal hadden we dit keer geluk: recht oversteken. De auto stond nog trouw op ons te wachten in Goes en om half negen staken we de sleutel weer in het slot van onze voordeur in Zeeuws-Vlaanderen.
Moe, maar voldaan, met 8 km in onze benen om bij te schrijven en met heel veel fijne indrukken om weer even op te teren.

© Jannie Trouwborst, februari 2018.

Voor Groenestadswandeling Eindhoven KLIK HIER.
Voor het DAFmuseum KLIK HIER.

dinsdag 9 januari 2018

Het geheime dagboek van Hendrik Groen: de tv-serie

Het boek

Het boek Pogingen iets van het leven te maken, het geheime dagboek van Hendrik Groen, 83 1/4 jaar verscheen in juni 2014. Binnen de kortste keren was het een bestseller en in 2016 werd het boek bekroond met de Publieksprijs voor het Nederlandse boek. Jarenlang was onbekend wie er schuil ging achter het pseudoniem. De speculaties liepen uiteen van Sylvia Witteman tot Arnon Grunberg. Het bleek uiteindelijk te gaan om Peter de Smet, die geen behoefte had aan de publiciteit die bij een bestseller hoort en zich na de ontdekking verder op de achtergrond hield. 

Samenvatting 

Hendrik Groen mag dan oud zijn, hij is nog lang niet dood en niet van plan zich eronder te laten krijgen. Toegegeven: zijn dagelijkse wandelingen worden steeds korter omdat de benen niet meer willen en hij moet regelmatig naar de huisarts. Technisch gesproken is hij bejaard. Maar waarom zou het leven dan alleen nog maar moeten bestaan uit koffiedrinken achter de geraniums en wachten op het einde? In korte, ogenschijnlijk luchtige, maar vooral openhartige dagboekfragmenten laat Hendrik Groen je een jaar lang meeleven met alle ups en downs van het leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Op de laatste dag van het jaar zal het nog moeilijk zijn om afscheid nemen van dit charmante personage... (achterflap)

De televisieserie

In 2017 werd aan Martin van Waardenberg gevraagd een scenario te schrijven voor de verfilming van het boek. Door Omroep Max werd de tv-serie vervolgens onder de titel Het geheime dagboek van Hendrik Groen de afgelopen weken in twaalf afleveringen uitgezonden. 
Omdat het een dagboek is, waarvan elk hoofdstuk een maand bestrijkt, heeft hij de serie opgedeeld in twaalf afleveringen en maanden. 'Op die manier zie je de seizoenen aan je voorbijtrekken.' Iets wat in het boek geen onbelangrijk thema is. Hendrik Groen beschrijft regelmatig welke impact het veranderlijke Nederlandse weer heeft op het wel en wee van de bewoners in het verzorgingstehuis, wier actieradius bij sneeuw, regen of een hittegolf ernstig wordt ingeperkt. 
Voor de serie moest Van Waardenberg er wel heel wat bij verzinnen. 'Het boek was niet voldoende om twaalf afleveringen te kunnen vullen. Ik kreeg carte blanche, maar ik had wekelijks overleg met de schrijver van het boek en de regisseur.'

Het resultaat

Ik ben nooit begonnen aan het lezen van het boek. Vooral omdat er nogal eens beweerd werd dat het boek hilarisch was. Ik houd niet zo van hilarische boeken en bij de combinatie daarvan met oude mensen die hun laatste levensdagen moeten slijten in een verzorgingshuis kon ik mij niets voorstellen. Het was dan ook met gemengde gevoelens dat ik de eerste aflevering van de tv-serie bekeek. En al helemaal toen ik zag dat één van de hoofdrolspelers een bekende komiek was: André van Duin. 
Maar wat ben ik blij dat ik toch ben gaan kijken. Ik had er geen aflevering van willen missen. Ik kan het verhaal dat we te zien kregen echt niet hilarisch noemen: er zitten komische elementen in die moeten voorkomen dat het geheel te zwaarmoedig wordt en die de aandacht voor de kwalen en de afhankelijkheid die de ouderdom met zich meebrengt, moeten verzachten.

Zowel in de serie als in het boek verenigen Hendrik Groen (gespeeld door Kees Hulst) en enkele medebewoners (onder anderen André van Duin en Olga Zuiderhoek) zich in de Omanido-club: Oud Maar Niet Dood. Daarmee proberen ze zich te ontworstelen aan de dagelijkse sleur van het tehuis. Ze weten dat ze voor veel mensen afgeschreven zijn en dat de tijd voortschrijdt, maar leggen zich daar niet bij neer. Daarin onderscheiden ze zichzelf op een positieve manier.

Het commentaar van sommige bloggers die het boek hilarisch vonden, was nu dat de serie te traag was. Dat verbaasde mij. Misschien is het het leeftijdsverschil waardoor jongeren niet goed aan kunnen voelen hoe het is om zo oud te zijn en in een verzorgingstehuis te moeten wonen. Of hoe pijnlijk het bijvoorbeeld is als een apothekersassistente op luide toon met je over de incontinentieluiers praat, terwijl de anderen in de apotheek mee kunnen luisteren. Dat is echt niet hilarisch.
De drie hierboven genoemde acteurs hebben een buitengewoon goede prestatie geleverd. Vooral André van Duin verraste me. Maar ook de andere acteurs zetten geloofwaardige ouderen neer. Ouderen zijn traag, maar daarom nog niet minder enthousiast!

Ik heb genoten van de serie, maar toch zal ik het boek niet meer gaan lezen. Waarom zou ik een goede ervaring laten overschaduwen door een boek dat me misschien minder aanstaat? Ik heb begrepen dat er een vervolg op het boek is geschreven: Zolang er leven is: Het nieuwe geheime dagboek van Hendrik Groen, 85 jaar verschenen in 2016. Is er iemand die dat gelezen heeft? Ik heb er weinig over gehoord. Wie weet lees ik dat nog eens. Want Hendrik Groen en zijn vriend Evert laten me voorlopig nog niet los.

© Jannie Trouwborst, januari 2018.