vrijdag 13 januari 2017

Frustratie? Hoezo?

Er zijn woorden die heel erg moeilijk te verduidelijken zijn door te proberen ze in andere woorden te vangen. Dat is vaak het geval wanneer het betreffende woord over een diepgevoelde emotie gaat. Frustratie is zo'n woord voor mij. Daarbij gaat het zelfs over meerdere emoties: een gevoel van teleurstelling, ergernis, belemmering, maar ook heeft het elementen in zich van boosheid, zelfverwijt, machteloosheid.

De meesten van ons herkennen het gevoel. Maar hoe we er op reageren verschilt per individu en de omstandigheden. Aangezien het meer is dan een gewone teleurstelling kan frustratie zich uiten in agressie of apathie. Beide reacties helpen je niet om je teleurstelling te verwerken en belemmeringen weg te nemen.

Omdat frustratie een gevoel is en geen toestand kun je er in elk geval invloed op uit oefenen, ook als er aan de toestand niets veranderd kan worden. Het is zelfs zo dat als de frustratie toeslaat het eventueel veranderen van de toestand die er de oorzaak van was, nog moeilijker wordt.

Ik zag onlangs een intrigerend filmpje: een klein meisje deed verwoede pogingen om op haar pony te klimmen. Hoe vaak ze ook een nieuwe sprong waagde, hoe zeer ze zich op de rug van het paardje probeerde te trekken, ze gleed er steeds weer af. Maar ze ging door: ongelooflijk, wel dertig, veertig keer. Ik zou moedeloos geworden zijn. En gefrustreerd, boos op mezelf dat ik dat niet kon. En misschien agressief gereageerd hebben naar de filmende ouder die me niet hielp en tenslotte apathisch de onmogelijkheid van op mijn pony rijden aanvaard hebben. Maar het meiske? Onvermoeibaar bleef ze proberen, rustte even, keek eens lachend naar haar filmende ouder, maar vroeg niets en ging het weer proberen. En toen ..... lukte het ineens. Ze zat op haar paardje, fier rechtop, ze straalde! 

Frustratie (dus niet een simpele ergernis of teleurstelling) is een gevoel waar je iets mee kunt. Het vraagt om actie. Jezelf vragen stellen helpt. Kan en wil ik iets doen om de toestand te veranderen? Kan ik accepteren dat de toestand nu eenmaal zo is en hoe kan ik me daar in schikken? Heeft het zin mezelf iets te verwijten? Waarschijnlijk niet. En als dat wel zo is, wat moet ik daar dan aan doen? Zijn er positieve kanten aan deze ongewenste toestand te ontdekken? Wat doe ik met de boosheid naar anderen die er over voel? Is die wel terecht?

Van een teleurstelling of een ergernis maak je zelf een frustratie. Door er anders naar te kijken kun je er wellicht een positieve ervaring van maken. En een frustratie veranderen in een voldoening om fier op te zijn.

© Jannie Trouwborst, januari 2017.

*Frustratie ~ 1) Diep gevoelde teleurstelling 2) Ergernis 3) Gevoel van teleurstelling 4) Innerlijke belemmering 5) Onthouding 6) Ontzegging 7) Remming 8) Teleurstelling 9) Verduwing 10) Versmachting

# WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

woensdag 11 januari 2017

Werken als een molenpaard

Wij worden ditmaal aan het werk gezet met het woord WERKEN. Altijd eerst even laten bezinken en kijken wat er naar boven komt drijven. Eerst schoot mij een uitdrukking van mijn moeder te binnen als we naar haar zin niet genoeg meehielpen in huis: we hebben hier blijkbaar luxe paarden en werkpaarden. En meteen daarna dacht ik: werken als een molenpaard!

Hoe krijg ik de kans om twee keer achtereen mijn stokpaardje te berijden? Weer een blogje waar molens een rol in spelen! Echte paarden zijn voor mij vooral de enorm sterke en goeiige Zeeuws trekpaarden, zeer geschikt voor het werk op de zware Zeeuwse kleigronden. Maar ze betekenden nog veel meer in een tijd dat de kracht van 1 paard alles was waar men over kon beschikken bij de arbeid. Met daarnaast natuurlijk nog de mogelijkheden van wind en water.

Maar hoezo werken als een molenpaard? Windmolens werden vooral gebruikt voor het malen van graan, het persen van olie of het zagen van hout. En in later tijd het droogmalen van polders. Waterradmolen speelden meestal een rol bij het maken van papier uit lompen of in wasserijen. Ga eens op bezoek in het Openlucht Museum in Arnhem (KLIK HIER), dan kun er één in bedrijf zien.

Wat je daar ook kunt zien is een zgn. rosmolen. Het woord ros doet vast wel een belletje rinkelen: een paard. Boerderijen hadden vroeger vaak een eigen rosmolen, dorpen zelfs een grotere voor twee paarden. Er waren sterke paarden voor nodig om rondlopend de molenstenen in beweging te brengen. Daarmee werd graan gemalen of olie geperst. 
Ook de windmolenaars gebruikten sterke molenpaarden: om karren vol graan bij de boeren te halen en zakken meel thuis te bezorgen. De luxe rijpaardjes van de voorname dames en heren waren daar uiteraard niet geschikt voor.

Werken als een molenpaard wordt nu als uitdrukking gebruikt voor iemand die sterk is en keihard werkt. Meestal gaat het dan om mannen. Maar het woord molenpaard kreeg op den duur nog een andere betekenis: het verwijst naar een grove, potige vrouw. Waarbij ik me niet iemand voorstel die bereid zal zijn om braaf rondjes te lopen in een tredmolen......

(Meer over rosmolens weten? Klik dan HIER. Daar vind je ook een lijst met nog bestaande en soms nog werkende rosmolens in Vlaanderen en Nederland.) 
 
© Jannie Trouwborst, januari 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

vrijdag 6 januari 2017

Kans, keuze en toeval

Voor mij zijn kans, keuze en toeval nauw met elkaar verbonden. Om een simpel voorbeeld te geven: je kiest er op 30 december voor een oudejaarslot te kopen. De kans bestaat dat je 30 miljoen euro wint. Ook al is die kans maar 0,00002 %. Je bent dan ook niet verbaasd als je niets wint. Er verandert niets in je leven, behalve misschien een andere keuze volgend jaar? Maar als het toeval je gunstig gezind is, dan win je wel en zal je leven voorgoed veranderen. Psychologen en beleggingsadviseurs zullen je helpen om deze fortuinlijke wending in goede banen te leiden.

Maar hoe gaat dat met de echt belangrijke zaken in het leven? Waarom verlopen onze levens, zoals ze verlopen? Is dat ook kans, keuze en toeval of is er meer aan de hand?


Dat je geboren wordt, is niet jouw keuze, maar die van je ouders. Dat je bent wie je bent, is min of meer toeval: het is de unieke combinatie van genen die je via je ouders kreeg. Hoe je je verder zal ontwikkelen is afhankelijk van deze aanleg, de keuzes die je maakt (of die voor je genomen worden) en het toeval.

Elke keus biedt je kansen, maar sluit vaak ook andere mogelijkheden (kansen) uit. Bovendien kan het toeval je een handje helpen of zich juist tegen je keren. Feit blijft dat waar je nu staat in je leven, het resultaat is van de keuzes die jij maakte of niet maakte (maar dat is eigenlijk ook een keus). Ook als het toeval daarbij een (bescheiden) rol speelde.

Kiezen is moeilijk. Juist omdat je weet dat je het toeval nooit helemaal kan uitsluiten, ook al denk je van te voren nog zo goed na over je keuze. Belangrijker is eigenlijk dat je in staat bent kansen te herkennen en dat je jezelf niets verwijt als het toeval ervoor zorgt dat alles anders loopt dan gedacht. Dan komt je aanleg om de hoek kijken: kun je uitgaan van de nieuwe situatie, vooruit kijken, nieuwe kansen zien en keuzes maken of blijf je hangen in zelfbeklag?

Kansberekening lijkt me een loze kreet: leuk voor loterijen, dobbelsteenspelletjes en weerberichten. Want eigenlijk valt het met het puur toevallig zijn van gebeurtenissen wel mee: ze zijn meestal het resultaat van de keuzes van jezelf en/of anderen. Simpel voorbeeld: Als die tegenligger besloten had dat hij met zoveel alcohol op niet achter het stuur zou moeten kruipen, dan waren jullie niet met elkaar in botsing gekomen.

Ik lees graag biografieën. Terugkijken op een mensenleven laat zien welke kansen de hoofdpersoon kreeg, welke keuzes hij/zij maakte en wat het gevolg was (zeker bij invloedrijke personen) voor de kansen die andere mensen daardoor kregen. Toeval is de plek waar je geboren wordt, de rest bestaat voornamelijk uit kansen en de keuzes van jouzelf en/of anderen.

Ook de persoonlijke keuzes die wij maken, bepalen mede hoe het leven van onze medemensen eruit ziet, welke kansen zij krijgen of hen juist ontnomen worden, hoe zij hun leven ervaren. Of het nu gaat om dronken een ongeluk veroorzaken, zonnepanelen op je dak laten leggen, vriendelijk goedemorgen zeggen tegen de buschauffeur, misleidende bankproducten verzinnen of vrijwilliger zijn in een hospice. Het heeft allemaal invloed, op een positieve of negatieve manier, op het leven van anderen.

Jouw keuzes kunnen kansen creëren (of verpesten) voor anderen. Dat laat je toch niet aan het toeval over?

Zoals de vleugelslag van een vlinder in een Braziliaans oerwoud de doorslag kan geven tussen mooi weer en een orkaan in Japan.

© Jannie Trouwborst, januari 2017 

* Kans ~ 1) Blind geluk 2) Bof 3) Doelpoging 4) Fortuin 5) Gelegenheid 6) Gelukje 7) Gewaagde onderneming 8) Goede hoop 9) Gok 10) Gooi 11) Gunstige gelegenheid 12) Hazard 13) Kijk 14) Mogelijkheid 15) Perspectief 16) Preekstoel 17) Risico 18) Risicovolle onderneming 19) Sjaans 20) Spreekgestoelte 21) Toekomst 22) Toeval 23) Tref 24) Uitgelezen mogelijkheid

# WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag kiest ik Martha een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.

dinsdag 3 januari 2017

Wie het eerst komt, het eerst maalt

"Wie het eerst komt, het eerst maalt" is een spreekwoord dat totaal niet bij mij past. Het doet mij denken aan voordringen, op sluwe wijze anderen het nakijken geven. Dat staat mij tegen. Gelukkig is er een ander spreekwoord dat zegt: "de eersten zullen de laatsten zijn" en niet te vergeten "wie het laatst lacht, lacht het best".

Waarom dan toch dit spreekwoord uitgekozen voor deze rubriek? Vanwege de herkomst die verwijst naar mijn favoriete cultuurhistorische monumenten: molens. Menigeen zal het verband al gelegd hebben: dit gaat over boeren die hun graan komen laten malen bij de molen. Het dateert al uit de Middeleeuwen, toen er nog banmolens waren.

Een banmolen of dwangmolen, was een molen waar de naburige boeren verplicht waren hun graan te laten malen. Vaak waren deze molens eigendom van de plaatselijke heer of een andere hogere autoriteit, zoals een abdij. Het feodale recht van molendwang is in West-Europa in de twaalfde eeuw ontstaan. Het doel van deze molendwang was een deel, bijvoorbeeld een tiende, van (de waarde van) het graan als belasting te kunnen innen.


In een charter van den Heer van Landrécyes van 1191 komt een verordening voor, die in het kort weergegeven luidt: ‘Le meunier sera tenu de moudre les grains des bourgeois chacun à son tour à l'ordre de leur arrivée’. Nederlandse documenten bevatten uitdrukkingen als: Die eerst ter molen comt, sal eerst malen, ante molam primo veniens prius hic molet imo; die yerst coemt, die maelt yerst; so wie eerst ter molen coemt, die zal eerst malen’ en nog vele andere. Zie daarvoor de site van DBNL (KLIK HIER). 

Eigenlijk betekent dat dus iets totaal anders dan de betekenis die er tegenwoordig aan toegekend wordt: het is een waarschuwing voor de molenaar dat hij zijn klanten netjes in volgorde van aankomst moet bedienen. En niet dat de klanten er op uit moeten zijn "haantje de voorste" te zijn. En "dat is koren op mijn molen!"

Dat onze molens gelukkig nog lang niet vergeten zijn, mag blijken uit de enorme hoeveelheid spreekwoorden en gezegden erover en uit het feit die ook nog geregeld gebezigd worden. Aangezien "de eerste klap een daalder waard is", heb ik ze in dit eerste spreekwoordenblog van 2017 bij elkaar gebracht.

@Jannie Trouwborst, januari 2017.

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

zaterdag 31 december 2016

De laatste loodjes wegen het zwaarst

Herkomst en betekenis volgens het Genootschap Onze Taal

Waar komt het spreekwoord 'De laatste loodjes wegen het zwaarst' vandaan en wat betekent het?

'De laatste loodjes wegen het zwaarst' betekent dat het afmaken van een taak of opdracht het moeilijkst is; dat laatste stukje vraagt het meeste doorzettingsvermogen.

Loodje betekent hier letterlijk 'stukje lood'. De meeste spreekwoordenboeken vermelden dat de uitdrukking mogelijk ontleend is aan het wegen, waarbij de laatste kleine gewichtjes, de laatste loodjes, de doorslag geven. Het Etymologisch Woordenboek van Van Dale (1997) formuleert het zo: "mogelijk ontleend aan het afwegen, waarbij de laatste kleine gewichten, de loodjes, met zorgvuldig afpassen het evenwicht brengen".

Volgens een andere (minder waarschijnlijke) verklaring zou loodje hier 'loden drukletter' betekenen. Het spreekwoord zou dan dus zijn oorsprong hebben in het drukkersvak. Vroeger sorteerde een drukker losse letters op een zogenoemde zethaak, die hij in zijn (linker)hand hield, terwijl hij met zijn andere hand de letters bij elkaar zocht en op de zethaak plaatste. In het boek Geschiedenis van de techniek in Nederland staat: "De letterzetter plaatste zich met de kopij voor de op een zetbok geplaatste letterkasten. Eén voor één nam hij de letters uit de letterkast en vormde ze tot regels in de zethaak. Een geoefende zetter kon aldus circa 700 lettertekens per uur zetten." De zethaak werd naarmate de regel vorderde steeds zwaarder en daardoor kostte het meer kracht om hem vast te houden – de laatste loodjes toevoegen kostte dus de meeste moeite. 'De laatste loodjes wegen het zwaarst' zou zo de figuurlijke betekenis 'het afronden van iets kost de meeste moeite' hebben gekregen. Wat tegen deze verklaring pleit, is dat loodje nergens voorkomt als benaming voor 'loden letter'; wel in de betekenis 'penning, (loden) plaatje'. Die betekenis heeft loodje bijvoorbeeld in de zegswijze het loodje leggen.

Een andere verklaring die weleens wordt geopperd is dat de loodjes in de laatste loodjes wegen het zwaarst loodzegels zijn, die in de lakenindustrie volgens een bepaald systeem werden gebruikt. Bij de verschillende kwaliteiten lakens hoorden verschillende loodjes; zie de Wikipedia.

Een veelvoorkomende verschrijving is 'De laatste lootjes wegen het zwaarst', maar het staat vast dat het woord lot (verkleinvorm lootje) hier niet op z'n plaats is.

Overgenomen van: ONZE TAAL.


Overigens viel mij op dat "wegen het zwaarst" eigenlijk taalkundig niet juist is. We horen te zeggen: "zijn het zwaarst" of "wegen het meest". Maar misschien moeten we in deze historische uitdrukking "wegen" anders begrijpen.

© Jannie Trouwborst, december 2016. 

Iedere dinsdag geeft Carel de Mari op zijn blog een woord op waarmee je een spreekwoord kunt bespreken. Iedereen kan altijd meedoen. Hoe? Mag je zelf weten. Je kunt een verhaal schrijven waarin het spreekwoord een rol speelt, je kunt in de etymologie duiken en de oorsprong van het gezegde verklaren, et cetera. Plaats een link onder het blog van Carel en lees daar ook de andere bijdragen.

vrijdag 30 december 2016

Sta eens stil bij mantelzorg

Een leuk experiment! We worden dit keer opgezadeld met een ? door Martha. Het is aan ons een woord aan te dragen. Van al onze woorden samen zal ze een stukje maken. Maar natuurlijk is het wel zo eerlijk als wij zelf ook iets met ons gekozen woord doen. Ik koos voor "mantelzorger".

Mantelzorgers zijn mensen die langdurig en onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende persoon uit hun omgeving. Dit kan een partner, ouder of kind zijn, maar ook een ander familielid, vriend of kennis.

In mijn Dikke van Dale uit 1984 komt het woord niet voor. Toch bestond het toen al wel. Op de site van de etymologiebank (KLIK HIER) vond ik een citaat uit M. Philippa - Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (2003-2009)

Mantelzorg is zorg in een kleine groep, waarvan de leden onderling in relatie staan. (J.C.M. Hattinga, 1971).


 "J.C.M. Hattinga Verschure introduceerde dit begrip in 1971 als een van de drie kaders van zorgverlening, naast zelfzorg en professionele zorg. Die ‘kleine groep’ is in de praktijk vaak een gezin, maar kan ook een familie, een buurt, een gemeenschap van geloofsgenoten of een groepje lotgenoten zijn. De zorg die men binnen zo'n groep aan elkaar verleent is “voor elk lid van de groep als een mantel, die verwarmt, beschut en beveiligt,” aldus Hattinga Verschures motivatie. Haar analyse van zelfzorg en mantelzorg omvatte destijds ook de normale zorg voor o.a. eigen eten en eigen kinderen.
Tegenwoordig (2009) spreekt men meestal alleen van mantelzorg bij zorg aan personen met vrij ernstige fysieke, verstandelijke of psychische beperkingen. Van (bereidheid tot) wederkerigheid, bij Hattinga Verschure nog een definiërend kenmerk van mantelzorg, is lang niet altijd meer sprake." 


In 1999 komt M. De Coster in zijn Woordenboek van Neologismen tot een andere definitie:

Mantelzorg, hulp, verleend aan zieken, bejaarden enz. door personen uit de kennissenkring. Dit woord wordt natuurlijk vooral gebruikt in de gezondheidszorg, maar in politieke kringen hoort men het ook wel eens gebruiken m.b.t. de taken van sommige beleidsterreinen.
 
In de voorbeelden die daaronder staan en die dateren van 1983 tot 1997 staan een aantal uitspraken die aantonen hoe de inhoud van het begrip langzamerhand veranderde en welke politieke doelen men ermee wilde bereiken:
 
-  "Zachte-sector-jargon voor burenhulp" (Hans Ferree, 1983)
-  "In verband met bezuinigingen op de volksgezondheid en de maatschappelijke dienstverlening (o.a. gezinszorg) kent het kabinet-Lubbers een grotere rol toe aan de mantelzorg" (1985).
- In 1994 vindt Elsevier: "dat er in Nederland naar verhouding nog erg veel mensen zijn die de tijd, conditie en mogelijkheden hebben om ‘mantelzorg’ te verschaffen: een hele generatie vrouwen van middelbare leeftijd die nooit een betaalde baan hebben gehad en langzamerhand ‘uit de kinderen’ raken".
- Maar bij een terugtredende overheid en steeds meer "vrouwen van middelbare leeftijd met een betaalde baan", is andere mantelzorg nodig, dus start de gemeente Utrecht een "experiment waarbij bijstandsgerechtigden die mantelzorg verrichten niet meer verplicht zijn te solliciteren".
In 1997 wordt voor het eerst de vraag gesteld wat of er precies met de aanmoediging/verplichting tot mantelzorg bereikt wordt: "Hoe denkt de minister ooit te weten of alleen de onterechte zorgvraag geremd is? Natuurlijk kan er altijd een beroep op de mantelzorg — partner, kinderen, buren — worden gedaan, maar hoe groot is dat beroep reeds? (Elsevier, 1997)
 
En daarna is het m.i. steeds verder uit de hand gelopen. Mantelzorg is een eis en een verplichting geworden en voor een deel in de plaats gekomen van de professionele hulp. Ondertussen zijn er voor het  mantelzorgen steeds minder mensen beschikbaar: door de verspreiding van familieleden over heel Nederland, door overbelaste tweeverdieners, door sociale isolatie van de zorgvrager. En dat terwijl er via het overhevelen van zorgvragen naar de gemeenten nog verder beknibbeld wordt op hulp en zorg. Er zijn al te weinig mantelzorgers en wie het noodgedwongen wordt, raakt sneller overbelast.
 
De kleine groep, de wederkerigheid en de beschutting die de mantel moest bieden uit de oorspronkelijke definitie uit 1971? Er klopt allemaal niets meer van. Daar ondervinden de hulpbehoevende  zorgvrager en de huidige mantelzorger dagelijks. In Nederland wonen zo'n 2,6 miljoen volwassen mantelzorgers. Gelukkig bestaan er regionale verenigingen die hen ondersteunen en hun belangen behartigen. Het heeft zeker zin daar lid van te worden. Het levert in elk geval een kleine groep op die steun kan verlenen aan, in dit geval, de mantelzorger zelf. Want hoe dit verder moet ?????
 
#WOT deel 52 ? ~ 1) Haakvormig leesteken 2) Leesteken 3) Signum interrogandi 4) Taalteken 5) Vraagteken
 
#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.
 
© Jannie Trouwborst, december 2016.

donderdag 22 december 2016

Hoeveel dagen gaan er in een week?

Een etmaal heeft 24 uur en is verbonden met onze klokaanduiding: van 00.00 uur tot 24.00 uur. Maar die 24 uur kun je ook anders verdelen: van zonsopkomst via zonsondergang naar de volgende zonsopkomst. Dat past beter bij ons dagritme en onze biologische klok. Want met die klok valt niet te spotten. Daar weten mensen in wisseldiensten alles van. En een jetlag is ook geen lolletje. Slecht slapen, geen eetlust: het kost tijd om over te schakelen en gezond is het niet, ook ons immuunsysteem raakt er door van slag.
Maar hoe zit dat met een week? Hebben die 7 dagen samen ook een ritme? Misschien. Veel lichamelijke processen fluctueren wekelijks, bijv. de werking van het immuunsysteem en de concentraties van stoffen in het bloed, hoewel dat ook een gevolg zou kunnen zijn van de indeling van onze wekelijkse activiteiten. En waarom zitten er 7 dagen in een week? Waar komt dat vandaan?

Het ligt voor de hand om naar de Bijbel en de Joods-christelijke traditie te wijzen: God schiep de aarde in 6 dagen en de 7de dag was een rustdag. Maar in India kende men al  5000 jaar geleden 7 weekdagen met elk een eigen naam in het Sanskriet . En 4 van deze weken pasten precies in 1 maanmaand. Het is niet helemaal zeker of de week simpelweg een kwart maanmaand was of dat de verklaring ligt in de Vedische astronomie: 7 hemellichten die geen vaste plek tussen de sterren hebben:  zon, maan en 5 planeten. Via hun handelsroutes brachten de Babyloniërs deze week met zijn 7 dagen vervolgens naar Europa en de rest van de wereld. De namen veranderden, maar het aantal van 7 dagen bleef gelijk.

Toch zijn er ook andere voorbeelden. De Maya's hanteerden verschillende cycli, die 9, 13 of 20 dagen konden omvatten en voor verschillende doeleinden werden gebruikt.  Rome kende tot in de 4de eeuw, toen keizer Constantijn het Romeinse Rijk tot het christendom bekeerde en de 7-daagse week verplicht maakte, de 8-daagse week. Het pre-christelijke Litouwen kende weken van 9 dagen. Na de Franse Revolutie werd in 1793 een "week" bestaande uit 10 dagen ingevoerd. Deze werd echter in 1806 weer afgeschaft. De Sovjet-Unie probeerde zonder succes een week van 6 dagen, met de 6de dag als rustdag, in te voeren.

De vraag blijft of de 7-daagse week een eigen, biologisch ritme heeft dat los staat van onze beschaving. Daar is onderzoek naar gedaan. Zo heeft men bijvoorbeeld niet alleen bij de mens (maar ook bij diverse dieren) een weekritme gevonden: bij mensen in volledige isolatie treedt een activiteitsritme op variërend van 5 tot 9 dagen. Dat is gemiddeld dus 7 dagen. Maar dit was een proef van 100 dagen en ik vraag me af of je zo snel een langdurig (cultureel bepaald) ritme uit je systeem krijgt.

Bewijzen voor een biologisch ritme dat los staat van onze activiteiten in werkweek en weekend  zijn er ook. Mensen en apen hebben namelijk een ritmiek in de afzetting van tandglazuur. Op dwarsdoorsneden van kiezen zie je een fijn patroon van streepjes, vanwege de dagelijkse activiteit van de glazuurvormende cellen. Elke 9de dag is het streepje ietsje dikker. Je vindt die ritmiek van 9 dagen ook bij fossiele resten van mensachtigen. Maar er zitten geen 9 dagen in een week.

Mijn idee? Onze week met 7 dagen is in de eerste plaats een culturele erfenis. De lichamelijke processen die tijdens die cyclus optreden zijn via de evolutie meegegroeid met de maatschappelijke veranderingen in de loop der tijd.  En het groeiritme van het tandglazuur?  Een overblijfsel uit de oertijd, zonder noodzaak om mee te evolueren.

En daarmee gaan we over tot de orde van de dag!

© Jannie Trouwborst, december 2016.

 #WOT deel 51 Dag ~ 1) Afscheid 2) Begrensde tijdruimte 3) Bepaald tijdvak 4) Bepaalde tijd 5) Dagelijks 6) Dageraad 7) Daglicht 8) Datum en tijd 9) Decagram 10) Decagram (afk.) 11) Deel van de week 12) Deel van een etmaal 13) Deel van een jaar 14) Deel van een week 15) Deel van het jaar 16) Dies 17) Dik eind touw (scheepst.) 18) Eenheid van tijd 19) Eind touw 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen.