zondag 18 december 2016

De zwakste schakel?

Zwak

Een ketting is niet sterker dan de zwakste schakel, luidt het gezegde.
 
Het lijkt logisch de zwakste schakel dan maar te verwijderen. Of er rekening mee te houden door voorzichtiger te opereren ( kalm aan dan breekt het lijntje niet).

Maar je zou ook uit kunnen gaan van de zwakste schakel: misschien maakt deze zwakke schakel de ketting juist wel veel mooier of spannender.

En soms blijkt de zwakste schakel zelfs de meest bepalende voor een goede afloop. Dat hangt slechts af vanuit welk perspectief je kijkt.

Naar  een klokkenluider bijvoorbeeld.......

© Jannie Trouwborst, december 2016. 

Iedere dinsdag geeft Carel (KLIK HIER) een woord op. Daar kun je een spreekwoord of gezegde bij zoeken en er een stukje over schrijven. Dit keer was het woord ZWAK.

zaterdag 17 december 2016

Ben je dom als je spelfouten maakt?

Leren lezen, ik keek er naar uit en was dolgelukkig toen ik het kon. De boeken waren niet aan te slepen en mijn woordenschat groeide in snel tempo. Het leren voor een dictee was weinig werk: de meeste woorden kende ik al en een keer goed kijken naar een nieuw woord was voldoende om het voortaan foutloos te schrijven. Dat zoiets niet voor elk kind vanzelfsprekend is, ontdekte ik al snel.

"Heb jij geen rapport gehad?" Bedremmeld haalde mijn broertje het zijne onder zijn trui vandaan. Het was een teleurstelling voor hem dat hij ondanks alle moeite weer niet de cijfers kon laten zien die op het rapport van zijn zus stonden. Mijn ouders begrepen er niets van, hij leek slim genoeg, kreeg bijles en toch wilde het maar niet lukken.

We hebben het over de jaren vijftig van de vorige eeuw. Niemand kende nog het woord dyslexie*). Op school behandelde men hem als een trage leerling, want behalve het lezen gingen ook de verhaaltjessommen niet goed en had hij moeite met geschiedenis, aardrijkskunde en biologie. Hij werd naar een andere school gestuurd, waar er meer tijd voor hem was en hij een beetje opbloeide. Al bleven dictees voor hem stressvolle en frustrerende gebeurtenissen.

"Dat wordt dus de Ambachtsschool", kreeg mijn vader te horen. Gelukkig nam die daar niet zonder meer genoegen mee. Hij kende zijn zoon als een pienter kind met een ruime belangstelling en drong aan op een intelligentietest. Hij had gelijk: bovengemiddeld intelligent, maar met een leesprobleem, kwam er uit de test. De weg via de Ambachtsschool (LTS) leek toch de juiste, met een grote kans dat hij er uiteindelijk wel zou komen. En dat klopte: eerst nog naar de UTS (tegenwoordig MTS), daarna 18 maanden dienstplicht bij de Verbindingsdienst. Hij werd door het vak gegrepen. Telefoon en radioverbindingen, de ontwikkelingen in het draadloze tijdperk. Technische kennis werd belangrijker dan woorden spellen. Hij voelde zich niet langer dom.
 
Het leesprobleem kreeg een naam: woordblindheid, later dyslexie. Hij kreeg hulp om er mee om te leren gaan. Maar helemaal over gaat zoiets niet. En zo begon hij aan een carrière bij de NS. Met vallen en opstaan. Een cursus geven aan monteurs en op een schoolbord simpele woorden "foud" spellen komt niet erg deskundig over. Toch klom hij op, schreef rapporten en kon op collega's rekenen die  zijn kennis en kunde waardeerden en bekend waren met zijn probleem. Ze corrigeerden waar nodig. De computer deed zijn intrede en hij ontwikkelde zich tot programmeur en beheerder van systemen. Met behulp van cursussen waar hij zich moedig doorheen sloeg. De mogelijkheid van spellingscontrole gaf hem het laatste zetje dat nodig was om te kunnen functioneren zonder op zijn dyslexie afgerekend te worden.
 
Hij is er dus inderdaad uiteindelijk wel gekomen. Toen hij met pensioen ging enkele jaren geleden, had hij een functie bij de NS op academisch niveau en werd gewaardeerd door collega's die via de theoretisch weg op hetzelfde niveau gekomen waren, maar zijn in de loop der jaren opgedane praktische kennis goed konden gebruiken. En in zijn projectverslagen stonden geen spelfouten meer.
 
Ik ben trots op mijn broertje. Hij leest nog steeds traag. Maar hij blijft het wel doen, omdat die ruime belangstelling ook nooit verdwenen is. En weet je wat bijzonder is? Ik lees in vijf minuten een artikel, vlieg over de woorden en denk het helemaal begrepen te hebben. Hij doet er een kwartier over, maar als we er daarna over praten, dan blijkt dat mij finesses zijn ontgaan die hij wel opgepikt heeft.
 
 

Natuurlijk ben ik er ook trots op dat ik zoveel woorden ken en dat ik zelden taalfouten maak. Maar ik realiseer me heel goed, dat ik dat niet direct aan mijn inzet te danken heb. Voor al die kinderen die worstelen met deze aandoening ben ik blij dat dyslexie nu herkend wordt, dat men begrijpt dat ze niet dom zijn en dat ze, met een beetje hulp, toch komen op de plek die bij hen past.


Overigens: aan het Groot Dictee der Nederlandse Taal doe ik niet mee. Voor zelden voorkomende, vergezochte woorden heb ik de 3-delige Van Dale en de spellingscontrole op mijn PC. 

*) Zie: http://www.steunpuntdyslexie.nl/wat-is-dyslexie/

#WOT 50: Dictee ~ 1) Bijzondere taalles 2) Dictaat 3) Diktee 4) Iets zeggend laten opschrijven 5) Schrijfoefening 6) Spellingsoefening 7) Spellingstoets 8) Spellingtoets 9) Speloefening 10) Speltest 11) Stijloefening 12) Taaloefening 

#WOT: betekent Write on Thursday. Iedere donderdag verschijnt er een woord waarover je iets kunt schrijven, vloggen of ploggen. Laat HIER een link achter naar je eigen blog zodat iedereen mee kan lezen. 


Jannie Trouwborst, december 2016.

vrijdag 9 december 2016

Zo trots als een pauw

Stukjes schrijven, echt iets voor mij. En ik mag voortaan meedoen met #WOT, ook al is het vandaag al vrijdag! Uit de introductie van Martha Pelkman (KLIK HIER) bij het 49ste woord van 2016 uit de serie: 

Pauw ~ 1) Dier 2) Fazantachtige vogel 3) Gedomesticeerde vogel 4) Haarlemse organist 5) Heilige dieren van Hera 6) Hoenderachtige 7) Hoenderachtige vogel 8) Hoendervogel 9) Middelgrote hoendervogel 10) Nederlandse politieke figuur 11) Nederlandse raadpensionaris 12) Raadpensionaris 13) Sierhoen 14) Siervogel 15) Sterrenbeeld 16) TV-programma vernoemd naar presentator Jeroen Pauw. De pauw was het heilige dier van Hera, de godin van het huwelijk. De pauw is sinds de oudheid het symbool van pracht en praal, weelde en ijdelheid. En hoe kan het ook anders: zeker het mannetje heeft prachtige veren. Blauw en groen en dan die staart met die prachtige ogen erop. Daar steekt het vrouwtje, bruin en grauw, toch maar kaal bij af. En denk ook even aan Lucius Malfoy, de vader van Draco Malfoy: hij had witte pauwen in zijn tuin rondlopen. Teken van ijdelheid. En dan is er natuurlijk die presentator om elf uur ’s avonds op NPO 1.

Wie Draco Malfoy is, moest ik toch even opzoeken, ik ben nu eenmaal geen Harry Potter kenner. Maar witte pauwen, dat roept meteen herinneringen op. Aan vakanties op de Veluwe en wandeltochten langs Kasteel Staverden. Met in de kasteeltuin een indrukwekkend beeld en op het dak een windwijzer van een witte pauw met een lange staart. De echte exemplaren scharrelen rond in de tuin, roepen dezelfde kreet als hun blauw-groene soortgenoten en lijken niet te beseffen hoe bijzonder ze zijn.

Pauwen zijn van oorsprong afkomstig uit Voor-Indië en Sri-Lanka. De witte pauw is een kleurmutatie van de gewone blauw-groene pauw. Het verenkleed van zowel het mannetje als het vrouwtje is zuiver wit. Ze hebben donkere ogen en zijn daarom geen albino's. De haan heeft een grote en lange staart die hij op dezelfde wijze gebruikt als zijn anders gekleurde soortgenoten. Raszuivere witte pauwen zijn behoorlijk zeldzaam. De meeste witte pauwen elders in ons land zijn verwant aan de dieren van Staverden.

Kasteel Staverden werd vroeger ook wel de "Witte Pauwenburcht" genoemd. De hertogen van Gelre gebruikten het in de 13de eeuw als jachtslot. Vanaf 1400 woonden er leenmannen op het kasteel, die de verplichting hadden om witte pauwen te houden. Met de veren van deze pauwen werden de helmen van de graaf versierd. Het oude kasteel en de bijbehorende traditie verdwenen in de loop der eeuwen.
Einde negentiende eeuw herstelde de toenmalige eigenaar van het herbouwde kasteel de gewoonte. De veren werden niet meer gebruikt voor de helmen, maar jaarlijks aangeboden aan de Commissaris van de Koningin en vervolgens in de statenzaal van het provinciehuis gezet. Nog steeds zijn er witte pauwen op Staverden en worden de veren ieder jaar aangeboden aan de commissaris van de Koning die vervolgens tweejaarlijks (elk even jaar) één witte pauwenveer uitreikt aan een persoon of instelling die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het cultuur- en natuurbehoud van Gelderland. 

Een teken van ijdelheid? Dat zal het zeker geweest zijn voor de hertogen van Gelderland. Maar ik vind deze zuiver witte pauwen vooral erg mooi. Geen protserig gedoe met fluorescerende kleuren en geen verschil tussen man en vrouw. En uiteraard geen ijdelheid of zelfgenoegzaamheid over hun zeldzaamheid. Dat is iets waar alleen mensen mee bezig zijn. Heel mooi dat hun bijzondere witte veren nu uitgereikt worden aan mensen die zich inzetten voor cultuur- en natuurbehoud. Die mogen daar met recht zo trots als een pauw op zijn.

© Jannie Trouwborst, december 2016.

dinsdag 22 maart 2016

Nunspeet als kunstenaarsdorp


Domburg, Bergen, Laren: namen van bekende kunstenaarskolonies. Maar in Nunspeet? Nog nooit van gehoord. Tot ik in mei vorig jaar een artikel las op het blog van Suzanne (KLIK HIER) over het nieuwe Noord-Veluws Museum. Op 1 november 2014 is het geopend en Suzanne was blij verrast met wat ze daar aantrof. "Magisch-realisme op de Veluwe", dat wilde ik graag eens met eigen ogen aanschouwen.

In de voorjaarsvakantie waren we in de buurt en trokken we er een ochtend voor uit, terwijl onze kleindochters zich met hun ouders vermaakten in het zwembad van het vakantiepark. Het Noord-Veluws Museum heeft een prachtige, informatieve website (KLIK HIER) . Daarop valt o.a. te lezen dat ook het ontstaan van de kunstenaarskolonie in Nunspeet voortkwam uit de behoefte van kunstenaars, eind 19de eeuw, om als tegenwicht van de verstedelijking en industrialisatie, de schoonheid en ongereptheid van de natuur op te zoeken en er (liefst en plein air) te gaan schilderen. Men vestigde zich in de omgeving van Nunspeet en Elspeet, vlakbij de nog grotendeels ongerepte Veluwe. Uiteindelijk hebben meer dan 100 beeldende kunstenaars tussen 1885 en 1950 in deze regio gewerkt. Bekende kunstschilders zijn: Herman van de Weele, Arthur Briët, Willy Martens, Edzard Koning, Jan van Vuuren,  Ben Viegers, Jos Lussenburg en Chris ten Bruggen Kate.

Ze zijn allemaal te bewonderen in de vaste collectie van het museum, maar we hebben er niets van gezien. De grote overzichtstentoonstelling van Chris ten Bruggen Kate (1920-2003) hield ons de gehele morgen op de benedenverdieping gevangen. De bovenverdieping met zijn collega's zal dus voor een andere keer zijn. Want we komen terug, dat is zeker. Deze tentoonstelling duurt nog tot en met 11 juni en is een bezoek zonder meer waard!

Aan te raden is eerst even te gaan zitten om het interview te bekijken (ca. 20 min.) waarin hij over zijn werk en leven vertelt. Het is een goed idee geweest van het museum om te kiezen voor koptelefoons voor het bijbehorende geluid. Om optimaal te kunnen genieten van de schilderijen is stilte rondom een wezenlijke voorwaarde. Zijn werk straalt zoveel rust en puurheid uit, dat je er vanzelf stil van wordt en wegdroomt. Een bijzondere ervaring.

De collectie die nu te bezichtigen is, bestaat zowel uit in bruikleen gegeven stukken, als uit 50 werken die het Museum als schenking heeft ontvangen van de Stichting Chris ten Bruggen Kate, samen met tal van foto's en persoonlijke documentatie. Zo hangen er naast de schilderijen ook een paar gedichten en is er ander werk (reclame, affiches e.d.) van hem te zien.

Chris t.B.K. heeft op een bijzondere wijze carrière gemaakt. Zijn ontwikkeling als schilder is te volgen in de opbouw van de tentoonstelling: van zijn eerste zeer realistische stukken, via een korte periode waarin hij impressionisme, kubisme, expressionisme en magisch-realisme uitprobeert, om tenslotte zijn eigen kenmerkende stijl te vinden. Door kunstcriticus Ed Wingen wordt hij "de vader van het gestileerd realisme" genoemd, een uitstekende typering. Uit de folder: Met intense kleuren schildert hij, op sterkt vereenvoudigde wijze, typisch Nederlandse landschappen waarbij hij ruimte en een magisch licht schept. Daarbij heeft hij een voorliefde voor de stilte van het besneeuwde winterlandschap.

Juist dat magische licht, boven het verstilde sneeuwlandschap, dat maakt het compleet. Van de gastvrouwen hoorden we dat er bij de belichting van de schilderijen op gelet is dat het spotje door lichtrichting en -sterkte de beleving ondersteunt. Daarin is men zeker geslaagd.

Naast de landschappen zijn er enkele stillevens en (zelf-)portretten te zien: de niet zonder humor geschilderde, karakteristieke portretten van de leden van het Bestuur van de Christelijke Geitenfokvereniging bracht ons met een glimlach terug in meer wereldse sferen.

De tijd was omgevlogen, we konden op dit moment niet langer blijven. We komen zeker nog eens terug voor de rest van de collectie. Maar om thuis nog na te kunnen genieten kochten we het boek STIL met afbeeldingen van de meeste schilderijen en uitgebreid aandacht voor Chris ten Bruggen Kate zelf.
 

Nieuwsgierig geworden? Om een heel klein beetje in de stemming te komen, zou je deze korte videopresentatie kunnen bekijken: 



© JannieTr, februari 2016.

woensdag 16 maart 2016

De sfinx van het Kootwijkerzand

Tijdens de voorjaarsvakantie met de kleinkinderen kwam eindelijk een langgekoesterde wens tot vervulling: een bezoek aan het voormalige Radiozendstation midden in het Kootwijkerzand. Misschien nog niet bij iedereen bekend, maar Staatsbosbeheer beheert tegenwoordig meer dan natuur: ook cultuurhistorische objecten kunnen onder bepaalde voorwaarden daar aanspraak op maken. Dat geldt dus ook voor het voormalige Radiozendstation. De omgeving was al in beheer bij SBB en in de afgelopen jaren zijn zowel gebouw als omgeving onderhanden genomen om de situatie van weleer zoveel mogelijk te herstellen. Maar de zendapparatuur? Die is verdwenen. In de enorme lege zenderhal is nu ruimte voor allerlei nevenactiviteiten die er mede voor moeten zorgen dat de kosten van het onderhoud betaalbaar blijven.

Het monumentale Radio Kootwijk
 
In het hart van de Veluwe maken de bomen van Nederlands grootste bosgebied opeens plaats voor een groot open gebied van heidevelden en zandverstuivingen: het Kootwijkerzand. Met een oppervlakte van 700 hectare is het Kootwijkerzand de grootste actieve zandverstuiving van West-Europa. In het midden bevindt zich het monumentale zendstation Radio Kootwijk.
Glooiende heuvels zover het oog reikt, sporen van edelherten en wilde zwijnen en roofvogels die zweven boven de open vlakte. De leegte van zand en heide maakte het Kootwijkerzand bij uitstek geschikt voor Radio Kootwijk: het zendstation dat in de jaren twintig van de vorige eeuw werd gebouwd voor radiotelegrafisch contact met toenmalig Nederlands-Indië. Het imposante gebouw, dat het midden houdt tussen een tempel en een sfinx, contrasteert prachtig met de lege, woeste omgeving.
Het is heerlijk wandelen in de omgeving en ook het nabij gelegen dorpje Radio Kootwijk is een bezoek waard.  (Staatsbosbeheer: zie ook: RADIO KOOTWIJK)


Op de site van SBB vind je nog veel meer mogelijkheden om van deze bijzondere combinatie te proeven. Wij kozen voor een rondleiding door omgeving en gebouw van ca. 2 uur. Deze wordt eens in de maand gegeven, je dient je vooraf in te schrijven.


Onder leiding van een deskundige gids bezochten we eerst de watertoren en een van de pompstations aan de rand van het gebied. Voor de koeling van de zendapparatuur was water nodig en voor de dorpsbewoners moest er drinkwater komen. Het viel niet mee om in deze omgeving bij het grondwater te komen. Een boeiend verteller, onze gids, ook de kinderen bleven interesse houden en stelden hem vragen. Voor hen waren er steeds leuke anekdotes.

Daarna wandelden we naar een van de bijgebouwen van de Kathedraal (zoals het zendgebouw ook wel genoemd wordt). We hadden een koude, nattige en stormachtige middag uitgekozen en waren blij met het warme onthaal: koffie of thee met iets lekkers en in prettige stoelen gezeten konden we luisteren naar de rest van het verhaal van de gids en op een groot scherm de video bekijken die dat illustreerde.
Toen was het tijd voor het grote gebouw. De art-decostijl is zowel buiten als binnen volop aanwezig. Binnen zijn ook nog twee fototentoonstellingen te zien en vanaf het dak van de toren heb je een fenomenaal uitzicht. Fotografen konden binnen en buiten hun hart ophalen. Alleen de harde wind speelde ons parten, zowel op het dak als w.b. de beloofde wandeling door het buitengebied. Die wandeling kon helaas niet doorgaan.

Het is niet nodig meer over de excursie te vertellen: je kunt het nalezen op de site van SBB. Ik wil hier alleen nog kwijt dat we heel erg genoten hebben en interessante dingen hoorden. De gids was buitengewoon ter zake kundig (architectuur, historie en techniek) en stuurde ons achteraf nog twee folders op als goedmakertje voor de gemiste wandeling, met nog meer interessante info over Radio Kootwijk en het bijbehorende dorp en over het ontvangststation in Bandoeng.

Tot slot een detail uit zijn verhaal dat mij enorm trof, maar waar andere deelnemers om moesten lachen. Voor de eerste telefoongesprekken die op deze manier gevoerd konden worden moest 30 gulden voor 3 minuten betaald worden. Dat was een enorm bedrag destijds (rond 1925). Daar moest voor gespaard worden. Vervolgens werd een lange reis ondernomen naar een van de vier grote postkantoren. Als daar de verbinding eenmaal tot stand gekomen was, raakten de sprekers vaak zo geëmotioneerd als ze na jaren de stem van een geliefde zoon of ander familielid hoorden, dat ze niet uit hun woorden kwamen en 3 minuten huilden en stamelden tot de tijd om was....


Misschien niet meer voor te stellen in deze tijd van mobieltjes en Skype, maar mij sprongen de tranen in de ogen. Het schijnt dat er een boek bestaat met de weergave van deze eerste gesprekken. Ik geloof niet dat ik dat wil lezen.

© JannieTR, februari 2016.

maandag 18 januari 2016

Het koninklijk rijtuig van Anna Paulowna

We moesten er vroeg voor uit de veren: een afspraak met mijn broer en schoonzus in het door hen bejubelde Spoorwegmuseum in Utrecht (KLIK HIER). Het moet meer dan 50 jaar geleden geweest zijn, dat ik er met mijn vader was. Een beetje saai vond ik het toen, dat was nu wel anders.

Om 8 uur zaten we in de auto onderweg van Zeeuws-Vlaanderen (waar geen treinen rijden, maar waar we wel via een toltunnel naar een station kunnen) naar Goes. Mooi op tijd om de trein van 08.58 uur naar Rotterdam te halen. Een voorspoedige reis volgde: geen vertragingen, lekker warme zitplaatsen, ruime overstaptijden. Het kan dus wel! In Rotterdam stapten we over in de trein naar Utrecht CS en daar weer over op een speciaal Museumlijntje: na een kwartiertje bereikten we het Station Maliebaan, de ingang van het museumterrein. Toen was het inmiddels 11.48 uur, de koffie met koek waar mijn schoonzus ons op trakteerde, was meer dan welkom.


Door onze ervaren gidsen werden van de ene naar de andere bezienswaardigheid gebracht. Natuurlijk verandert er veel in 50 jaar, maar het is zonder meer duidelijk dat dit museum met zijn tijd is meegegaan en dat jong en oud er graag komt. We zagen heel veel kleine kinderen (onder de 6), ze kunnen er alle kanten op, klauteren, rennen, kijken, naar het kindertheater of in de minitrein. De iets grotere kinderen konden met hun ouders in enkele "pretparkachtige attracties", waar ik niet over uit zal weiden: spectaculair en zelf beleven zou ik zeggen.

Twee van onze belevenissen zal ik wel nader beschrijven: de hernieuwde kennismaking met De Arend (onze allereerste stoomtrein uit 1839) en de speciale treinwagon van Koningin Anna Paulowna.

Stond De Arend vroeger gewoon langs een perron, met enkele houten wagons erachter waar je in mocht klimmen, nu moesten we er meer moeite voor doen. Met een koptelefoon op (waarop een bandje met een verteller die instructies gaf en op een vlotte manier over de geschiedenis vertelde) daalden we met een oude, krakende en wiebelende lift af door een mijnschacht naar een ondergronds dorpje. Sfeervol gemaakt, met werkplaatsen, pubs, huisjes, pleintjes en natuurlijk een stationnetje, waar De Arend langs het perron stond te wachten op passagiers. Heel fotogeniek ook! Het sluitstuk werd gevormd door een schilderijengalerij, met treintaferelen uit de eerste jaren van het stoomtreintijdperk.

Het museum heeft een grote oppervlakte tot haar beschikking, dat moet ook wel vanwege het formaat van de indrukwekkende stoomlocomotieven en ander rollend materieel. Maar ook aan expositieruimten met bezienswaardigheden van bescheidener formaat is gedacht. 
Op sommige plekken in het museum staan krijtborden met de tijden waarop daar iets bijzonders plaatsvindt. Aan het einde van de middag was dat voor ons het bijwonen van het verhaal over de luxe treinwagon van Koningin Anna Paulowna, de vrouw van Koning Willem II. We mochten allemaal (zo'n 12 personen) plaatsnemen in het Koninklijke Rijtuig op de met blauw fluweel beklede banken en in de fauteuils. Aan de hand van veel mooi uitvergrote foto's vertelde een vlotte museumgids ons het verhaal van Anna Paulowna en haar rijtuig. Zelfs de kinderen luisterden geboeid en uit de vragen die ze stelden bleek dat ze het goed konden volgen.

Nadat Kroonprins Willem II was afgewezen door zijn Engelse verloofde, trouwde hij in 1816 met Anna Paulowna, zuster van de Russische tsaar. Van 1840 tot 1849 waren zij het Koningspaar van Nederland. Het was geen gelukkig huwelijk en toen Willem II in 1849 overleed, liet hij grote schulden na. Gelukkig kon Anna een groot deel van de schulden afkopen door haar riante vermogen en de Russische toelage die zij jaarlijks ontving. Om overige schulden af te betalen wist Anna haar broer, tsaar Nicolaas I, zover te krijgen dat hij een groot aantal schilderijen uit het familiebezit van Oranje-Nassau aankocht. Dit is één van de oorzaken waardoor er op dit moment in de Hermitage te Sint-Petersburg een grote collectie Hollandse meesters hangt, waaronder een aantal Rembrandts.
Willem III volgde zijn vader op en Anna trok zich terug uit het openbare leven, mede door het verdriet om het overlijden van haar lievelingszoon Alexander. Zij woonde afwisselend op Soestdijk en op Buitenrust in Den Haag, waar zij over een Russische kapel beschikte.

De Nederlandse koninklijke familie beschikt sinds halverwege de 19e eeuw over eigen rijtuigen en heeft decennialang veel gebruikgemaakt van de trein. Al in 1839 reisden de eerste Oranjes per spoor. Sinds die tijd zijn verschillende rijtuigen voor hen gebouwd.
Uit 1864 dateerde het rijtuig Sr1, gebouwd voor Anna Paulowna. Dit rijtuig deed dienst tot 1903. Helaas heeft zij er zelf nooit gebruik van kunnen maken, ze overleed in 1865. Het oorspronkelijke rijtuig bleek in zeer slechte staat. Daarom is besloten tot de bouw van een replica. Dat is wagon uit 2010 die nu in het Spoorwegmuseum staat. (Voor wie interesse heeft in de koninklijke treinen KLIK HIER). Als laatste foto toonde de gids ons Koningin Beatrix die uit het rijtuig stapt in het Museum in 2010, toen er een tentoonstelling was over koninklijke rijtuigen. Ook nu zijn er nog een aantal Nederlandse exemplaren te bezichtigen.

Mijn nieuwsgierigheid naar Koningin Anna Paulowna was gewekt. Het toeval wil dat Paleis 't Loo bezig is met de voorbereiding van een tentoonstelling over haar n.a.v. het feit dat ze 200 jaar geleden met Koning Willem II trouwde. Deze tentoonstelling (KLIK HIER) zal in oktober 2016 geopend worden onder de titel: Een kleurrijke Romanov aan het Nederlandse hof. 

Het was 17.00 uur voor we er erg in hadden, tijd om afscheid te nemen en weer op huis aan te gaan met het laatste museumtreintje van die dag, via Utrecht CS (waar we iets aten), Rotterdam en Goes. Om 21.15 uur waren we weer thuis na een lange, maar welbestede dag!

Voor meer informatie over het Spoorwegmuseum KLIK HIER
De MJK is er geldig, bereikbaar met de trein, horeca aanwezig, geschikt voor groot en klein.

© JannieTr, januari 2016.

vrijdag 7 augustus 2015

Het vernieuwde Biesboschmuseum in Werkendam

Fluisterboot Wisper
Het was al weer jaren geleden dat wij het Biesboschmuseum bezochten. Vanaf het pontje bij de Kop van 't Land wandelden we destijds over de dijkjes, langs plassen met zilverreigers en door het polderland met indrukwekkende boerderijen naar een knus onderkomen aan de rand van de vloedbossen en een brede kreek. Genoeg informatie over de streekgeschiedenis en de mensen die er woonden en er hun brood verdienden onder zware omstandigheden. Op de toen gebruikelijke manier gepresenteerd. Niks mis mee. Een wandeling door de omringende heemtuin en daarna met een bootje naar een van de zandplaten vol uitgegroeide vloedbossen om er het onderkomen van de griendwerkers te bekijken. En onderweg volop genietend van de bijzondere natuur.

Maar al verandert dat niets aan de historie die er verteld wordt: om te overleven moeten musea tegenwoordig hun verhaal op een andere manier presenteren. Blijkbaar gold dat ook voor het Biesboschmuseum. In juni 2015 ging het nieuwe onderkomen open; met een totaal vernieuwde presentatie en uitgebreid met informatie over de laatste ontwikkelingen. Ook de Biesbosch zelf maakte nl. in de achterliggende jaren een ingrijpende verandering door. Tijd dus om er weer eens een kijkje te gaan nemen.

Restaurant Biesbosmuseum
Dit keer gingen we met de auto de pont op. Het was helaas geen wandelweer. De lucht was egaal grijs, het goot pijpenstelen en we vluchtten min of meer vanaf de parkeerplaats het museum in. In de garderobe stonden meerdere paraplu's uit te lekken. De ontvangstbalie bevond zich in een hele ruime en lichte hal met een museumwinkel en een groot restaurant met buitenterras. Op het eerste gezicht oogde het allemaal wel een beetje kil en zakelijk, maar in het museumgedeelte viel dat gelukkig mee.

In het tentoonstellingsgedeelte worden ruimte en intimiteit afgewisseld. In de eerste grote zaal wordt een meerschermen-animatie (op drie wanden) over de Sint-Elisabethsvloed(link) van 1421 en het ontstaan van de Biesbosch getoond en verteld. De vloed maakte tweeduizend slachtoffers en had grote gevolgen op de lange termijn: 23 dorpen verdwenen en Dordrecht verloor een sterke economische positie. De animatie is gebaseerd op het paneelschilderij (link) De Sint-Elisabethsvloed (Meester van de Heilige Elisabeth-Panelen, anoniem, ca. 1490 - ca. 1495 - Rijksmuseum) dat de nabestaanden lieten vervaardigen en waarop in stripachtige wijze de ramp wordt uitgebeeld. Door in te zoomen en de figuren te laten bewegen en praten wordt op een heel dynamische en aantrekkelijke manier de historie belicht. Voor mij werkt zoiets beter dan het eindeloos lezen van infopanelen.

Een dergelijke presentatie komen we ook tegen in de grote zaal over de laatste ontwikkelingen: Ruimte voor de rivier. Daar wordt de aandacht gericht op de bijna rampen met doorbrekende rivierdijken van de laatste decennia  en de oplossingen daar voor, met argumenten van voor- en tegenstanders. Onder andere de polders grenzend aan de Biesbosch zijn ingericht als overloop van een teveel aan rivierwater.
Een andere grote zaal bevat een compleet vissersscheepje met de bijbehorende attributen en informatie over de historie van de visvangst in de Biesbosch.

Kleinere zaaltjes zijn onopvallend met de grote verbonden, slingerend, met een bocht, niet te overzien zonder er binnen te gaan. Zoals die over de eendenkooiers: je loopt een vangpijp in en leest de informatie aan het begin en aan het einde van de pijp. Terug heb je weer een andere kijk op de rietschermen die de kooiker en het hondje gebruiken om de eenden te vangen.
Of die over de natuur, met opgezette dieren, waaronder de bever en de steur. De eerste is terug in de Biesbosch en doet het goed, op de tweede wordt nog gewacht.

Luisteren naar de griendwerker
Naast de films zijn er interviews op video, te beluisteren via koptelefoons: zoals die van de griendwerker die terugkijkt op zijn leven en werk in de grienden, een boeiend verteller, daar blijf je graag even een minuut of 10 naar staan luisteren.

Omdat we voor 12.30 uur een plaatsje gereserveerd hadden op de fluisterboot konden we niet alles uitgebreid genoeg bekijken. Tijdens de tocht ontdekten we dat wellicht eerst varen en dan het museum beter werkt: nu hoorden we veel van wat we al gezien en gehoord hadden van de gids opnieuw. Andersom is het herkenning en kun je wat je interessant vindt nog verdiepen.
Het was een leuk rondje door brede en smalle kreken. Het was droog, de zon probeerde ondertussen zelfs even door de wolken te piepen. Het was niet koud en hoewel het voor de beleving van de omgeving, met water- en vogelgeluiden een fijne toevoeging was geweest, wilden enkele passagiers dat de ramen van de boot (die normaal openstaan bij zulk weer) gesloten bleven voor de tocht. Grr. Helaas, volgende keer beter, zullen we maar denken.

Met o.a. 300 bevers, 3 broedende paren zeearenden, visarenden in voor- en najaar begint de Biesbosch steeds meer een natuurgebied van allure te worden. Volgens onze gids komen in de Biesbosch vrijwel alle vogelsoorten voor die in de rest van Nederland voorkomen. Ook de platenwereld mag er zijn. Daarom organiseert Staatsbosbeheer speciale tochten in het gebied, zie: Staatsbosbeheertochten (link) Op eigen gelegenheid wandelen, fietsen of varen is ook mogelijk, zie daarvoor: Nationaal Park de Biesbosch (link)

Biesboschmuseum 2015
Maar voor ons zat het er voor vandaag op. We komen zeker nog eens terug, als ook de directe omgeving van het museum op orde is. Om alles nog eens nader te bekijken en om tijdens een wandeling ook van de natuur te genieten.

Dit museum werden bezocht in het kader van: Elke Maand Een Museum (KLIK HIER).

Voor informatie over het Biesboschmuseum:KLIK HIER

© JannieTr, augustus 2015.