Ruim 2 jaar geleden gingen we naar de Cinema van het Chassé-theater in Breda waar de documentaire The salt of the earth draaide.
De film werd genomineerd voor een Oscar voor Beste Documentaire en won
diverse internationale prijzen. Hij is op 3 dec. 2014 in première
gegaan. (Regie Wim Wenders / Brazilië 2014.)
Deze bijna 2 uur durende
film toont een portret van de wereldwijd gerenommeerde fotograaf
Sebastião Salgado (1944). Hij maakte ontelbare reizen en kwam steevast
terug met indringende foto's die de wereld ontroerden, schokten of
verbaasden. Hij woonde bij inheemse volkeren en leefde in
vluchtelingenkampen. Was getuige van het drama van Rwanda en de
onblusbare branden in Koeweit. Het is heel bijzonder de foto's van deze
geëngageerde fotograaf te zien terwijl hij er zelf over vertelt. Voor
mijn blog daarover: KLIK HIER.
GENESIS
Enkele dagen geleden zijn we naar het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam (KLIK HIER) geweest. Daar is op dit moment een tentoonstelling over leven en werk van Sebastião Saldago te zien. Deze foto’s hebben als thema Genesis.
Na jaren sociale misstanden gefotografeerd te hebben, werd het hem
allemaal teveel en had hij zijn vertrouwen in de mensheid en dat het
ooit nog goed zou komen met deze planeet, verloren. Nadat hij zich
teruggetrokken had op de boerderij van zijn overleden ouders,
realiseerde hij zich dat de omgeving niet meer die van zijn jeugd was:
het oorspronkelijke oerbos was verdwenen, de bergen rondom geërodeerd en
al het leven eruit verdwenen. Het deed hem besluiten te proberen de
omgeving te herstellen en het mondde uit in een gigantisch project,
waarbij miljoenen bomen herplant werden en waardoor een groot nieuw
nationaal park ontstond. Hij ervoer op die manier dat de mens veel
verstoord heeft, maar dat hij ook hij staat is een deel ervan weer te
herstellen. En hij realiseerde zich dat er op de aarde plekken moeten
zijn, waarin de toestand van het begin van het leven nog ongewijzigd zal
zijn. Waar de invloed van de mens op de aarde niet zichtbaar is en
toegeslagen heeft op een negatieve en soms desastreuze manier.
Dat
werd een nieuw fotoproject en de weerslag daarvan is op deze
tentoonstelling te zien. Alle foto’s zijn zwart-wit, waardoor de nadruk
komt ter liggen op het onderwerp zelf en de compositie. Indrukwekkende
beelden van geïsoleerde landschappen en streken, enorme hoeveelheden
dieren in onvoorstelbaar grote oppervlakten van sneeuw en ijs,
woestijnen, rivierdelta’s, oerwouden. Stammen die een teruggetrokken
leven leiden en in harmonie met de natuur leven, zonder contact met de
westerse maatschappij en haar invloeden.
"Voor zijn ode
aan onze kwetsbare planeet reisde hij naar afgelegen oorden als de
Galapagoseilanden, Madagaskar en Antarctica: plekken waar mensen en
dieren nog altijd in evenwicht met elkaar en de natuur leven. Met deze
foto's toont Salgado ons de schoonheid van de ongerepte natuur en laat
hij ons beseffen dat wij onze planeet moeten beschermen" (Folder Nederlands Fotomuseum).
Een
audio-tour ingesproken door Sacha de Boer en Humberto Tan vertelt meer
over de bijzondere stijl en werkwijze van Sebastião Salgado. Bij elke
serie foto’s is een mondelinge toelichting (als je op het
luidsprekerpictogram gaat staan) en bij elke foto hangt een kaartje met
de detailinformatie.
Zonder
een referentiepunt, in de vorm van een menselijk figuurtje bv., is het
soms haast onmogelijk om je de werkelijkheid voor te stellen: een enorm
bergmassief in Patagonië met duidelijk op de achtergrond een bergtop die
volgens de omschrijving op honderd kilometer van het standpunt van de
fotograaf lag. 500.000 Pinguins die als kleine stipjes als een lang lint
door een besneeuwd rotsachtig landschap rondlopen. Het is ergens een
troost dat dat alles er nog is en naar alle waarschijnlijkheid niet snel
aangetast zal kunnen worden door de onherbergzaamheid waar het zich
bevindt, door de barre omstandigheden die er heersen of door de
onbereikbaarheid. Dat op zich geeft al hoop: hoop dat als de mens het
allemaal voor zichzelf verziekt, de aarde waarschijnlijk nog veerkracht
genoeg heeft om te herstellen na het verdwijnen van onze soort. Ook al
duurt dat dan miljoenen jaren.
TED talk
Enkele
foto's zijn gewijd aan zijn eigen project: het herstel van het
regenwoud in zijn eigen woonomgeving. In een TED-talk uit 2013 vertelt
hij over zijn leven en het resultaat van zijn project en toont hij er
meer foto's van, KLIK HIER voor het filmpje.
De
motivatie van Saldago voor het maken van deze serie is vooral het laten
zien hoe mooi en bijzonder onze aarde is en hoe belangrijk het is haar
tegen onze negatieve invloed te beschermen. Het is goed hier geweest te
zijn, maar ik zou best meer willen lezen (of horen) over de reizen en
avonturen die hij beleefd heeft bij het maken van deze foto’s.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017
De
tentoonstelling is nog te zien tot 17 september 2017. Wil je zijn
foto's bekijken, dan kun je er honderden vinden via googlen op zijn naam
en afbeeldingen. Vanwege het copyright kan ik hier alleen die van de
folder erbij zetten.
donderdag 10 augustus 2017
woensdag 9 augustus 2017
Waarom zou je een vink moeten plukken?
Spreekwoorden of gezegden met als uitgangspunt LEEG, dat moet het deze week worden, volgens de opdracht van Carel (KLIK HIER). Ik hoop niet dat dat een vooruitwijzing is naar het bereiken van de bodem van zijn ideeënbus, m.a.w. dat die bijna leeg is. Het zou zo maar kunnen, want hij verzint al zolang nieuwe woorden... Maar het is een doorzetter, dus het zal wel loos alarm zijn. Zoals meestal laat ik de veel gebruikte spreekwoorden en gezegden liever links liggen. Ik wil zelf ook iets opsteken van dit wekelijkse spelletje. Dat is juist een deel van het plezier ervan. Dus daar gaan we weer!
Als ik het woord probeer te duiden, kan ik dat eigenlijk alleen maar door het tegenover vol te stellen. Niets bevattend, zou een omschrijving kunnen zijn. Zo kennen we een leeghoofd (domme persoon) of een halfvol dan wel half leeg glas (positieve of negatieve kijk op de gang van zaken). Maar vroeger had het nog een andere betekenis, waarvoor ook het inmiddels ouderwetse woord ledig werd gebruikt:
ledig, leeg “vrij, onbelemmerd, niet bezig, lui, werkloos, zonder ambacht, ongehuwd, vrij van, ter vrije beschikking staande, onbeheerd, nietig”. (tekst uit Franck's Etymologische woordenboek der Nederlandsche taal van N.van Wijk (1936).
Een bekende uitdrukking die ik me daarbij herinner is: Ledigheid is des duivels oorkussen (het betekent iets als 'met luie mensen loopt het niet goed af').
Volgens Onze Taal (KLIK HIER):
"Ledigheid is een oud woord voor 'luiheid' en oorkussen is een verouderd woord voor 'hoofdkussen'. De uitdrukking is aan het verouderen; meestal wordt ze als vermaning gebruikt tegenover iemand die niets uitvoert. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat de uitdrukking oorspronkelijk iets anders luidde: een ledig mens is een duivels oorkussen. Daarmee werd bedoeld: wie lui is, wordt door de duivel als kussen gebruikt. En als de duivel zijn hoofd op je te rusten legt, kan het natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen. F.A. Stoett verwoordt het zo in zijn Nederlandsche spreelwoorden, uitdrukkingen en gezegden: "een luiaard is een plaats, waarin de duivel zich gemakkelijk neervlijt; daar ligt hij als in een bed op een oorkussen ter ruste en broedt dan allerlei kwaad".
Daarop voortbordurend vond ik een voor mij nieuw spreekwoord:
Beter een vink geplukt, dan ledig gezeten.
Wat zoveel wil zeggen als: Je kunt beter een onbelangrijk karweitje doen, dan niets zitten te doen.
Het zal ook een oude spreuk zijn. De tijd dat vinken gevangen en geplukt werden ligt al ver achter ons. In de late middeleeuwen was het een welkome aanvulling op het menu. Hoewel jacht en visvangst een adellijk voorrecht waren, werd in tijden van hongersnood elke vogel - zo ook de vederlichte vink - gestroopt om te eten. Hier is vinken vangen allang verboden, maar in de overwinteringslanden denkt men daar anders over...
En hoe men hier tegenwoordig over de betekenis van dit spreekwoord denkt? Dat vind ik een interessante vraag! Laat het me dus gerust weten.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
![]() |
| Vinkenjacht als tijdverdrijf van de adel |
ledig, leeg “vrij, onbelemmerd, niet bezig, lui, werkloos, zonder ambacht, ongehuwd, vrij van, ter vrije beschikking staande, onbeheerd, nietig”. (tekst uit Franck's Etymologische woordenboek der Nederlandsche taal van N.van Wijk (1936).
Een bekende uitdrukking die ik me daarbij herinner is: Ledigheid is des duivels oorkussen (het betekent iets als 'met luie mensen loopt het niet goed af').
Volgens Onze Taal (KLIK HIER):
"Ledigheid is een oud woord voor 'luiheid' en oorkussen is een verouderd woord voor 'hoofdkussen'. De uitdrukking is aan het verouderen; meestal wordt ze als vermaning gebruikt tegenover iemand die niets uitvoert. Het Groot Uitdrukkingenwoordenboek van Van Dale (2006) vermeldt dat de uitdrukking oorspronkelijk iets anders luidde: een ledig mens is een duivels oorkussen. Daarmee werd bedoeld: wie lui is, wordt door de duivel als kussen gebruikt. En als de duivel zijn hoofd op je te rusten legt, kan het natuurlijk alleen maar verkeerd aflopen. F.A. Stoett verwoordt het zo in zijn Nederlandsche spreelwoorden, uitdrukkingen en gezegden: "een luiaard is een plaats, waarin de duivel zich gemakkelijk neervlijt; daar ligt hij als in een bed op een oorkussen ter ruste en broedt dan allerlei kwaad".
Daarop voortbordurend vond ik een voor mij nieuw spreekwoord:
Beter een vink geplukt, dan ledig gezeten.
Wat zoveel wil zeggen als: Je kunt beter een onbelangrijk karweitje doen, dan niets zitten te doen.
Het zal ook een oude spreuk zijn. De tijd dat vinken gevangen en geplukt werden ligt al ver achter ons. In de late middeleeuwen was het een welkome aanvulling op het menu. Hoewel jacht en visvangst een adellijk voorrecht waren, werd in tijden van hongersnood elke vogel - zo ook de vederlichte vink - gestroopt om te eten. Hier is vinken vangen allang verboden, maar in de overwinteringslanden denkt men daar anders over...
En hoe men hier tegenwoordig over de betekenis van dit spreekwoord denkt? Dat vind ik een interessante vraag! Laat het me dus gerust weten.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
woensdag 2 augustus 2017
Een goed bijenjaar?
En toen was het ineens augustus. "Laten we maar
niet moeilijk doen" moet Carel gedacht hebben: het eerste woord van deze
maand voor de #SG17-31 wordt....augustus. (KLIK HIER)
Wie op zoek gaat naar spreekwoorden en gezegden over augustus komt al snel terecht bij velerlei weerspreuken, meestal voorspellingen over hoe de winter eruit zal gaan zien of hoe de wijn zal smaken nadat een zonnige of juist koude en regenachtige augustus voorbij is. Eigenlijk bestaan dit soort spreuken voor elke maand van het jaar. Ik heb er nooit veel waarde aan gehecht, maar ik moet ook toegeven dat ik nooit serieus onderzoek gedaan heb naar de mogelijke waarheid achter deze uitspraken, die vaak al oud zijn en uit het boerenleven komen. Misschien is het toch een kwestie van ervaring met de elementen? En gaat er een hoop wijsheid verloren als we ze vergeten? Wie het weet mag het zeggen.
Daarnaast viel me op dat er allerlei heiligen genoemd worden in deze spreuken. De omstandigheden op hun naamdag zouden bepalend zijn voor het verloop van oogst, winter, etc. Ingewikkeld voor wie niet precies weet welke naamdag in augustus valt. Gelukkig bestaat er een site waar ze allemaal netjes op datum gerangschikt zijn (KLIK HIER).
Bijvoorbeeld:
10 augustus Laurentius: Als men op Laurentiusdag een rijpe druif vindt, is er veel hoop op goede wijn. Maar ook: Op Sint Laurens regenvlagen, zes weken duren de waterplagen.
15 augustus Maria Hemelvaart: Is 15 augustus goed en klaar, wordt het een goed bijenjaar.
28 augustus Sint Augustijn: Op Sint Augustijn zullen de onweders over zijn.
Ter sprake komt ook Sint-Juttemis. Volgens Onze Taal zijn er verschillende verklaringen voor de herkomst van dit woord en de bijbehorende uitdrukking: met Sint-Juttemis als de kalveren op het ijs dansen.
Een ervan luidt:
"Jutte zou een koosvorm zijn van Judith, de Bijbelse heldin, van wie de naamdag op 17 augustus zou vallen. In augustus ligt er uiteraard geen ijs, en kalveren kunnen niet dansen, vandaar de betekenis nooit." Zie verder ONZE TAAL.
Elke maand heeft ook een alternatieve naam, zo is augustus is oogstmaand: de maand waarin van oudsher geoogst wordt. Het woord oogst is overigens ontstaan uit de Latijnse naam Augustus.
Ik hoopte zo dat er tussen al die spreuken ook één zou zitten die je metaforisch zou kunnen bekijken en gebruiken. Het viel niet mee om ze allemaal door te spitten, maar toch vond ik er één:
Augustus rijpt alle bessen, maar september viert de successen.
Als je een mensenleven beschouwt als een kalenderjaar, dan kan ik me bij die spreuk wel iets voorstellen.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Wie op zoek gaat naar spreekwoorden en gezegden over augustus komt al snel terecht bij velerlei weerspreuken, meestal voorspellingen over hoe de winter eruit zal gaan zien of hoe de wijn zal smaken nadat een zonnige of juist koude en regenachtige augustus voorbij is. Eigenlijk bestaan dit soort spreuken voor elke maand van het jaar. Ik heb er nooit veel waarde aan gehecht, maar ik moet ook toegeven dat ik nooit serieus onderzoek gedaan heb naar de mogelijke waarheid achter deze uitspraken, die vaak al oud zijn en uit het boerenleven komen. Misschien is het toch een kwestie van ervaring met de elementen? En gaat er een hoop wijsheid verloren als we ze vergeten? Wie het weet mag het zeggen.
Daarnaast viel me op dat er allerlei heiligen genoemd worden in deze spreuken. De omstandigheden op hun naamdag zouden bepalend zijn voor het verloop van oogst, winter, etc. Ingewikkeld voor wie niet precies weet welke naamdag in augustus valt. Gelukkig bestaat er een site waar ze allemaal netjes op datum gerangschikt zijn (KLIK HIER).
Bijvoorbeeld:
10 augustus Laurentius: Als men op Laurentiusdag een rijpe druif vindt, is er veel hoop op goede wijn. Maar ook: Op Sint Laurens regenvlagen, zes weken duren de waterplagen.
15 augustus Maria Hemelvaart: Is 15 augustus goed en klaar, wordt het een goed bijenjaar.
28 augustus Sint Augustijn: Op Sint Augustijn zullen de onweders over zijn.
Ter sprake komt ook Sint-Juttemis. Volgens Onze Taal zijn er verschillende verklaringen voor de herkomst van dit woord en de bijbehorende uitdrukking: met Sint-Juttemis als de kalveren op het ijs dansen.
Een ervan luidt:
"Jutte zou een koosvorm zijn van Judith, de Bijbelse heldin, van wie de naamdag op 17 augustus zou vallen. In augustus ligt er uiteraard geen ijs, en kalveren kunnen niet dansen, vandaar de betekenis nooit." Zie verder ONZE TAAL.
Elke maand heeft ook een alternatieve naam, zo is augustus is oogstmaand: de maand waarin van oudsher geoogst wordt. Het woord oogst is overigens ontstaan uit de Latijnse naam Augustus.
Ik hoopte zo dat er tussen al die spreuken ook één zou zitten die je metaforisch zou kunnen bekijken en gebruiken. Het viel niet mee om ze allemaal door te spitten, maar toch vond ik er één:
Augustus rijpt alle bessen, maar september viert de successen.
Als je een mensenleven beschouwt als een kalenderjaar, dan kan ik me bij die spreuk wel iets voorstellen.
© Jannie Trouwborst, augustus 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
donderdag 27 juli 2017
Luie bliksems en andere donderstenen
Wist je dat er zoiets bestaat als het Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef? Verzameld door Marc de Coster (2007). Het schijnt gewild te zijn, want het is alleen nog tweedehands te koop voor de bliksemse prijs van € 36,95! Maar geen nood: alle Nederlandse scheldwoorden hieruit die je op zou willen zoeken, zijn ook te vinden op de Etymologiebank.
Hoe ik daar terecht gekomen ben? Via de opdracht van Carel voor #SG17 woord 30: BLIKSEM (KLIK HIER). Het zal hem te binnen zijn geschoten bij de forse onweersbuien die de afgelopen week ons land teisterden. Maar mij schoot meteen iets anders te binnen. Mijn logeerpartijtjes bij Opa en Oma in Amsterdam
Heus, ik was best een lief en gezeglijk meisje, maar ook erg nieuwsgierig en altijd op zoek naar iets leesbaars. En dan kon het wel eens gebeuren dat ik, als ik bij mijn Oma en Opa logeerde, mijn neus in hun boekenkast stak, hetgeen mij uitdrukkelijk verboden was! "Wel bliksemse meid", riep Oma dan, "je weet donders goed dat je daar af moet blijven." Onweer dus, maar dan op een andere manier.
Bij de etymologiebank ontdekte ik dat bliksem, als scheldwoord, waarschijnlijk voor het eerst gebruikt is door Johannes Kneppelhout in Studentenleven (1841-1844). Zijn "flaauwe bliksem" klinkt me niet bekend in de oren. Dan kan ik me meer voorstellen bij: "Zeg, luie bliksems, komt ’r nog wat van?" van Godfried Bomans in De avonturen van tante Pollewop (1958).
Mijn Oma maakte het wel weer goed hoor, met mijn lievelingskostje: Hete bliksem. Dat is een echt Oud-Hollands gerecht, dat nu nauwelijks nog gegeten wordt. Het is een stamppot die bestaat uit 2 delen aardappelen, 1 deel zure appelen (goudreinetten), 1 deel zoete appelen of peren en 1 deel uien. Ze gaf er ook nog gebakken bloedworst bij. Ook zo'n vergeten lekkernij. Doordat er veel vocht uit het fruit tevoorschijn komt, blijft de maaltijd erg lang heet. Maar waarom het dan BLIKSEM heet? Daar ben ik nog niet achter.
En dan nog een spelletje met een kopje thee en een echte Friese Drabbelkoek en dan als de bliksem naar bed. Want de volgende dag ging ik met Opa op stap, omdat zij haar huis de wekelijkse poetsbeurt ging geven. Geen straf overigens: Artis, Schiphol (toen nog echt gewoon een uitje: vliegtuigen kijken) of het Koloniaal Museum (nu Tropen Museum). En met een beetje geluk kocht Opa dan ergens een kinderleesboek voor mij. Dan hadden ze de rest van de logeerpartij aan deze dondersteen geen kind meer.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Hoe ik daar terecht gekomen ben? Via de opdracht van Carel voor #SG17 woord 30: BLIKSEM (KLIK HIER). Het zal hem te binnen zijn geschoten bij de forse onweersbuien die de afgelopen week ons land teisterden. Maar mij schoot meteen iets anders te binnen. Mijn logeerpartijtjes bij Opa en Oma in Amsterdam
Heus, ik was best een lief en gezeglijk meisje, maar ook erg nieuwsgierig en altijd op zoek naar iets leesbaars. En dan kon het wel eens gebeuren dat ik, als ik bij mijn Oma en Opa logeerde, mijn neus in hun boekenkast stak, hetgeen mij uitdrukkelijk verboden was! "Wel bliksemse meid", riep Oma dan, "je weet donders goed dat je daar af moet blijven." Onweer dus, maar dan op een andere manier.
Bij de etymologiebank ontdekte ik dat bliksem, als scheldwoord, waarschijnlijk voor het eerst gebruikt is door Johannes Kneppelhout in Studentenleven (1841-1844). Zijn "flaauwe bliksem" klinkt me niet bekend in de oren. Dan kan ik me meer voorstellen bij: "Zeg, luie bliksems, komt ’r nog wat van?" van Godfried Bomans in De avonturen van tante Pollewop (1958).
Mijn Oma maakte het wel weer goed hoor, met mijn lievelingskostje: Hete bliksem. Dat is een echt Oud-Hollands gerecht, dat nu nauwelijks nog gegeten wordt. Het is een stamppot die bestaat uit 2 delen aardappelen, 1 deel zure appelen (goudreinetten), 1 deel zoete appelen of peren en 1 deel uien. Ze gaf er ook nog gebakken bloedworst bij. Ook zo'n vergeten lekkernij. Doordat er veel vocht uit het fruit tevoorschijn komt, blijft de maaltijd erg lang heet. Maar waarom het dan BLIKSEM heet? Daar ben ik nog niet achter.
En dan nog een spelletje met een kopje thee en een echte Friese Drabbelkoek en dan als de bliksem naar bed. Want de volgende dag ging ik met Opa op stap, omdat zij haar huis de wekelijkse poetsbeurt ging geven. Geen straf overigens: Artis, Schiphol (toen nog echt gewoon een uitje: vliegtuigen kijken) of het Koloniaal Museum (nu Tropen Museum). En met een beetje geluk kocht Opa dan ergens een kinderleesboek voor mij. Dan hadden ze de rest van de logeerpartij aan deze dondersteen geen kind meer.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
donderdag 20 juli 2017
Pruimen doen ruimen
Er zitten dit jaar niet veel pruimen aan onze boom: een late nachtvorst was de oorzaak. Maar wat overbleef was de moeite waard: als eieren zo groot! En lekker zoet. Geen reden dus om te zuurpruimen. Het leek me een uitdaging, de opgave van Carel deze week: PRUIM voor de #SG17-29 (KLIK HIER). Erg veel uitdrukkingen schoten me niet direct te binnen. Dat werd dus even zoeken. Maar dan blijkt de oogst uiteindelijk veel rijker dan ik hier kan opschrijven.
Het begon er al mee dat het woord PRUIM volgens Van Dale 5 betekenissen heeft, waarvan de vrucht en de uitgekauwde prop tabak de meest bekende zijn. Van alle 5 zijn gezegden en spreekwoorden te vinden. Ik vond bij de vrucht genoeg leuke, voor mij onbekende, uitdrukkingen om me daar maar toe te beperken.
- De grappigste vond ik die hierboven in de titel staat: Pruimen doen ruimen. Moet ik die nog toelichten of herken je het gevoel als je per ongeluk teveel van deze pruimen gesnoept hebt?
- Iemand die daar geen last van zal hebben is de vrouw die geen pruim zegt voor een mand vol. M.a.w. zij is zo trots en uit de hoogte dat ze niet op commando "pruim" zal zeggen, al geef je haar een mand vol pruimen. En ongetwijfeld heeft ze ook nog een pruimenmondje.
- Vroeger werd er over opgroeiende kinderen gezegd dat ze nog tussen pruimen en krenten zijn. Eigenlijk vind ik dat een veel leukere uitdrukking dan te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet. Maar of mijn puber-kleindochters dat zullen waarderen betwijfel ik zeer.
Ik zag er nog meer, maar ik wil niet dat Carel het gevoel krijgt dat alle pruimen al geschud zijn. Dus ik laat het hier maar bij.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
- De grappigste vond ik die hierboven in de titel staat: Pruimen doen ruimen. Moet ik die nog toelichten of herken je het gevoel als je per ongeluk teveel van deze pruimen gesnoept hebt?
- Iemand die daar geen last van zal hebben is de vrouw die geen pruim zegt voor een mand vol. M.a.w. zij is zo trots en uit de hoogte dat ze niet op commando "pruim" zal zeggen, al geef je haar een mand vol pruimen. En ongetwijfeld heeft ze ook nog een pruimenmondje.
- Vroeger werd er over opgroeiende kinderen gezegd dat ze nog tussen pruimen en krenten zijn. Eigenlijk vind ik dat een veel leukere uitdrukking dan te klein voor een tafellaken en te groot voor een servet. Maar of mijn puber-kleindochters dat zullen waarderen betwijfel ik zeer.
Ik zag er nog meer, maar ik wil niet dat Carel het gevoel krijgt dat alle pruimen al geschud zijn. Dus ik laat het hier maar bij.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
vrijdag 14 juli 2017
Hoezo: een wolk van een baby?
Vorige week "BUI"en dus nu "WOLK" vindt Carel voor aflevering 28 van de serie #SG17 over spreekwoorden en gezegden (KLIK HIER).
Maar hoe verhouden die zich tot elkaar? Als je een bui ziet hangen, dan zie je vooral de donkere wolken waar naar verwachting veel striemende regen uit zal vallen. Die bui komt dus voort uit de dreigende wolkenlucht.
In veel uitdrukkingen over wolken (en buien) valt het negatieve aspect ervan op: Achter de wolken schijnt de zon, een wolk met een gouden randje, geen wolkje aan de lucht. Zelfs de uitdrukking: op een roze wolk zitten wil zoveel zeggen als: de realiteit uit het oog verloren hebben en de zaken rooskleuriger bekijken dan ze in werkelijkheid zijn. In het gunstigste geval dus wit, maar misschien ook wel grijs of eigenlijk zo zwart als van een dreigende donderbui.
Maar er is één uitdrukking die volledig de andere kant op lijkt te wijzen, wanneer we het hebben over "een wolk van een baby". Die is niet bedreigend, maar juist positief bedoeld: een aantrekkelijke, stevige en gezonde boreling. Toch zeggen we dat niet van peuters, kleuters, pubers en volwassenen. Dat vraagt om nader onderzoek.
Sinds wanneer kennen we deze uitdrukking? Om te beginnen behoort het Engelse leenwoord baby nog niet zo heel lang tot onze taal: pas eind 19de eeuw werd het hier voor het eerst gebruikt. Maar de combinatie van wolk en mens heeft een veel langere geschiedenis.
Johannes Smetius had het in 1660 over een mensch als een wolk, J. van Paffenrode schreef in 1661 over een man als een wollik, Justus van Effen berichtte in 1732 over een jongen als een wolk en twee jaar later schreef hij de volgende volzin: ”t Is waar, Klaas is een kaerel als een wolk, hy is breed van borst en schouders; hy heeft een kop, daar men paalen mee in de aard zou heien." Uit dit citaat wordt meteen duidelijk wat men met een wolk van een jongen, man, kerel of mens bedoelde: een stevig gebouwd iemand met een blakende gezondheid, dan wel een gezonde, dikke of mollige persoon. Eigenlijk bedoelde men "een jongen die zoo bol is als een regenwolk", aldus F.A. Stoett in zijn beroemde spreekwoordenboek.
Tegenwoordig wordt de uitdrukking alleen nog gebruikt voor pasgeboren kinderen, maar waarom dat zo is? Ik zou in de wolken zijn als iemand me dat kan vertellen.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Maar hoe verhouden die zich tot elkaar? Als je een bui ziet hangen, dan zie je vooral de donkere wolken waar naar verwachting veel striemende regen uit zal vallen. Die bui komt dus voort uit de dreigende wolkenlucht.
In veel uitdrukkingen over wolken (en buien) valt het negatieve aspect ervan op: Achter de wolken schijnt de zon, een wolk met een gouden randje, geen wolkje aan de lucht. Zelfs de uitdrukking: op een roze wolk zitten wil zoveel zeggen als: de realiteit uit het oog verloren hebben en de zaken rooskleuriger bekijken dan ze in werkelijkheid zijn. In het gunstigste geval dus wit, maar misschien ook wel grijs of eigenlijk zo zwart als van een dreigende donderbui.
Maar er is één uitdrukking die volledig de andere kant op lijkt te wijzen, wanneer we het hebben over "een wolk van een baby". Die is niet bedreigend, maar juist positief bedoeld: een aantrekkelijke, stevige en gezonde boreling. Toch zeggen we dat niet van peuters, kleuters, pubers en volwassenen. Dat vraagt om nader onderzoek.
Sinds wanneer kennen we deze uitdrukking? Om te beginnen behoort het Engelse leenwoord baby nog niet zo heel lang tot onze taal: pas eind 19de eeuw werd het hier voor het eerst gebruikt. Maar de combinatie van wolk en mens heeft een veel langere geschiedenis.
Johannes Smetius had het in 1660 over een mensch als een wolk, J. van Paffenrode schreef in 1661 over een man als een wollik, Justus van Effen berichtte in 1732 over een jongen als een wolk en twee jaar later schreef hij de volgende volzin: ”t Is waar, Klaas is een kaerel als een wolk, hy is breed van borst en schouders; hy heeft een kop, daar men paalen mee in de aard zou heien." Uit dit citaat wordt meteen duidelijk wat men met een wolk van een jongen, man, kerel of mens bedoelde: een stevig gebouwd iemand met een blakende gezondheid, dan wel een gezonde, dikke of mollige persoon. Eigenlijk bedoelde men "een jongen die zoo bol is als een regenwolk", aldus F.A. Stoett in zijn beroemde spreekwoordenboek.
Tegenwoordig wordt de uitdrukking alleen nog gebruikt voor pasgeboren kinderen, maar waarom dat zo is? Ik zou in de wolken zijn als iemand me dat kan vertellen.
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
dinsdag 4 juli 2017
De ene bui is de andere niet
In wat voor stemming zou Carel geweest zijn, toen hij voor de #SG17-27 het woord BUI (KLIK HIER) opgaf? In een vrolijke bui, een boze bui, een melancholische bui..... vul maar in. Of was hij net drijfnat geregend?
Uit het etymologisch woordenboek blijkt dat bui als "neerslag" vanaf 1599 gebruikt werd, als "vlaag van ongenoegen" vanaf 1626 en als "stemming" vanaf 1786. Vooral de korte tijdsspanne tussen de eerste en de tweede betekenis valt me op. De oorspronkelijke "buy" was dan ook niet zomaar een beetje regen. Een hevige wind, met stormvlagen en striemende regen hoorden erbij. Dat verklaart waarom het ook in overdrachtelijke zin gebruikt kon worden als een "vlaag van ongenoegen". Maar een bui drijft over en het weer klaart op. Net als de vlaag van ongenoegen tijdelijk is en de boze bui weer verdwijnt.
Het duurde wat langer voor de bui "stemming in het algemeen" ging betekenen en hoewel dat verband moeilijker te verklaren is (een bui is immers vooral negatief), wordt het inmiddels voor vele soorten stemmingen gebruikt.
Ik zie (of voel) de bui al hangen betekent zoveel als: ik zag de narigheid al aankomen. De bui afwachten betekent: weten dat er iets te vrezen valt en dat maar rustig afwachten. Voor de bui binnen zijn: schuilen voor het onheil komt. Allemaal spreekwoorden waarin bui als weersverschijnsel nog doorklinkt. En waarbij vooral de dreiging van onheil, net als bij storm en regenbuien, een rol speelt.
Met De bui zal wel overwaaien zitten we m.i. op de grens van weersverschijnsel en stemming. Ook een ander Hollands weersverschijnsel zit erin: wind. Letterlijk genomen betekent het natuurlijk dat het weer wel weer op zal klaren als de bui overgewaaid is, maar wij gebruiken de uitdrukking vooral om aan te geven: die boosheid verdwijnt wel weer. Een voorbeeld van "vlaag van ongenoegen". Bui verbonden dus met een persoonlijke stemming.
En tegenwoordig zijn we allemaal in allerlei buien gade te slaan: jolige, vrijgevige, sombere, ijverige, uitgelaten, boze of sacherijnige. Door de Dikke van Dale samengevat als: luim. Ook een mooi woord.
De Dikke van Dale geeft nog als voorbeeld: Zij heeft zo haar buien. Mijn moeder had daar nog al last van. Er was dan geen land met haar te bezeilen. Maar daar hadden wij toch een andere uitdrukking voor: Ze heeft weer eens de bokkenpruik op. Behalve humeurig was ze nl. nog eens op een koppige manier boos. Dan past die uitdrukking toch beter. Maar waar die dan weer vandaan komt? Dat zoeken we op!
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Uit het etymologisch woordenboek blijkt dat bui als "neerslag" vanaf 1599 gebruikt werd, als "vlaag van ongenoegen" vanaf 1626 en als "stemming" vanaf 1786. Vooral de korte tijdsspanne tussen de eerste en de tweede betekenis valt me op. De oorspronkelijke "buy" was dan ook niet zomaar een beetje regen. Een hevige wind, met stormvlagen en striemende regen hoorden erbij. Dat verklaart waarom het ook in overdrachtelijke zin gebruikt kon worden als een "vlaag van ongenoegen". Maar een bui drijft over en het weer klaart op. Net als de vlaag van ongenoegen tijdelijk is en de boze bui weer verdwijnt.
Het duurde wat langer voor de bui "stemming in het algemeen" ging betekenen en hoewel dat verband moeilijker te verklaren is (een bui is immers vooral negatief), wordt het inmiddels voor vele soorten stemmingen gebruikt.
Ik zie (of voel) de bui al hangen betekent zoveel als: ik zag de narigheid al aankomen. De bui afwachten betekent: weten dat er iets te vrezen valt en dat maar rustig afwachten. Voor de bui binnen zijn: schuilen voor het onheil komt. Allemaal spreekwoorden waarin bui als weersverschijnsel nog doorklinkt. En waarbij vooral de dreiging van onheil, net als bij storm en regenbuien, een rol speelt.
Met De bui zal wel overwaaien zitten we m.i. op de grens van weersverschijnsel en stemming. Ook een ander Hollands weersverschijnsel zit erin: wind. Letterlijk genomen betekent het natuurlijk dat het weer wel weer op zal klaren als de bui overgewaaid is, maar wij gebruiken de uitdrukking vooral om aan te geven: die boosheid verdwijnt wel weer. Een voorbeeld van "vlaag van ongenoegen". Bui verbonden dus met een persoonlijke stemming.
En tegenwoordig zijn we allemaal in allerlei buien gade te slaan: jolige, vrijgevige, sombere, ijverige, uitgelaten, boze of sacherijnige. Door de Dikke van Dale samengevat als: luim. Ook een mooi woord.
De Dikke van Dale geeft nog als voorbeeld: Zij heeft zo haar buien. Mijn moeder had daar nog al last van. Er was dan geen land met haar te bezeilen. Maar daar hadden wij toch een andere uitdrukking voor: Ze heeft weer eens de bokkenpruik op. Behalve humeurig was ze nl. nog eens op een koppige manier boos. Dan past die uitdrukking toch beter. Maar waar die dan weer vandaan komt? Dat zoeken we op!
© Jannie Trouwborst, juli 2017.
Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.
Abonneren op:
Posts (Atom)








